Sla het menu over en ga direct naar de content van deze pagina. Sla het menu over en ga direct naar zoeken.
Cordaid EN
Noodhulp

Blog: De open armen van Oeganda vs Fort Europa

Stel je voor: 1 miljoen gevluchte Duitsers die bij Lobith het land binnen komen en hun heil zoeken in Gelderland. De Ginkelse hei bezaaid met tenten en uit de klei getrokken huisjes. De A15 vol witte VN-voertuigen. NGO’s uit Amerika die voedsel en kookgerei distribueren. Hulpkonvooien kriskras rijdend door Gelderland.

Door Remco van der Veen, Director International Offices bij Cordaid.

Twee miljoen Gelderlanders die een miljoen Duitsers opvangen. Niet voor een korte vakantie, maar jaren lang.  Wat zouden wij doen? Wat zou Den Haag ervan vinden?  Stellen wij onze scholen open? Geven we land aan ieder gezin? Geven we toegang tot de arbeidsmarkt? Geven we ze de vrijheid om te gaan en staan in heel het land?

In Noord-Oeganda leven momenteel ruim een miljoen vluchtelingen uit Zuid-Soedan en de DR Congo. In ‘settlements’, rurale nederzettingen, leven ze – vreedzaam – samen met twee miljoen autochtone Oegandese inwoners.

Lord’s Resistance Army

De Oegandese overheid en de inwoners zeiden ‘ja’ op alle vragen die ik boven stelde. Ze maakten moedige keuzes. Waarom is daar zoveel meer draagvlak voor steun aan vluchtelingen – en in veel grotere aantallen – dan in Nederland? Het antwoord is eenvoudig. Veel Oegandezen zijn zelf ooit op de vlucht moeten slaan voor het Lord’s Resistance Army. ‘We have been there’, zeggen ze.

Ik heb twee dochters, één van 16 en één van 19. Het lukt me gewoonweg niet het voor me te zien: die twee op de vlucht, met alle zorgtaken voor kleinere boers en zusjes.

De overheid legt als verplichting op dat maximaal 70% van de hulpinvesteringen naar vluchtelingen gaat en minimaal 30% naar autochtone bewoners. Cordaid gaat voor 50/50.

Kindgezinnen

Niet alles rozengeur en maneschijn. Klaslokalen puilen uit, infrastructuur brokkelt af, voedselprijzen stijgen. En er wordt gevochten om gras. Met gras houden mensen hun daken lekvrij. Het meest schrijnend is de situatie van kindgezinnen. Broers en zussen die elkaar steunen en opvoeden omdat hun ouders dood zijn of vermist.

Ik heb twee dochters, één van 16 en één van 19. Het lukt me gewoonweg niet het voor me te zien: die twee op de vlucht, met alle zorgtaken voor kleinere boers en zusjes.

In één van de settlements ontmoet ik Flora (17). Ze is twee weken geleden bevallen van een zoontje. Ze woont sinds maart 2017 in het kamp. De vader van haar zoon heeft haar verkracht en zwanger gemaakt. Hij loopt vrij rond. Dikwijls dacht ze aan zelfmoord. Maar als ze dat doet, wie zorgt er dan voor haar broertje van 9 en zus van 7?  Tranen rollen over haar wangen als ze haar verhaal verteld. Gelukkig zien we ook een glimp van een lach als ze haar baby laat zien.

De duivenman

Dan komen we Isaac tegen. Hij is 20. Ze noemen hem ‘de duivenman’. Hij heeft acht duivenpaartjes. Het is zijn kapitaal. Hij hoopt ze duur te verkopen. Twee euro per paar. Samen met Viola (17) en Daniel (17) – allemaal gevlucht uit  hetzelfde dorp – verzorgen ze negen familieleden. Door goed samen te werken kan iedereen naar school. Alleen moet Isaac vandaag thuisblijven om voedsel te halen. Zijn vader en moeder zitten in een vluchtelingenkamp in de DR Congo. Ze hadden de kinderen vooruit weggestuurd om later te kunnen aansluiten. Maar opvangregelingen voorzien niet in de gezinshereniging. Isaac hoopt zijn ouders in 2020 weer te zien.

Organisaties die mensen een plek toewijzen hebben het lastig. Alle strijdende partijen vluchten. In de kampen moeten ze uit elkaar worden gehouden om te voorkomen dat het Zuid-Soedanese conflict zich verplaatst naar Oeganda.

Niemand van de vluchtelingen die we spreken verwacht een snelle terugkeer naar Zuid-Soedan. Ze hebben weinig vertrouwen in de recent – met het mes op de keel – getekende vrede.

Niet ver van Isaac woont een tweeling van 16. Nyoka heeft een zoon van één jaar. De vader van de zoon is met de noorderzon verdwenen. Haar eigen vader en moeder zijn gescheiden en hertrouwd. In de nieuwe huwelijken is geen plaats voor de tweeling. Vader zit met zijn nieuwe aanwinst in een ander kamp en moeder is met haar nieuwe vlam achtergebleven in Juba, de hoofdstad van Zuid-Soedan. Dus leeft de tweeling alleen.

Wanprestaties

We treffen ze thuis omdat het de dag is van de maandelijkse voedseldistributie. Rond drie uur ben ik zelf bij de distributie van voedsel en cash. De spanning loopt er hoog op. Aan het einde van de dag staan er nog lange rijen. Voornamelijk boze vrouwen die sinds die ochtend in de brandende zon wachten. Er wordt geduwd,  getrokken en geschreeuwd.

We zijn voor de wachtenden een zeer welkome uitlaatklep om gal te spuwen over de slechte organisatie en de lange wachttijden in de ziedende zon. De dag ervoor was er in Rhino camp een sit-in van vluchtelingen. De organisatie verantwoordelijk voor distributies is vervangen wegens wanprestaties. De opvolger heeft opstartproblemen.

Niemand van de vluchtelingen die we spreken verwacht een snelle terugkeer naar Zuid-Soedan. Ze hebben weinig vertrouwen in de recent – met het mes op de keel – getekende vrede. De opvang hier wordt een klus van lange adem.

En je moet van alle markten thuis zijn: trauma’s helpen genezen, scholing, werkgelegenheid, water, landbouw, voedselvoorziening. Niet alleen voor de vluchtelingen, ook voor de Noord-Oegandezen. Om te zorgen dat de armen open blijven. De open armen van Oeganda, die een les zijn in medemenselijkheid voor ons o zo ontwikkelde Fort Europa.

Deze blog is opgedragen aan mijn lieve vader die altijd voor iedereen met open armen klaar stond.