Sla het menu over en ga direct naar de content van deze pagina. Sla het menu over en ga direct naar zoeken.
Cordaid EN
Noodhulp

Blog: Schorpioenen, brandende hitte en modder waar je in verdwijnt

Het is nacht in Aburoc. Ik lig in een tent en sla de beestjes van mijn laptopscherm. Een collega in de tent naast me hoest het stof uit z’n keel. Wat hoor ik nog meer? Een ronkende generator, krekels die het op hun heupen krijgen en ver weg, over de rivier, ritmisch gezang van vrouwen. Zo klinkt dus een kamp met tienduizend ontheemden, in de nacht.

Corporate journalist Frank van Lierde reisde in oktober af naar Zuid-Soedan. In het door oorlog verscheurde land sprak hij de mensen achter het werk van Cordaid.

Er is één generator, voor iedereen hier. Eén plek waar je heel even kunt internetten, als je lang in de rij wilt staan. Ik niet. De sterren boven mijn tent fonkelen. Als dat geen internet is.

Het is bizar hoe vreedzaam duizenden ontheemden hier samenleven. Ook met de oorspronkelijke bewoners van dit dorp – van wie het land is waar al die hutten van ontheemde families op staan – zijn er hoegenaamd geen spanningen.

Jojo, onze man die hier voor Cordaid de hulp organiseert, vind dat helemaal niet bizar. “Iedereen deelt hier het lot van de oorlog. En de gastgemeenschap weet ook wat oorlog is. Ze delen hun land, hun water.”

Kijk hier naar de videoserie van Frank in Zuid-Soedan.

 

Noodwoningen

Vliegend boven Malakal, dicht bij een plek waar Blauwhelmen hun basis hebben, zagen we een ander kamp. Lange rijen tenten, strak naast elkaar. In Aburoc staan noodwoningen her en der verspreid. Gezinnen kozen zelf hun plek toen ze hier aankwamen en bouwden er hun hut.

En dan valt bij mij het kwartje. Ik kijk verkeerd. Dit is geen kamp, dit is niet uitzonderlijk. Dit is hun leven. In een gebied waar al decennia oorlog is, is een leven op de vlucht, het enige leven dat er is.

Waarom hier? Omdat deze plek zo afgelegen is dat gewapende troepen minder snel de moeite nemen om hier dood en verderf te zaaien. Omdat er water is en de rivier doorwaadbaar is. En voorbij de rivier, op 6 uur lopen door droog woestijnachtig gebied, is er een weg die gaat naar Soedan. En Soedan, vinden veel mensen, is veiliger dan hier. Je kunt dus vluchten, als gewapende troepen hierheen komen.

Lees ook het uitgebreide verslag over de hulp van Giro555 en Cordaid in Zuid-Soedan

Lees meer

Maar wat als straks het droge seizoen begint? Als de ondiepe rivier opdroogt? Veertig jaar terug liepen hier nijlpaarden rond, zo nat was het, vertelt een oude man. Maar nu? De droogte wordt elk jaar groter. En als het droge seizoen begint, weet iedereen dat het conflict oplaait. Mensen willen weg. De vraag is waarheen. Soedan? Of toch weer een ander dorp? Of een kamp van de VN?

‘Gewoon’

In het veerbootje zitten jongens en meisjes met schriften in de hand. Een andere organisatie runt hier een school. Vier uur. Weer naar huis. Het leven gaat door. Als ik de jongens naast me op de reling vraag wat ze vinden van het leven in het kamp, kijken ze me gek aan. “Gewoon”, zegt één van hen uiteindelijk. En dan valt bij mij het kwartje. Ik kijk verkeerd. Dit is geen kamp, dit is niet uitzonderlijk. Dit is hun leven. In een gebied waar al decennia oorlog is, is een leven op de vlucht, het enige leven dat er is. En dus ‘gewoon’.

Jojo neemt me op sleeptouw door het kamp. 124 latrines hebben we hier gebouwd. 1000 boeren en vissers geholpen aan materiaal om groenten te verbouwen en vis te vangen. Tien waterpunten bij de rivier hersteld, zodat mensen geen gevaarlijk oppervlaktewater meer hoefden te drinken. Honderden gezinnen geholpen aan geiten, aan voedsel.

Prestatie van formaat

Het is gek hoe snel cijfers abstract worden. Maar als je weet dat er in de wijde omtrek niets te vinden is en transport hier gekkenwerk is, dan wordt één latrine al gauw een prestatie van formaat. Zeker als die ook nog eens schoon blijkt te zijn, goed wordt onderhouden én mensen er gebruik van maken.

“Je wilt niet weten hoe het is om hier te werken. Schorpioenen, slangen, muggen, brandende hitte, modder waar je in verdwijnt.”

Op de markt liggen grote vissen in het namiddaglicht te wachten op kopers. Ze zijn van een visser die netten en vishaken heeft gekregen van Cordaid. “Zeven maanden geleden ben ik gevlucht voor het geweld”, zegt hij. Wel honderd vissen sleept hij op een goeie dag zijn bootje in, zo uit de Nijl. Zes uur loopt hij, van het kamp naar zijn boot. Zijn vrouw en kinderen zitten veilig in Khartoem. “Ik blijf hier”, zegt hij. “Het is minder veilig, maar hier heb ik tenminste werk. Zo kan ik mijn gezin onderhouden.”

Giro555

Jojo en ik roken nog een sigaretje in het donker. De chief van Aburoc schuifelt langs, richting het veerpontje. Lange stok, mooi gewaad en op zijn gezicht de littekens die horen bij zijn stam. Hij knikt ons toe. Als hij hoort dat ik van Cordaid ben en uit Den Haag kom, dankt hij me voor alles wat we hier met Giro555-geld hebben gedaan.

“Je wilt niet weten hoe het is om hier te werken”, zegt Jojo plots na een lange stilte vol krekels. “Schorpioenen, slangen, muggen, brandende hitte, modder waar je in verdwijnt. Zonder vrouw, zonder kinderen. In een van de meest afgelegen stukjes van Zuid-Soedan.” En toch werkt hij hier. Als ik vraag waarom, buldert hij. “Het is mijn werk”, zegt hij en hij blaast een sigarettenwolkje de nacht in. Op de tast zoek ik de rits van mijn tentje.

Meer blogs van Frank van Lierde

Nieuws overzicht