Sla het menu over en ga direct naar de content van deze pagina. Sla het menu over en ga direct naar zoeken.
Cordaid EN
Cordaid

Cordaid’s reactie op de beleidsnota ‘Doen waar Nederland goed in is’

Politiek adviseur Paul van den Berg houdt de kakelverse beleidsnota van minister Schreinemacher voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking tegen het licht. “Wat Cordaid betreft is de nota een mixed bag.”

Minister Schreinemacher tijdens een werkbezoek. © Rijksoverheid

“Optimistisch realisme” is de zelfverklaarde grondhouding van minister Schreinemacher voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. En dat straalt de recent gepubliceerde beleidsnota Doen waar Nederland goed in is zeker uit.

Het doet denken aan wat voormalig premier Balkenende de “VOC-mentaliteit” noemde. “Laten we blij zijn met elkaar! Laten wij optimistisch zijn! Laten we zeggen: Nederland kan het weer! Die VOC-mentaliteit, over grenzen heen kijken, dynamiek! Toch?”, sprak hij bij de Algemene Politieke beschouwingen in 2006. Balkenende kreeg er flink van langs door deze term te gebruiken, vanwege de bepaald niet frisse reputatie van de VOC. Wat dat betreft is de door Schreinemacher gekozen karakterisering een stuk minder beladen.

De zelfverzekerde BV Nederland

Maar in wezen ademt het document een zelfde soort zelfverzekerdheid ten aanzien van het vermogen van de BV Nederland om overal op de planeet problemen op te lossen, handel te drijven en de wereld voor iedereen een stukje beter en mooier te maken.

 

“We gaan graag met het ministerie in gesprek om tot een goede risicodeling en -beperking te komen bij het werken in fragiele contexten.”

 

De vraag is of dit optimisme terecht is in een tijd van zeer grote mondiale uitdagingen. Van een klimaatcrisis tot een ongekend hoog aantal vluchtelingen en ontheemden tot een vernietigende oorlog binnen de grenzen van Europa met grote geopolitieke en sociaaleconomische consequenties. Deze en andere uitdagingen worden wel benoemd in de nota, maar een diepere analyse blijft uit.

Naïef wensdenken

Feitelijk wordt betoogd dat landen die kampen met diepe armoede en fragiliteit zich met de juiste instrumenten kunnen transformeren tot stabiele middeninkomenslanden. Waarna ze kunnen worden geüpgraded tot handelspartners van Nederland. De geschiedenis leert ons helaas dat dit soort volgordelijkheid zelden het geval is, en dat landen regelmatig terugvallen van relatieve stabiliteit in diepe crises. Er is dus een risico dat optimistisch realisme ontaardt in naïviteit en een grote mate van wensdenken.

Het is niet een heel diepgravende nota. Maar er staan zeker wel goede dingen in. Het is verstandig dat minister Schreinemacher ervoor kiest het beleid voor ontwikkelingssamenwerking niet radicaal om te gooien. Zowel qua thema’s als qua landenkeuze is er sprake van continuïteit, met wat accentverschuivingen. Zo wordt het speerpunt Seksuele en Reproductieve Gezondheid en Rechten (SRGR) geflankeerd door het versterken van basisgezondheidszorg, waarvoor ook extra middelen worden uitgetrokken. Volgens ons een juiste beslissing en een noodzakelijke stap in het licht van de COVID-19 crisis die de zwakte van het wereldwijde gezondheidssysteem dramatisch heeft blootgelegd.

Werken in fragiel gebied is risicovol

Cordaid is tevreden over het behoud van de focusregio’s Midden-Oosten en Noord-Afrika, de Hoorn van Afrika en de Sahel. Het zijn regio’s waar Nederland, in nauwe samenwerking met andere betrokken donorlanden, wat ons betreft langjarig aan de slag moet gaan om betekenisvolle verandering tot stand te brengen. Er worden verstandige dingen in de nota gezegd over de onvermijdelijke risico’s bij het werken in dit soort fragiele contexten. We gaan graag met het ministerie in gesprek hoe we daarmee gezamenlijk aan de slag kunnen gaan om tot een goede risicodeling en -beperking te komen.

De afgesproken norm van 0,7%

Een compliment verdient de minister verder voor het structureel verhogen van het noodhulpbudget met 150 miljoen euro per jaar. En voor de verhoging van het budget voor klimaatfinanciering in lijn met de afspraken van de klimaatconferenties van Parijs en Glasgow.

Deze budgettaire verhogingen zijn mogelijk doordat het economisch getij in Nederland mee zit. En doordat het budget voor ontwikkelingssamenwerking meegroeit met de Nederlandse economie. Door de structurele ophoging van het ontwikkelingsbudget – een afspraak in het regeerakkoord van Rutte IV – groeit Nederland weer toe naar de internationaal afgesproken norm van 0,7% van het Bruto Nederlands Product. Dat is goed. En ook hard nodig, omdat de COVID-19 crisis ertoe heeft geleid dat de geboekte voortgang op het behalen van de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (SDGs) in 2030 voor een belangrijk deel teniet is gedaan.

 

“Het minst uit de verf in de nota komt de koppeling tussen hulp en handel.”

 

 

Heel kritisch zijn we over het verdampen van de ambitie om stappen te zetten op het gebied van internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen. Waar interim-minister De Bruijn had toegezegd snel met nationale wetgeving te gaan komen, trapt minister Schreinemacher weer op de rem en schuift ze dit minimaal een jaar naar voren. Wat ons betreft roept de Tweede Kamer tijdens het debat op 4 juli a.s. hierover de minister tot de orde.

Hulp en handel: een ongelukkig huwelijk

Het minst uit de verf in de nota komt de koppeling tussen hulp en handel. De minister introduceert een nieuwe categorie landen – combinatielanden – waar ze hulp en handel samen wil laten komen om inclusieve, duurzame ontwikkeling te stimuleren. Daarvoor trekt ze ook fors extra budget uit. Maar de onafhankelijke evaluatiedienst IOB heeft recent in een uiterst kritische evaluatie geconcludeerd dat er nauwelijks goede voorbeelden zijn van deze combinatie. De minister doet een poging om enkele van de kritiekpunten van de IOB te adresseren, maar overtuigend is dat allerminst. Zo is het eigenlijk wachten op de volgende, nog kritischer evaluatie, van de IOB. Doen waar Nederland goed in is illustreert wat dat betreft goed de langjarige worsteling van de gecombineerde portefeuilles buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking.

Wat Cordaid betreft is de nieuwe nota dus een mixed bag. Goede initiatieven gaan gepaard met stappen waarover we twijfels hebben, of ronduit kritisch zijn. En of het optimistisch realisme een juiste houding is geweest, kunnen we pas over enkele jaren écht op waarde schatten.

 

Lotsverbondenheid of opportunisme?

Op Donderdagavond 30 juni co-organiseert Cordaid een gespreksbijeenkomst over de beleidsnota van minister Schreinemacher in Den Haag, onder de naam Lotsverbondenheid of opportunisme?. Hier lees je meer over die bijeenkomst, ook hoe je je kunt aanmelden.

 

In memoriam Dr. Sake Rijpkema, pionier in de internationale gezondheidszorg

Vorige maand overleed Prof. Dr. Sake Rijpkema. Hij heeft veel betekend voor de internationale gezondheidszorg en voor Memisa, één van Cordaid’s voorlopers. Sake Rijpkema tijdens de workshop ‘Gezondheidszorg voor iedereen/health for all in het jaar …

Lees meer
Cordaid

Honger en droogte in de Hoorn van Afrika: wat doet Cordaid?

In de Ethiopische streek Borana, één van de zwaarst getroffen gebieden, gaat Cordaid voedsel- en waterhulp verlenen aan zo’n veertigduizend mensen én hun dieren. Hoe maken de kansen op overleven in de extreme droogte groter?

Lees meer
Noodhulp Ethiopië

Van zelfvoorzienende boerin tot zakenvrouw, het verhaal van Abeza Josée

Bij PlusPlus kan je nu investeren in een Cordaid project in Rwanda. Jouw investering helpt boeren daar om een lening te krijgen via microkredietverstrekker CLECAM en te groeien. Abeza Josée is één van die landbouwers. …

Lees meer
Voedsel en inkomen Rwanda