Sla het menu over en ga direct naar de content van deze pagina. Sla het menu over en ga direct naar zoeken.
Cordaid EN
Cordaid

Een half jaar na de staatsgreep in Myanmar: “Er hangt oorlog in de lucht. Intussen werken we hard door.”

Zes maanden na de staatsgreep gaat het in Myanmar van kwaad tot erger. Militairen slaan met geweld het burgerprotest neer. Stakingen leggen de samenleving lam. En de pandemie grijpt wild om zich heen. Wat doet dat met de bevolking? En kunnen de hulpverleners van Cordaid hun werk nog doen?

Maart 2019. Paul Roelofsen in gesprek met boeren in centraal Myanmar. © Mickael Franci / Cordaid

“Een kwart van mijn personeel is ziek”, zegt Paul Roelofsen, Cordaid Directeur in Myanmar. Na een eerder gesprek kort na de coup (Engels), doet hij wederom verslag. “Er hangt oorlog in de lucht. Intussen werken we alleen maar harder door.”

We spraken je eerder, in maart. Hoe is het nu in Myanmar, zes maanden na de militaire staatsgreep?
“Eind maart laaiden het geweld en de repressie het hoogste op. Daarna zijn de protesten in de hoofdstad Yangon zo goed als gestopt. De honderdduizenden die toen de straat op kwamen en geweldloos protesteerden keerden terug naar huis. Nu is er veel meer voorzichtigheid.

Februari 2021. Eén van de vele protestacties in de straten van hoofdstad Yangon.
Februari 2021. Eén van de vele protestacties die in de maanden na de coup plaatsvonden in de straten van de hoofdstad Yangon.

 

Is de strijd daarmee gestreden? Zeker niet. Enerzijds zie je dat het geweld zich heeft verplaatst naar de periferie van het land. Daar wordt hard opgetreden tegen protestacties van etnische minderheden. Daarnaast heeft het massale volksprotest in de grote steden andere vormen aangenomen. Het is meer ondergronds gegaan. Het krijgt meer structuur. De door militairen verdreven politici, ook de partij van Aung San Suu Kyi, hebben een regering in ballingschap gevormd die inmiddels ook een gewapende tak heeft, de People’s Defence Forces. Ze hebben zelfs een leger. Maar vooralsnog hebben ze amper middelen en zijn ze slecht bewapend.”

In april werd er massaal gestaakt, als vorm van protest. Is dat nog zo?
“Zeker. Het is dé manier waarop het volk zich verzet. Niemand wil bijdragen aan een openbaar leven dat volledig gecontroleerd wordt door een militaire junta die de prille democratie de nek omwringt. Maar het offer is groot, gezien de risico’s die mensen lopen en de salarissen die worden ingehouden.

 

“Er is geen immuniteit, vaccinatiecampagnes liggen stil, de besmettingscurve gaat exponentieel de hoogte in. Mensen sterven bij bosjes.”

 

Die burgerlijke ongehoorzaamheid legt eigenlijk alles plat, overheidsdiensten, banken, scholen, de brandweer en vooral ziekenhuizen. Vooral dat laatste heeft dramatische gevolgen.”

Door de coronacrisis?
“Ja. In Myanmar slaat het virus de laatste weken echt heel wild om zich heen. In deze derde golf is het aantal besmettingen explosief toegenomen, ook door de Deltavariant. En omdat ook zorgpersoneel staakt uit protest tegen de militaire regering, kunnen patiënten bijna nergens terecht. Dat is dramatisch. Naast de stakingen legt dus ook corona de samenleving lam. Iedereen wordt keihard geraakt. Ook Cordaid. Een kwart van mijn medewerkers is ziek thuis.

Terwijl de rijke wereld zich rap vaccineert, escaleert de gezondheidscrisis hier alleen maar. Er is geen immuniteit, vaccinatiecampagnes liggen stil, de besmettingscurve gaat exponentieel de hoogte in. Mensen sterven bij bosjes.”

Je zegt dat het verzet meer structuur krijgt en zich organiseert. Komt er een D-Day aan, een echte krachtmeting tussen de junta en hun tegenstanders? Zeg maar een oorlog?
“Ik woon hier nu precies tien jaar en zes dagen. Ik ken het land een beetje. Je voelt dat er iets in de lucht hangt. Het is niet voor vandaag of morgen. De pro-democraten hebben nog te weinig middelen om echt de strijd aan te gaan.

En vooral, het is het regenseizoen. Wie de film Forrest Gump heeft gezien weet dat je beter niet kan gaan vechten in het regenseizoen. Maar in november is dat seizoen afgelopen. Er hangt iets in de lucht. Er broeit iets. Dat kan zomaar op echte oorlog uitlopen.

We moeten ons hart vasthouden. Natuurlijk doe ik dat de afgelopen maanden ook al. Je houdt het niet voor mogelijk wat dit volk voor de kiezen krijgt. Decennia lang een dictatuur, eindelijk proeven van democratie en vrijheid. Dan een staatsgreep, protest, onderdrukking. Geen scholen, geen gezondheidszorg, geen salarissen. En een pandemie die over alles heen raast.”

Hoe gaat het militaire regime om met de pandemie en met het politieke en gewapende verzet?
“De militairen geven de ‘terroristen’, dat wil zeggen de stakers, de schuld dat de pandemie zo uit de hand loopt. En het volk geeft de militairen de schuld. Intussen gebeurt er niets om het virus te stoppen.

Wat het verzet betreft, dat slaan militairen met harde hand neer. En ze proberen het te breken met de klassieke verdeel-en-heers strategie. Kleine groepjes bevoordelen en bewapenen om onrust te zaaien.”

Wat is de sfeer onder mensen die je spreekt en met wie je werkt?
“Mensen zijn bang. Angst houdt ze in huis, als ze al niet ziek thuis zitten. Nog steeds doe ik elke ochtend in de wijk waar ik woon mijn rondje met de fiets. Straten zijn leeg, verkeer neemt af. Wie buitenkomt loopt met mondkapjes. En vooral: de armoede wordt schrijnender. Mensen hebben geen inkomen.

Maart 2019. Boeren in de Irawaddy Delta. © Mickael Franci / Cordaid

 

Mijn medewerkers in het land slaan alarm. De voedselcrisis laait op. Mensen hebben honger en dat wordt alleen maar erger.”

Waar is de dreiging van een voedselcrisis het grootst?
“In de grensgebieden, in het noordoosten en het zuidoosten, waar de minderheden leven, zoals de Rohingya. Daar was de armoede altijd al het grootste, en daar zullen de voedseltekorten ook het meest nijpend zijn. En we moeten er helaas rekening mee houden dat de militairen de voedselhulp in die gespannen regio’s zullen bemoeilijken. Dat weten we uit het verleden.”

Je hebt een team van ongeveer 20 voornamelijk Myanmarese hulpverleners in het land. Zelf ben je ook steeds op post gebleven. Hoe gaat het met jullie?
“Iedereen zit thuis en wie niet te ziek is werkt door. Ook de collega’s zijn bang, onzeker. Maar ze geven niet op. We zorgen zo goed mogelijk voor elkaar. Elke ochtend doen we onze belrondjes. We letten op elkaar. Is iedereen er nog? Hoe gaat het, emotioneel, psychisch, lichamelijk? Maar ook financieel. Heb je genoeg te eten voor je gezin?

Gelukkig kan ik gewoon salaris uitbetalen. Wie zonder voedsel dreigt te zitten of een ander acuut probleem heeft kan een voorschot krijgen. Er is regelmatig online contact met onze vertrouwenspersoon.

 

“In alle bescheidenheid proberen we te zorgen dat mensen niet hun toevlucht moeten nemen tot wat we in het Engels destructive coping mechanisms noemen. Wanhoopsdaden om te overleven, zoals het verkopen je land, je huis, zelfs je kind.”

 

Al mijn Myanmarese collega’s gaan zwaar gebukt onder wat er gebeurt. Hun land lijdt, en zij lijden ook. Sommigen van hen moesten we in veiligheid brengen, omdat de spanningen en de risico’s te groot waren. Mensen dreigen om te vallen en we doen wat we kunnen om dat te voorkomen. Als werkgever doe ik alles in mijn macht om er voor hen te zijn.

Het is vooral indrukwekkend om te zien hoe sterk mensen hier zijn. Dit volk heeft zoveel meegemaakt en is zoveel te boven gekomen. Hun weerbaarheid is onvoorstelbaar.”

En jijzelf? Je gezin is een paar maanden terug uit veiligheid teruggekeerd naar Nederland, jij bent gebleven.
“Ik heb het minder zwaar dan de mensen van hier. Maar het is nog altijd moeilijk. Ik sport veel. Met de avondklok en het thuis werken heb ik daar ook veel tijd voor. Vroeg naar bed, heel vroeg weer op. Nog voor ik ga werken beul ik mezelf sportief af. Het geeft me energie en het ontstresst.”

Hoe zit het met het werk van Cordaid? Ik kan me voorstellen dat de stakingen, de pandemie, de lockdown en de gespannen politieke situatie het projectwerk bemoeilijken.
“Werken aan meer rampenparaatheid, aan toegang tot schoon drinkwater, aan een beter inkomen voor boeren, al dat werk gaat door. Met meer hobbels dan gewoonlijk. Omdat mensen ziek zijn. Omdat banken niet werken. Militairen houden hulpverleners vaker tegen. Ook door lockdowns duurt alles wat langer. Maar het gaat door.

Sterker nog, we zitten in een opbouwfase, we breiden onze activiteiten uit. En dat moet ook. Als de crisis groter wordt moet je doorpakken. Cordaid wil een verschil maken in fragiele gebieden, waar conflicten en rampen alles op z’n kop zetten en instabiel maken. Die fragiliteit is hier in Myanmar de afgelopen maanden alleen maar toegenomen.

 

“Momenteel is de politieke situatie extreem gevoelig. Alle schaakborden waarop ik werk liggen door elkaar. Het is eieren lopen.”

 

Natuurlijk keek ik of en hoe je de prodemocratische beweging kunt steunen. Dat blijkt te riskant. Alle NGO’s werken onder een vergrootglas van de militairen. Hulpverleners, zelfs als het gaat om het bieden van noodhulp, lopen risico’s. Dingen doen en daardoor je hele aanwezigheid in het land op het spel zetten, is voor niemand goed.

Intussen zijn we er wel voor het volk. En met name voor degenen die het hardste door de crises getroffen worden. Het conflict, de pandemie, de stakingen hebben de armoede gigantisch vergroot. In alle bescheidenheid proberen we te zorgen dat mensen niet hun toevlucht moeten nemen tot wat we in het Engels destructive coping mechanisms noemen. Wanhoopsdaden om te overleven, zoals het verkopen je land, je huis, zelfs je kind. Want dat laatste komt voor. Met name bij meisjes. Gruwelijk. Armoede is vaak de oorzaak.

Met voedselhulp proberen we een deel van de nood te lenigen in de grensgebieden. We werkten al met boerencoöperaties, samen met het Wereldvoedselprogramma (WFP) breiden we dat werk uit.

Met zaaizaad, gereedschap en gezonde kunstmest steunen we boeren om het zaai- en groeiseizoen door te komen. Zo komt er meer voedsel, ook in afgelegen gebieden. En door boeren te linken aan eerlijke opkopers dragen we bij aan een beter inkomen. Ruim twintigduizend boerengezinnen hebben iets aan die inzet. En niet de internationale NGO Cordaid heeft het contract met het WFP getekend, maar onze lokale Myanmarese partner. Zij spelen de voornaamste rol. Zo hoort het ook.”

Laatste vraag. Als grote organisatie heb je te maken met de overheid. Dat zijn nu de militairen. Hoe doe je dat?
“Ontwikkelingswerk en noodhulp zijn vooral kwesties van samenwerken. Met lokale hulpverleners, met maatschappelijke organisaties, met andere internationale organisaties, met het bedrijfsleven. Zeker als een crisis groot is moet je het werk verdelen. Dat gebeurt nu ook. Wie middelen en mensen heeft springt bij.

Aan het werk op het land in Pakokku. © Mickael Franci

 

En ja, ook met de overheid werk je normaal gezien samen. Maar momenteel is de politieke situatie extreem gevoelig. Alle schaakborden waarop ik werk liggen door elkaar. Het is eieren lopen. Alleen als we toegang tot projectgebieden moeten onderhandelen, hebben we te maken met vertegenwoordigers van de militaire overheid. Voor de rest proberen we dat te beperken. Lokale Myanmarese medewerkers of partnerorganisaties voeren die onderhandelingen. Ik ben de laatste die daarvoor in aanmerking komt. Eén misstap van een buitenlander en je wordt het land uit gezet. Als dat gebeurt dan weet ik dat ik niet snel het land weer in kom. Zoals ik zei, het is op eieren lopen.”

Lees meer

Kort na de staatsgreep in februari spraken we Paul Roelofsen ook. Dat gesprek vind je hier (Engels). Wil je meer weten over hoe Cordaid boeren steunt in Myanmar? Lees dan bijvoorbeeld dit verhaal.