Sla het menu over en ga direct naar de content van deze pagina. Sla het menu over en ga direct naar zoeken.
Cordaid EN
Cordaid

Enkeltje Kaboel – Heumensoord

Collega Frank van Lierde bracht een bezoekje aan geëvacueerde collega’s uit Afghanistan. Ze zitten al drie maanden in de noodopvang in Nederland. Hij schreef er een blog over.

Noodopvang in Legerplaats Harskamp.

Ken je dat nummer van The Clash, Should I stay or should I go? Het schoot me te binnen toen ik luisterde naar mijn Afghaanse collega’s.

Een half uurtje hadden ze, die maandag 23 augustus op Kabul Airport. Om te beslissen, gaan of niet?  Zeven jonge vrouwen, vijf alleenstaand. Het vliegveld was een pandemonium. De weg erheen een hindernissenbaan waar je liever je leven lang van wegblijft. Onderweg, in een taxi propvol familieleden, overal Taliban gasten met wapens. Ook zwepen. Op straat worden mensen afgeranseld. Kom je hier doorheen? Haal je de gate?

Je kleren en je telefoon

Twee keer eerder hadden ze al een poging gewaagd. Dan kwam er een berichtje uit Nederland. ‘Ga nu.’ Geen tijd om koffers te pakken. Geen plek ook. Jij, de kleren die je draagt, je telefoon. Mag familie mee? Ja, nee, ja, nee. We weten het niet. Dus je neemt je familie mee naar de luchthaven.

Je bent bij de afgesproken gate. Je stapt uit en komt in een soort akelige Mexican wave van duizenden roepende mensen. Wanhopig hopend. Vóór alles samen blijven, dat is de boodschap. Met je familie, met je andere collega’s die net als jij dit land willen verlaten.

 

Verkeerd geslacht, verkeerde etnische achtergrond, verkeerde baan, verkeerd verleden.

 

Er zijn Taliban strijders. Amerikaanse soldaten, ergens hoog op muren. Je toont een Nederlands vlaggetje op je mobiel, met een paar logo’s. Het werkt niet. Je komt er niet door. Terug. Einde verhaal. Is iedereen er nog? Zijn we compleet? Gelukkig. Is er een taxi?

Bij de derde poging lukt het wel, die maandag de 23ste. Maar net voor het boarden blijkt familie dan toch niet mee te mogen. Nee, echt niet. Wat doe je? Je hebt een half uur. Ik ga. Dag lieverds. Wat, wanneer, hoe? Ik weet het niet. Alles komt goed.

Verkeerde lijstjes

Zeven Afghaanse vrouwen die werken voor Cordaid worden die maandag in augustus geëvacueerd. Ze hebben legio redenen om te vluchten voor het Taliban regime. Verkeerde geslacht, verkeerde etnische achtergrond, verkeerde baan, verkeerd verleden. Ze hebben gestudeerd, sommigen in het buitenland. Sommigen zijn Hazara, een zwaar vervolgde etnische minderheid. Ze werken voor een internationale organisatie, Cordaid. Aan betere gezondheidszorg, beter bestuur. Aan gelijkheid tussen vrouw en man. Met zo’n profiel kom je niet door de ballotage van de Taliban. Nee, dan sta je echt op de verkeerde lijstjes.

Nu zitten ze in Heumensoord, in de bossen bij Nijmegen. Maar goed ook. Vorige week nog is er een vrouwenrechtenverdediger teruggevonden in Noord-Afghanistan. Met zoveel kogels in haar lijf dat ze amper te herkennen was. Frozan Safi heette ze. 29 jaar.

Maar wat is goed? Ze zijn alle zeven hun baan kwijt. Want die geef je op als je asiel aanvraagt. In kamp Heumensoord, waar ze nu zitten, ontbreekt het aan alles wat een leven leefbaar maakt. Zo oordeelden de Nationale Ombudsman en het College van de Rechten van de Mens. En zo is het ook.

Dan maar een laken ophangen

Maanden verblijven in een wapperende tent, met dunne schotten tussen slaapruimtes voor 6 mensen. Dat is ruk. Zeker als je ook moet studeren en je examens wil halen. Zonder laptop, want die kon niet mee. Of als je zwanger bent en diabetes hebt. Geen idee wat de komende maanden gaan brengen. Het wordt steeds kouder. Ook in die tenten.

Privacy, toch belangrijk. 24/7 in één ruimte met onbekenden is best zwaar. Dan maar een laken ophangen tussen het bed van jou en je partner en dat van anderen. Laken onmiddellijk weghalen, sommeert de kampinspectie, op straffe van een boete à zoveel per dag. Boetes? We krijgen maar 11 euro in de week. Weghalen. Brandveiligheid.

Ik wilde ze een bezoekje brengen, deze zeven Afghaanse vrouwelijke collega’s. Maar je komt als buitenstaander het kamp niet in. Zelfs dat geluk, iemand ontvangen, word je als vluchteling ontzegd.

Dreigtelefoontjes

In een refter van de Radboud Universiteit zitten we samen te lunchen. Ik luister. Twee van hen zijn eerder gevlucht, als kind. Eén iemand is zelfs geboren in een kamp, in Pakistan. Nou dan voel je je zeker wel thuis, in Kamp Heumensoord? Ze schiet in de lach. Iemand vertelt later over dreigtelefoontjes van de Taliban. ‘Je vrouw moet het niet in haar kop halen om te gaan werken, begrepen!’

 

‘Dit is tijdelijk, wij komen hier doorheen, we zijn sterk.’

 

Eerder zaten ze in Legerplaats Harskamp. Dat was beter. Het waren stenen barakken, geen tochtige tenten. Maar ze moesten er weg. Defensie wilde de plek toch weer gebruiken. Voor schietoefeningen.

Democratie, een zuurstofbel

20 jaar lang was er een democratie in Afghanistan. In die zuurstofbel zijn deze vrouwen opgegroeid en hebben ze meegewerkt aan verandering. Verandering ten goede. Meer meisjes naar school, betere gezondheidszorg, meer inspraak en invloed van vrouwen in bestuur. Tuurlijk, er was oorlog. En heel veel ellende. Maar de zware putdeksel die nu ligt op het land, smoort hoop en maakt het erg donker.

Het blijft eventjes stil als ik in de refter vraag hoe ze kijken naar hun toekomst. Eerst maar eens bevallen en dan hopen dat ik niet meer in het kamp zit, zegt de een. En de jongste: dit is tijdelijk, wij komen hier doorheen, we zijn sterk.

Als ik ze uitnodig bij mij thuis, kijken ze blij, maar voelen zich ook ongemakkelijk. Dan blijkt dat ze de euro’s niet hebben voor een treinkaartje. Daar komen we wel uit, zeg ik met een glimlach.

Van binnen scheld ik op alles wat de wereld naar de gallemiezen helpt.