Sla het menu over en ga direct naar de content van deze pagina. Sla het menu over en ga direct naar zoeken.
Cordaid EN
Noodhulp

Honger en voedselhulp in Zuid-Soedan: ‘We moeten de regen voor zijn’ 

De Verenigde Naties slaan alarm: voedselonzekerheid en honger nemen in 13 landen schrikbarende vormen aan. Cordaid biedt hulp in 10 van die landen. In één ervan, Zuid-Soedan, zet Tesse Bijleveld alles op alles om snel voedselhulp op gang te krijgen. Voordat het regenseizoen hulp zo goed als onmogelijk maakt.

Regelrechte hongersnood

Hunger Hotspots’ heet het rapport van het Wereldvoedselprogramma en de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties. Het is een prognose tot medio dit jaar die acute voedselonzekerheid en dreigende hongersnoden wereldwijd in kaart brengt. En die aanspoort tot actie.

Twee landen springen eruit: Yemen en Zuid-Soedan. Voedselonzekerheid heeft daar in bepaalde delen het hoogste niveau bereikt: IPC5. Geen crisis, geen noodsituatie, maar regelrechte hongersnood.

Oorzaken en oplossingen

Zowel in Yemen als Zuid-Soedan heeft honger eenzelfde combinatie van oorzaken. En eigenlijk geldt dat voor alle landen die rood kleuren op de hongerkaart van de wereld. Zoals Afghanistan, Syrië en de Centraal Afrikaanse Republiek. Gewapend conflict, klimaatgeweld, mensen die daarvoor massaal op de vlucht slaan, een ingestorte economie én de gevolgen van de coronapandemie. Die combinatie van elkaar versterkende factoren zorgt voor dodelijke voedseltekorten. ‘Drivers of hunger’ noemen ze dat in het Engels. Het is een ijzeren neerwaartse spiraal.

Honger bestrijd je dus door conflicten op te lossen. Door wereldwijd een daadkrachtiger klimaatbeleid te voeren, ook in Nederland. Door te werken aan beter bestuur en rechtsorde op plekken waar het daar aan schort. Aan betere en eerlijke voedselproductie. Aan een economie die duurzamer draait en waarin kleine boeren alle kansen krijgen. Want zij voeden monden en houden markten overeind waar dat het hardste nodig is.

Op al die terreinen zet Cordaid zich in. En als overstromingen hele markten, akkers en graasgronden onder water zetten, dan bieden we noodhulp.

Noodhulpactie in Pibor

In Pibor, een afgezonderde plattelandsstreek in het oosten van Zuid-Soedan, zit Tesse Bijleveld om dat laatste te doen. Samen met Zuid-Soedanese collega’s en andere hulpverleners uit het land gaan ze voedselpakketten verdelen en boeren voorzien van zaden en landbouwgerief. Ze doen dat met de regen op de hielen, want over een maand begint het regenseizoen.

De rode druppel op de kaart toont aan waar Pibor is: 

“Hier in Pibor zie je precies tot waar vorig jaar het water kwam”, zegt ze. Op markten, op schoolgebouwtjes, overal zie je de waterlijn. Menshoog. “Kinderen moeten echt op hun tenen staan, als ze mij de waterlijn aanwijzen.”

 

“Regen is eerst een zegen, daarna wordt het al gauw de hel.”

 

De zijarm van de Nijl die hier stroomt trad in 2019 ook al buiten haar oevers. “En toen kwam 2020. Vorig jaar was de watersnood heftiger dan in 1975, een jaartal dat hier dezelfde connotaties heeft als 1953 in Nederland”, legt Tesse uit.

Water en vuur

Met de landbouwgrond spoelde ook de oogst weg. Huizen, scholen, marktkramen, alles stond onder water. Waterputten, dé drinkwatervoorziening voor mens en vee, waren in één klap onbruikbaar. “Daarom zie je kinderen nu soms oppervlaktewater drinken, uit rivieren en plassen”, aldus Tesse.

Pibor, Zuid-Soedan. In het regenseizoen dat eraan komt dreigt dit gebied net als vorig jaar volledig onder water te staan.

 

Water en vuur, dat is letterlijk wat mensen in Zuid-Soedan over zich heen krijgen. Het water van overstromingen. En het vuur van steeds extremere droogte. “Zo gek, je ziet tot waar het water kwam, en tegelijk zie je hier de karkassen van gazelles en andere dieren. Omgekomen door de hitte en de droogte”, zegt Tesse. “Regen is eerst een zegen, daarna wordt het al gauw de hel”, verzucht ze.

Spanningen tussen gemeenschappen én tussen generaties

Maar ook het vuur van gewapend geweld. “Je hebt hier twee vormen van geweld”, legt Tesse uit. “Veeroof zorgt regelmatig dat de vlam in de pan slaat. Boeren van de ene gemeenschap roven dieren uit kuddes van een andere gemeenschap. Met vergeldingsacties tot gevolg. Gewapende lui branden soms huizen en dorpen plat. Of ontvoeren kinderen, ook dat gebeurt.”

 

“In en rond Verteth heb je duizenden ontheemde gezinnen en huishoudens. Ze zochten hier een veilig heenkomen. Het Wereldvoedselprogramma doet al veel om honger te bestrijden, maar niet hier. Daarom zitten wij er.”

 

Je hebt binnen dezelfde gemeenschap ook intergenerationele conflicten. “De hele samenleving is hier sterk op leeftijd gericht. Vooral mannen doen alles samen binnen hun leeftijdsgroep, van 15 tot 25, 25 tot 50 en de groep daarboven. Onderling staan die groepen op gespannen voet. Als iemand benadeeld wordt door iemand uit een andere ouderdomsgroep, dan is het ‘één voor allen, allen voor één’. Ze trekken snel de wapens en richten hun woede op een hele groep”, aldus Tesse.

Corona doet er nog een schepje bovenop

Covid-19 doet er nog eens een schepje bovenop. “Niet dat mensen hier mondkapjes dragen of zo. Maar de scholen zijn dicht. En de economische gevolgen van de pandemie zijn dramatisch. De grenzen met bijvoorbeeld buurland Oeganda waren lang dicht. Dat betekende nog minder eten, en minder spullen op de markt. De prijsstijgingen als gevolg hiervan maken de honger- en voedselcrisis alleen maar groter”, weet Tesse.

Tesse Bijleveld, net aangekomen in Verteth.

 

Het gevolg is dat mensen massaal op de vlucht slaan. Voor het water, voor het geweld, voor de honger. Onder andere naar Verteth, een gebied van 13 dorpjes waar de wateroverlast vorig jaar minder groot was. En waar Cordaid met de Peace Corps Organisation South Sudan nu een voedselhulpactie opzet.

“Hier in Pibor, in en rond Verteth, heb je duizenden ontheemde gezinnen en huishoudens. Dit is de plek waar ze een veilig heenkomen zochten. Het Wereldvoedselprogramma doet al veel om honger in Zuid-Soedan te bestrijden, maar niet hier. Het is ook ontzettend afgelegen. Daarom zitten wij er.”

Voedsel, maandverband en chloortabletten

Voordat eind april de hemelsluizen weer opengaan en Verteth over land amper nog te bereiken is, moet de hulpactie zijn uitgevoerd. “Voor 1000 gezinnen slaan we nu voedsel in, in de hoofdstad Juba. Genoeg om twee maanden een gezin te voeden. 90 kilo maismeel, 6 liter olie, 9 kilo bonen, een kilo zout. Per gezin, en dat twee keer.”

Schoolgebouw in Verteth. Het staat nu leeg vanwege corona. Sommige lege schoolgebouwen kan Cordaid later deze maand gebruiken voor de opslag van hulpgoederen.

 

Diezelfde gezinnen krijgen ook spullen om water te zuiveren, zoals chloortabletten, emmers en filterdoeken. En middelen om de eigen hygiëne een beetje op peil te kunnen houden. Maandverband bijvoorbeeld.

Zelf in voedsel voorzien

Maar mensen willen toch vooral ook zelf aan de slag en kunnen voorzien in hun eigen behoeften. De hulpactie voorziet 500 boerengezinnen dan ook van zaden en landbouwgereedschap. “Het gaat om zaden van snelgroeiende en extra voedzame gewassen, zoals okra, amarant en bonen”, licht Tesse toe. “Met onder andere schoffels en gieters kunnen gezinnen stukjes grond bewerken. De hengels, haken en netten die we uitdelen dienen voor de visvangst.”

De hulp richt zich op mensen en huishoudens die het minst goed in staat zijn om de crisissituatie het hoofd te bieden. “Zoals kindgezinnen, éénoudergezinnen met een vrouw aan het hoofd, alleenstaanden, ouderen, zieke mensen en mensen met een handicap”, aldus Tesse.

De markt in Verteth. Het aabod is karig. Te karig om een hulpactie op te zetten met voedselbonnen. Het voedsel moet worden aangevoerd uit de hoofdstad Juba.

 

Aanvankelijk was het de bedoeling om geen voedsel uit te delen, maar voedselbonnen. Zodat mensen zelf naar de markt konden gaan en ook lokale handelaren en boeren meer profijt hadden van de hulp. “Helaas is er daarvoor gewoon te weinig voedsel voorhanden op de markt in Verteth”, zegt Tesse.

Eén stukje landingsbaan stond nog droog

De hulpactie staat onder grote tijdsdruk. “Omdat de honger hier acuut is én omdat het regenseizoen over een paar weken begint. We weten allemaal wat er dan kan gebeuren.”

Metershoge waterstrepen op schooltjes, gebouwen en hoge tenten in Pibor maken dat maar al te duidelijk.

Pibor Town. Zuid-Soedanese collega hulpverleners van het Peace Corps Organisation South Sudan geven aan tot waar het water vorig jaar reikte. Dit is in de tent van hun eigen organisatie.

 

“Vorig jaar was Pibor door het water van de wereld afgesloten. Er stond nog net één stukje landingsbaan droog. Bewoners, vluchtelingen en hulpverleners hebben toen maanden in het water geleefd.”

Droppen is te duur

“De eerste voedseldistributie moet in de derde week van april gebeuren, de tweede midden mei. Hoe dan ook moeten we de duizenden kilo’s meel, olie, zout en bonen, de emmers, chloortabletten, zaden, het landbouwgereedschap en al het andere vóór mei op locatie hebben. Daarna is de kans op overstromingen gewoon te groot.

Als alles blank staat rond Verteth, op een paar plekken na waar mensen hun heil zoeken, dan is luchttransport een optie. “Maar voedsel en spullen droppen is zo duur, dat we te weinig geld zouden overhouden voor het voedsel. Bovendien weet je dan niet of de hulp aankomt bij wie dat het hardste nodig heeft. .”, legt Tesse uit.

Tesse is momenteel druk bezig met voorbereiding van de hulpoperatie. Timing en weersomstandigheden zijn allesbepalend.

Tesse Bijleveld in overleg met andere hulpverleners. De hulpactie vergt veel logistieke voorbereiding, maar staat ook onder grote tijdsdruk.

 

“Logistiek is de operatie over land in het droge seizoen al moeilijk genoeg. Met een truck rijden naar Verteth is nu al echt een avontuur”, weet Tesse uit ervaring. “Met een beetje regen worden kuilen onbegaanbare modderpoelen. Dan moet je overstappen op kleinere pick-ups, wat weer betekent dat je veel vaker heen en weer moet gaan om voedsel en materiaal ter plekke te krijgen.

“Kortom, we moeten de regen voor zijn. En dat gaat ons lukken”, voorspelt Tesse.

Meer hulp met steun van de Dutch Relief Alliance

De hulpactie in Verteth financiert Cordaid met eigen middelen. Kort voordat we het onlinegesprek met Zuid-Soedan afsluiten, krijgt Tesse goed nieuws. “Ik krijg net bericht dat we eenzelfde actie op touw kunnen zetten voor 1450 huishoudens met financiële steun van de Dutch Relief Alliance”, jubelt ze. Ze licht meteen haar Zuid-Soedanese collega’s in.

Wordt vervolgd

Het worden drukke weken in Pibor. Zodra de voedselpakketten, zaden, en het landbouw- en vismateriaal Verteth hebben bereikt, zullen we daarover berichten.

Help Cordaid om voedselonzekerheid en honger tegen te gaan

Doneer nu