Sla het menu over en ga direct naar de content van deze pagina. Sla het menu over en ga direct naar zoeken.
Cordaid EN
Noodhulp

Hulp aan terugkerende vluchtelingen in Syrië

In het voorstadje Dir Hafir van Aleppo is zeventig procent van de huizen beschadigd en tien procent totaal verwoest. Verpleegkundige Walaa Al Khalef laat zich hier omscholen tot loodgieter. Ze is één van de 350 vrouwen en mannen uit het stadje die met steun van Cordaid loodgieter, elektricien, schilder of specialist in het plaatsen van zonnepanelen worden

Geen haar op haar hoofd dat er ooit aan dacht om loodgieter te worden. Waarom zou ze, ze was toch verpleegkundige?

Maar de oorlog in Syrië gooide alles overhoop. Twee jaar lang trokken Walaa, haar man en haar twee jonge kinderen van schuilplek naar schuilplek. Toen het moordende oorlogsgeweld in Dir Hafir wat luwde, hakten ze de knoop door. Ze gingen -net als duizenden andere Syrische gezinnen in het afgelopen jaar- terug naar hun woonplaats van vóór de oorlog.

Terug naar huis

“Ondanks het feit dat er nog steeds oorlog is, willen mensen terug”, zegt Marten Treffers, Cordaids shelter expert en noodhulpcoördinator. Hij heeft de situatie drastisch zien veranderen. “Een paar jaar geleden draaide alles hier nog om overleven. Nog maar een jaar geleden kon je in het oude centrum van Damascus niet veilig over straat. Nu zitten er weer mensen op terrasjes. Ze willen de draad weer oppakken. Ze willen hun huizen weer in, of wat daarvan is overgebleven. Soms wappert de was aan een balkon van een woning die grotendeels in puin ligt. Waanzin. Maar het toont wel aan hoe graag mensen terug willen.”

Langzaam maar zeker komt het gewone leven weer op gang. Foto: Marten Treffers

 

Ook in Homs en Aleppo komen de economie en het publieke leven weer op gang. Al liggen delen van de stad daar nog letterlijk in puin. “Je rijdt er het ene moment langs volle terrasjes om een minuut later terecht te komen in een akelig stille wijk waar geen appartementsgebouw nog rechtop staat.”

Meer dan tweehonderd appartementen opgeknapt

In de grote steden gaat de terugkeer makkelijker. Daar vind je eerder werk, is eerder een school te vinden voor je kinderen. “Buiten de grote stad staat alles nog stil. Voor terugkeerders is dat veel lastiger”, aldus Marten.

Kijk naar een vlog van Marten Treffers over de situatie in Syrië:

Accepteer marketing cookies om dit item te bekijken of bekijk het op het desbetreffende externe plaform.

 

Dir Hafir, de woonplaats van Walaa en haar gezin, ligt op een uurtje oostwaarts rijden van Aleppo. Juist hier, waar de woningnood zo groot is en waar honderden gezinnen na jarenlange omzwervingen weer zijn teruggekeerd, wilde Cordaid iets doen.

Het eerste plan was om met Syrische partners en aannemers in rap tempo huizen te gaan opknappen. Dat mochten we als buitenlandse hulporganisatie helaas niet doen, omdat veel woningen niet of niet goed staan geregistreerd in het kadaster. “Voordat dat is geregeld ben je zo een jaar verder”, legt Marten uit. “Daar konden we niet op wachten. Die bouwplannen voeren we nu uit in Aleppo, waar het kadasterprobleem zich niet voordoet. We hebben er al meer dan tweehonderd appartementen opgeknapt. En ook in Homs hebben we twintig woningen en vier scholen weer bewoonbaar gemaakt.”

Eén grote praktijkruimte

En in Dir Hafir dan? Daar leidt Cordaid met hulp van een Syrische partnerorganisatie 350 terugkeerders op tot elektricien, loodgieter en schilder. Zo kunnen ze zelf aan de slag met het opknappen van hun eigen woningen en die van elkaar.

“Ons eigen huis heeft geen deuren en ramen meer en ook geen wc. En de hele inboedel is geplunderd toen we op de vlucht waren. Als ik straks klaar ben met de opleiding ga ik zorgen dat er weer water stroomt in ons eigen huis.”

Walaa Al Khalef

De opleidingen duren drie maanden. Voor de theorielessen hebben we een apart opleidingscentrum. Voor de rest is het zwaar verwoeste stadje natuurlijk één grote praktijkruimte. Geen betere plek om te leren klussen dan oorlogsgebied.

Snakken naar een eigen plek

Alle cursisten komen uit hetzelfde stadje. “Dat maakt dit project bijzonder”, vindt Marten. “Deelnemers kennen elkaar en hebben vaak hetzelfde meegemaakt. Veel gezinnen vinden nu onderdak bij vrienden of kennissen, omdat hun eigen huizen nog onbewoonbaar zijn. Ze snakken naar een eigen plek en zijn dan ook zeer gemotiveerde leerlingen.

Het mooie is dat ze hun nieuwe expertise met elkaar kunnen delen. Natuurlijk gaan ze eerst aan de slag in hun eigen huizen. Maar het is de bedoeling dat loodgieters, schilders en elektriciens ook elkaar gaan helpen. En dat ze met hun nieuwe vaardigheden extra inkomen gaan krijgen. Dat is echt broodnodig.”

Ook opvallend is het relatief grote aantal vrouwelijke deelnemers, bijna zestig. “Vooral op het platteland is dat uitzonderlijk”, zegt Marten. “De meeste vrouwen durven of mogen buitenshuis niet zomaar op eigen houtje handelen.”

De vrouwelijke cursisten zijn pioniers

En juist vrouwen kunnen de cursussen goed gebruiken. Ze staan er vaak alleen voor. Hun mannen zijn omgekomen of vermist. Ze houden zich vaak schuil omdat ze anders het leger in moeten. Dan zouden ze moeten deelnemen aan een conflict waarvoor ze eerder juist op de vlucht waren geslagen.

“De vrouwelijke cursisten zijn pioniers”, vindt Marten. “Ze doorbreken taboes en rolpatronen.” Walaa Al Khalef is één van die pioniers. Naast haar werk als verpleegkundige leert ze nu ook buizen fitten, bochten trekken en leidingen leggen. “Dat is geweldig”, ervaart ze.

Walaa Al Khalef in opleiding tot loodgieter in Dir Hafir. Foto: Marten Treffers

 

Walaa voelt zelf ook aan dat het een voordeel is vrouw te zijn in haar nieuwe beroep. Ze kan ongestoord klussen uitvoeren in de vele woningen van alleenstaande vrouwen in Dir Hafir en omstreken. “Als man kom je daar minder makkelijk over de vloer. Soms hebben taboes zo hun voordelen.”

Ook haar eigen huis wacht een grondige renovatie. “Ons gezin woont nu nog in bij mijn schoonouders. Ons eigen huis heeft geen deuren en ramen meer en ook geen wc. En de hele inboedel is geplunderd toen we op de vlucht waren. Als ik straks klaar ben met de opleiding ga ik zorgen dat er weer water stroomt in ons eigen huis.” Walaa heeft een weids perspectief. “Ik wil de eerste vrouwelijke loodgieter worden in de regio”, zegt ze.

Aan zelfvertrouwen ontbreekt het haar niet, en een neus voor zaken heeft ze ook. “Wie zegt me dat dat niet gaat lukken? Genoeg te doen hier, met al die kapotte huizen. Iedereen wil gewoon een toilet dat werkt.”

Dit artikel komt uit het Cordaid-magazine Zin geven


Wil je Zin geven ook thuis ontvangen? Word dan nu vaste donateur van Cordaid!

Doneer nu