Sla het menu over en ga direct naar de content van deze pagina. Sla het menu over en ga direct naar zoeken.
Cordaid EN
Gezondheidszorg

Kamerlid GroenLinks: “Ik ben optimistisch over wat we kunnen bereiken in ontwikkelingslanden.”

Een groep parlementariërs is in juli naar Ethiopië en Oeganda afgereisd, onder andere om projecten van Cordaid te bezoeken. Na terugkomst spraken we met Tweede Kamerlid voor GroenLinks Isabelle Diks over haar ervaringen. “Er moet een tweesporenbeleid komen: een lange termijnstrategie en nú praktische gezondheidszorg bieden aan de mensen die dat het hardste nodig hebben.”

Haar eerste reis naar Sub-Sahara Afrika maakte grote indruk. In de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba bezocht ze een door Cordaid ondersteunde kliniek voor baarmoederhalskanker.

“Het was erg confronterend om te zien hoe de situatie daar is voor veel mensen”, vertelt Diks, die zich in de Tweede Kamer bezighoudt met de portefeuilles buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking. “Toegang tot goede zorg is problematisch, net als de beschikbaarheid van medicijnen. De afstanden zijn vaak enorm. Als je op het platteland woont en je wordt ernstig ziek, dan heb je een groot probleem.”

De RBF-methode

Diks en de andere Kamerleden, waaronder Raymond de Roon (PVV), Mustafa Amhaouch (CDA), Achraf Bouali (D66), Kirsten van den Hul (PvdA), Chris Stoffer (SGP) en griffier Eva Meijers, maakten in Ethiopië kennis met de RBF-methode (results-based financing) van Cordaid.

Met deze beproefde financieringsmethode worden klinieken pas uitbetaald met hulpgeld als vooraf bepaalde resultaten zijn behaald. Zo wordt het personeel gestimuleerd om bijvoorbeeld meer zwangere vrouwen op controle laten komen of om de patiëntgegevens beter te registreren.

“Meisjes worden soms op hun twaalfde al uitgehuwelijkt aan een of andere oude viezerik. Vervolgens kunnen die meisjes een ernstige ziekte oplopen van hun eigen man.”

“Ik heb gezien hoe Cordaid het aanpakt in Ethiopië. De RBF-methode is duidelijk succesvol. Het is mooi om te zien hoe de klinieken na verloop van tijd heel goed zelfstandig kunnen opereren. Ik heb gesprekken gevoerd met mensen van het Ministerie van Gezondheidszorg daar en ook zij waren erg te spreken over de methode.”

Ondanks deze stappen in de goede richting is toegang tot goede gezondheidszorg voor veel mensen nog altijd geen vanzelfsprekendheid. Diks: “Mijn bezoek aan een vluchtelingenkamp in Oeganda heeft me heel erg met de neus op de feiten gedrukt. Hoewel er ook goede dingen gebeuren op het gebied van hulp voor levensonderhoud, zie je hoe ongelooflijk groot de kloof tussen arm en rijk daar werkelijk is.”

Seksuele gezondheid

“Ik maak me ook erg druk over de rechten van vrouwen en meisjes. Gelukkig geeft Nederland veel steun aan projecten voor seksuele en reproductieve gezondheidszorg en rechten. Maar er zijn nog zoveel misstanden. Kindhuwelijken bijvoorbeeld. Meisjes worden soms op hun twaalfde al uitgehuwelijkt aan een of andere oude viezerik. Vervolgens kunnen die meisjes een ernstige ziekte oplopen van hun eigen man. Hele bevolkingsgroepen kunnen zo besmet raken met ernstige ziektes als HIV/AIDS. Daar moeten we iets aan doen.

“Als ik kinderen zie die aan hun lot overgelaten in de modder zitten, dan denk ik: die hebben echt geen tijd om te wachten totdat wij het hier eens zijn over wat we moeten doen.”

Ik ben optimistisch over wat we kunnen bereiken in ontwikkelingslanden. Kijk maar eens naar een ziekte als polio. Het komt hier en daar nog wel voor, maar door wereldwijd samen te werken is dat over de hele linie een vrij zeldzame ziekte geworden. Ik heb goede hoop dat dat ook gaat lukken met HIV/AIDS.”

Niet concurreren maar samenwerken

Wat is daarvoor nodig volgens de betrokken parlementariër? “Op zich ziet de Nederlandse overheid allang heel goed het belang in van het verbeteren van gezondheidszorg in ontwikkelingslanden. Nu is het belangrijk dat de grote wereldfondsen en organisaties de koppen bij elkaar steken. Ik zie weleens dat die fondsen elkaar beconcurreren of elkaar tegenwerken. Dat kan niet de bedoeling zijn. Om een grote slag te maken, móeten we samenwerken.

Als ik kinderen zie die aan hun lot overgelaten in de modder zitten, dan denk ik: die hebben echt geen tijd om te wachten totdat wij het hier eens zijn over wat we moeten doen. Daarom zou er een tweesporenbeleid moeten komen. Aan de ene kant moeten we een lange termijnstrategie ontwikkelen om de gezondheidszorg in ontwikkelingslanden blijvend te verbeteren en aan de andere kant moeten we nú praktische gezondheidszorg bieden aan de mensen die dat het hardste nodig hebben.”