Sla het menu over en ga direct naar de content van deze pagina. Sla het menu over en ga direct naar zoeken.
Cordaid EN
Cordaid

NAVO-troepen verlaten Afghanistan: “We kunnen het land niet aan zijn lot overlaten”

Na twintig jaar komt er deze week een einde aan de Nederlandse militaire aanwezigheid in Afghanistan. Hulporganisaties zien de terugtrekking van de NAVO-troepen uit het verscheurde land met grote zorgen aan. Jaap van Hierden, directeur van het Cordaid-kantoor in hoofdstad Kaboel, geeft antwoord op de meest prangende vragen over de nieuwe Afghaanse werkelijkheid.

Cordaid Afghanistan
Een gezin van Afghaanse ontheemden. Beeld Frank van Lierde/Cordaid

De NAVO-troepen, inclusief Nederland, verlaten Afghanistan en er zijn berichten dat de Taliban terreinwinst maakt. Hoe kijk je naar deze ontwikkelingen?
“We zien een hernieuwd offensief van de Taliban om gebieden ter veroveren en de moraal van het Afghaanse leger te testen. Maar dat is niets nieuws. We zien jaarlijks een offensief. Met minimale militaire middelen is het makkelijker om een gebied te veroveren dan het te behouden. We zien wel dat het huidige offensief sterker is dan normaal en dat de Taliban districten in de buurt van grote steden probeert te veroveren.

Ik denk niet dat de Taliban een militaire overwinning kan behalen. Ze kunnen Afghanistan wel in een burgeroorlog storten, waar het moeilijk weer uit zal komen. Uiteindelijk denk ik dat de Taliban van plan is terug aan de onderhandelingstafel te komen om zo hun net verkregen legitimiteit op het internationale toneel te behouden.”

En wat betekent het vertrek van de NAVO-troepen voor de moraal van het Afghaanse volk?
“Afghanen raken gedemoraliseerd en voelen zich opnieuw in de steek gelaten door de internationale gemeenschap. We zien dat opgeleide Afghanen, die een belangrijke rol hebben gespeeld bij de opbouw van het land, overwegen Afghanistan te verlaten.

Mensen hier vrezen dat de internationale gemeenschap ze aan hun lot overlaat en ook de financiering voor ontwikkelingsprojecten gaat stoppen. Om die reden vragen we aandacht bij de Nederlandse overheid, en andere belangrijke donoren, voor het feit dat de klus nog lang niet is geklaard en dat de geboekte positieve resultaten op het gebied van ontwikkeling niet onomkeerbaar zijn. We kunnen het land niet aan zijn lot overlaten.”

 

“Het interessante is dat als je met Afghanen praat, ze toch – ondanks alles – positieve elementen blijven zien en zeker niet terug willen naar de situatie van twintig jaar geleden.”

 

Hoe belangrijk is het om de jonge generatie in Afghanistan vooruit te blijven helpen?
“Juist jongeren maken me optimistisch. Die zijn na 2001 opgegroeid en zijn naar normale scholen gegaan waar ze niet hebben geleerd hoe je een geweer schoonmaakt en schiet. Het is een generatie die actief is op sociale media en een normaal leven wil leiden.

We moeten deze jongeren de kans geven om het bestuur in het land over te nemen, terwijl de volgende generatie naar school gaat. Zo kunnen we ervoor zorgen dat het land niet weer uit elkaar valt.”

Cordaid Afghanistan

Jaap van Hierden (links) tijdens een bijeenkomst over de betrokkenheid van vrouwen in het Afghaanse vredesproces.

Kun je uitleggen hoe Cordaid in Afghanistan blijft werken, zelfs onder deze moeilijke omstandigheden?
“Wij zijn gewend aan onzekerheid en actieve strijd. Wij werken al in de gebieden waar gevochten wordt en hebben zowel met regeringsinstanties als met de Taliban te maken. Een aantal dagen geleden hebben we bijvoorbeeld in Kunduz noodhulp verleend aan 485 families die de opgelaaide gevechten ontvlucht waren. We zijn we van plan om door te blijven werken, om de noden aan te pakken, om te helpen bij stabilisering en vrede en om de ontwikkeling op gang te houden.

Het helpt wellicht dat wij de gevoeligheden in het conflict kennen en niet afhankelijk zijn van buitenlanders. Ons team bestaat uit Afghanen en we werken veel met lokale organisaties die goede toegang hebben tot gebieden die betwist worden.”

 

“Ik hoop dat de geopolitieke krachten tot bezinning komen en de Afghanen de kans zullen geven hun land weer op poten te zetten.”

 

Kun je ook voorbeelden geven van de vooruitgang die is geboekt in de afgelopen twintig jaar?
“Het interessante is dat als je met Afghanen praat, ze toch – ondanks alles – positieve elementen blijven zien en zeker niet terug willen naar de situatie van twintig jaar geleden. Objectief gezien is er ook sociaaleconomische vooruitgang geboekt. Afghanistan staat er beter voor dan in 2001. Maar het kan ook snel weer terugvallen als de internationale gemeenschap het land de rug toekeert.

De gezondheidszorg is enorm verbeterd, kinderen hebben de kans gekregen om naar normale scholen te gaan en veel vrouwen hebben een volwaardige rol in de samenleving, als politicus, als ondernemer, als academicus of als mensenrechtenactivist. Jongeren willen niet langer vechten en hopen op een goede toekomst voor zichzelf. Zij zijn actief zijn op het Internet en progressieve kinderen van voormalige warlords zoeken actief naar vrede.

Maar het allerbelangrijkste is misschien wel de verankering van mensenrechten en sociaaleconomische rechten in de grondwet en andere wetten. Vandaar ook de nadruk die wij, en de Nederlandse overheid, leggen op het koesteren van deze verworvenheden. Die zijn de beste garantie zijn voor Afghaanse mannen én vrouwen om de toekomst met vertrouwen tegemoet te gaan.

Ik hoop dat de geopolitieke krachten tot bezinning komen en de Afghanen de kans zullen geven hun land weer op poten te zetten. Dat is geen zekerheid. Maar een onbestuurd en chaotisch Afghanistan is niemands belang.”