Sla het menu over en ga direct naar de content van deze pagina. Sla het menu over en ga direct naar zoeken.
Cordaid EN
Noodhulp

Aleppo: het verhaal van een zwaargewonde stad

Alarmerende nieuwsberichten uit Aleppo volgen elkaar in rap tempo op. De stad lijdt op dit moment onder een van de zwaarste geweldsuitbarstingen sinds het begin van de oorlog in Syrië. Terwijl de raketten en bommen door de telefoon hoorbaar vernielingen aanrichten, spreken we met een noodhulpverlener en inwoner van een stad in crisis.

Noodhulpcoördinator Adnan woont vanaf zijn 15e in Aleppo en is ondanks alles altijd in zijn woonplaats gebleven. Hij probeert de overgebleven inwoners te helpen. Zoveel hij kan. Ook zoekt hij naar mogelijkheden om nieuwe projecten op te starten, ook voor Cordaid.

“Als we een uur lang geen explosies hebben gehoord, dan beginnen we ons pas echt zorgen te maken.”

Hoewel hij vaak dekking moet zoeken als de zoveelste mortiergranaat nieuwe wonden snijdt in de toch al gehavende stad, vindt hij de tijd om zijn visie te geven op de huidige situatie. “De laatste paar dagen hebben we lange uren moeten doorbrengen in een schuilkelder”, vertelt hij. Zijn woorden klinken bijna onnodig verontschuldigend. Hij reageert op het feit dat het wat moeilijk was om met hem in contact te komen de laatste paar dagen.

Het leven gaat door
Adnan woont en werkt onder extreem moeilijke omstandigheden. Maar als je hem vraagt over het dagelijks leven in Aleppo, lijkt hij opvallend gelaten: “Na jaren van oorlog zijn we gewend geraakt aan de situatie. Het heeft niet eens zoveel invloed meer op ons leven. Het leven gaat gewoon door. Mensen gaan naar hun werk en ze doen hun boodschappen. Als een granaat ergens op een plein terechtkomt, begint iedereen te rennen voor zijn leven. Maar kort daarna gaan de winkels weer open en keert het normale leven terug.”

Toch worden Adnan en de andere inwoners van Aleppo iedere dag geconfronteerd met onvoorstelbare uitdagingen. “We zitten al drie dagen zonder elektriciteit en water. Dat gebeurt minstens één keer per maand, als het water- en elektriciteitsnetwerk wordt vernietigd tijdens een gewapend conflict. Sommige mensen hebben zelf generatoren en verkopen elektriciteit op straat, tegen zeer hoge prijzen. Je vindt ze overal in de stad, maar voor veel mensen is die elektriciteit onbetaalbaar. Met 1000 Syrische pond (€ 4,18 euro) kun je een gloeilamp brandend houden in huis, maar als je een koelkast of andere apparaten wilt gebruiken, kost dat heel veel geld. Hetzelfde geldt voor water. Het is beschikbaar, maar alleen voor degenen die het zich kunnen veroorloven.”

En voedsel? Is er voldoende te eten?
“Zolang de wegen toegankelijk zijn voor leveringen, en dat zijn ze op het moment, is er voedsel beschikbaar. Maar als de stad wordt belegerd, schieten de prijzen omhoog. Een kilo tomaten kost dan 2000 Syrische pond (€ 8,36). Dat is echt heel veel hier.”

Food kits distribution 2Voedseldistributie in Aleppo.

Terwijl Adnan aan het vertellen is, klinken de explosies op de achtergrond angstaanjagend dichtbij. “Kun je dat horen?”, vraagt hij. “Die geluiden zijn onderdeel van het leven hier geworden. Het kan niemand meer wat schelen. We blijven gewoon doen wat we doen. Als we een uur lang geen explosies hebben gehoord, dan beginnen we ons pas echt zorgen te maken. ‘Wat is er aan de hand? Waarom is het zo stil?’, vragen we ons dan af.”

Nog een explosie. De luidspreker van de telefoon kraakt. De knallen worden steeds luider.

Ben je veilig Adnan?
“Oh ja, maak je geen zorgen. Ik weet precies in welke richting de kanonnen staan gericht. Maar ik ben me ook bewust van het feit dat er ieder moment iets kan gebeuren. Mensen lopen hier gewoon rond terwijl de kogels uit de lucht vallen. Ze besteden er niet eens veel aandacht aan. Maar sommige kogels exploderen wanneer ze de grond raken, of een ander voorwerp, zoals een persoon. Dat zijn de ergste. Als dat gebeurt, raken mensen ernstig gewond.”

“Als we onze familie gedag kussen en de deur achter ons dichtdoen om de straat op te gaan, weten we niet of we wel terug naar huis zullen komen die dag. Dat is een realiteit waar we mee hebben leren leven.”

En toch gaat het leven gewoon door, zeg je?
“Jazeker. Kinderen gaan nog steeds naar school. Hoewel de omstandigheden verre van ideaal zijn. De meeste scholen zijn gesloten, dus kinderen moeten die paar scholen die nog open zijn met elkaar delen. Dan krijg je 50 tot 60 kinderen opgepropt in een klaslokaal. Dat komt het onderwijssysteem niet echt ten goede. Maar ze gaan in ieder geval naar school. Dat is natuurlijk heel erg belangrijk.”

Hoe zit het met ziekenhuizen? Zijn die nog steeds operationeel?
“Er zijn twee openbare ziekenhuizen over waar mensen heen kunnen gaan. Maar die hebben niet de capaciteit om zoveel mensen te behandelen. Er is een ernstig gebrek aan medische professionals, omdat veel van hen het land zijn ontvlucht. De operaties worden nu vaak uitgevoerd door geneeskundestudenten. Na een bombardement stroomt het ziekenhuis vol met gewonden. Een goede behandeling is dan vaak niet mogelijk, dus amputeren ze de gewonde ledematen. Dat is dan efficiënter op dat moment.”

Birth hospital targeted by a missleEen verwoest verloskundig ziekenhuis in Aleppo.

Heb je zelf kinderen die opgroeien in Aleppo?
“Ik heb een 4-jarige dochter. Ze gaat naar de kleuterschool. En mijn vrouw is zwanger.”

Ben je dan niet voortdurend bezorgd?
“Dat is iedere Syriër. Wanneer we wakker worden, als we onze familie gedag kussen en de deur achter ons dichtdoen om de straat op te gaan, weten we niet of we wel terug naar huis zullen komen die dag. Dat is een realiteit waar we mee hebben leren leven. We doen ons werk en we gaan naar de markt. We besteden veel tijd samen, we kijken tv, we ontmoeten elkaar in restaurants of cafés en hebben plezier met elkaar. Soms gaan we op vakantie naar het strand. En daarna gaan we weer terug naar de hel.”

Maar als het een hel is, waarom ga je dan weer terug?
“Het is mijn hel. Het klinkt misschien vreemd, maar ik hou van deze hel. En ik blijf geloven dat het morgen weer beter zal zijn. Ik wil hier zijn om te helpen. De meeste van mijn vrienden en familie hebben het land verlaten, maar ik blijf hopen dat de situatie zal verbeteren. Wanneer de crisis voorbij is, zal het nog jaren duren voordat de stad de oude is. Wat het ook moeilijk maakt is, en het doet me pijn dit te zeggen, dat sommige mensen hier profiteren van de situatie. Als een gebouw wordt geraakt, beginnen ze meteen de huizen te plunderen. Daar kan ik me echt heel kwaad om maken.

Maar geloof het of niet, ik zie ook veel goede dingen om me heen. Voor de oorlog zou niemand er hier aan denken om bij een ngo te gaan werken als vrijwilliger. Ze zouden veel te bezorgd zijn om hun salaris. Nu hebben sommige organisaties meer dan 50 vrijwilligers in dienst. Ik zie veel jonge mensen die nu juist anderen willen helpen. Er komt ook veel goeds uit deze situatie.”

(De naam in het artikel is om veiligheidsredenen gefingeerd)