Sla het menu over en ga direct naar de content van deze pagina. Sla het menu over en ga direct naar zoeken.
Cordaid EN
Noodhulp

Blog: Regina, koningin in Wau  

Het is een komen en gaan op het kantoor van Cordaid in Juba. Buiten is het bloedheet en tegelijk hoor je de donder. Onze gezondheidszorgmensen, waterexperts, noodhulpers en lobby- en advocacy-collega’s zijn druk in de weer. Afstemmen met andere hulporganisaties en instanties in de hoofdstad, maar vooral peilen wat de situatie is in onze projectlocaties in de rest van het land.

Corporate journalist Frank van Lierde reisde in oktober af naar Zuid-Soedan. In het door oorlog verscheurde land sprak hij de mensen achter het werk van Cordaid.

Het is oorlog hier. Elke dag is weer anders. Daanet ging de telefoon gaat in de noodhulpkamer. We krijgen bericht dat er weer 10.000 mensen op de vlucht zijn geslagen, hoog in het noorden, boven Aburoc. Nieuwe ontheemden, nieuwe vluchtroutes, elke dag. Twee miljoen mensen zijn intern ontheemd. Sommigen zitten in VN-kampen, anderen in spontaan ontstane opvangkampen. Twee miljoen mensen die wachten op vrede en zich intussen kapot werken.

Overleven

Geen drukkere baan dan overleven, heb ik gezien. Neem Regina. Zij is met wat geld van Cordaid – nog geen 100 dollar – en na een korte training, een eigen theewinkeltje begonnen in het grote VN-kamp in Wau (40.000 ontheemden). De voedselbonnen die ze eerts kreeg van Cordaid, hoefde ze niet meer. Liever zelf wat verdienen.

“Als iedereen dood gaat, hebben jullie geen land meer om de baas over te zijn.”

Ik spreek haar, haar moeder en haar dochter in hun kleine, lage, donkere en snikhete noodwoning. Mannen zie ik niet. TRegina is gescheiden en haar vader is omgekomen in de oorlog. Terwijl het zweet van mijn lijf gutst, bewerkt oma rustig pinda’s om er de pasta van te maken die ze hier in het kamp verkoopt. Regina maakt alles klaar voor de thee die ze verkoopt in één van de tientallen krakkemikkige kraampjes in het kamp. En de dochter is bezig met het maken van sponsjes uit nylondraad. Ook voor de verkoop.

Koningin

Overleven en toch nog kunnen sparen, misschien een dollar per dag, dat is hun streven. “Wie weet kunnen we weg hier, ooit, en dan hebben we tenminste iets om – ergens waar de oorlog niet is – een huisje te bouwen”, zegt Regina. Weer een nieuw oord. Zonder man, zonder zoon, zonder vader, zonder grootvader. “Maar als we geluk hebben, wel met z’n drieën”, zegt ze. Regina, dat is toch Latijn voor ‘koningin’? Ze heeft haar naam niet gestolen.

Regina aan het werk in haar eigen zaak. Foto: Frank van Lierde

Intussen bespreken Enkas en zijn collega Vivian in de noodhulpkamer van Cordaid in Juba wat we kunnen doen voor de nieuwe stroom ontheemden. In de eerste plaats betekent dat: erheen gaan, noden in kaart brengen, en kijken hoe we het werk kunnen verdelen met andere organisaties, als die al in het gebied aanwezig zijn. Vivian gooit haar agenda om. Geen kantoorwerk de komende dagen – maar met tent en matje reizen door een gebied waar oorlog de boel op z’n kop zet.

Schieten

Ook hier in Juba is het voortdurend opletten geblazen. Een collega vraagt onze veiligheidsadviseur wat er vannacht is gebeurd in de wijk waar zij woont. Het schieten hield langer aan dan gewoonlijk, dus dook ze maar onder haar bed. Onze veiligheidsman checkt contacten en websites. Helaas, niets bijzonders. “Maar je had me moeten bellen vannacht”, zegt hij.

Lees ook het uitgebreide verslag over de hulp van Giro555 en Cordaid in Zuid-Soedan

Lees meer

Onveiligheid. Ik denk aan Natalina, één van de 40.000 mensen in het VN kamp bij Wau. Rond gezicht, stralende ogen. Ze vertelde me hoe ze op een dag alle moed bij elkaar raapte en met 20 andere vrouwen uit haar dorp stapte naar de gewapende oppositie leider die het dorp onder controle hield. “Jullie willen de baas zijn van een land,” zei ze hem. “Maar als iedereen dood gaat, hebben jullie geen land meer om de baas over te zijn. Wat is het nut om ons hier in ons dorp gevangen te houden. Iedereen gaat hier dood van de honger.”

Barometer-methode

En ze mochten gaan, te voet, naar het VN-kamp. Na dagen lopen kwamen ze aan. Ze vertelde me hoe ze dat zonder Cordaid niet had klaargespeeld. “Wij waren eerder al getraind door Cordaid, in wat jullie de Barometer-methode noemen. Een training die vrouwen helpt om zich te verenigen, zichzelf te beschermen en hun eigen veiligheid te organiseren. Daarom durfden wij op te staan en met die gewapende oppositieleider te onderhandelen. Zonder ‘Barometer’ hadden wij hier niet gezeten.”

Laat niemand mij nog vertellen dat hulp afhankelijk maakt. Of erger nog: lui.

Haar man is nog thuis, in de gevangenis van het dorp. Te oud en te ziek om mee te gaan. De jonge moeders die naast haar zitten, sommigen met baby op schoot, gingen mee met Natalina, die ene dag. Eén is weduwe, de andere weet niet waar haar man is.

Grootmoeder

Ik denk aan de grootmoeder die ik ontmoette op de kinderafdeling van het ziekenhuis in Wau dat Cordaid steunt. Zeven maanden oud was de kleine op haar schoot. Ondervoed. In het ziekenhuis deden ze alles om de baby in leven te houden en aan te laten sterken. En dat lukt. Elke dag een paar grammetjes meer.

Oma geeft het kind de borst. Toen ze moesten vluchten, vertelt ze in een paar simpele zinnen, is haar dochter, de moeder van het kind, gedood door kogels. Oma liep verder met het kind, dagenlang. Eerst naar het VN opvangkamp. Toen snel naar het ziekenhuis, want de baby was de dood nabij. En daar zit ze nu, in het ziekenhuis, met een slapende baby op schoot. Naast haar zit de andere grootmoeder. “We doen het samen”, zegt Natalina. “Samen brengen we hem groot.”

Laat niemand mij nog vertellen dat hulp afhankelijk maakt. Of erger nog: lui. Deze vrouwen hebben meer power in hun pink, dan ik heb in mijn hele lichaam. Of in mijn geest.