Sla het menu over en ga direct naar de content van deze pagina. Sla het menu over en ga direct naar zoeken.
Cordaid EN
Gezondheidszorg

Traumahulp in Sinjar: werk van lange adem

In de zomermaanden keerden veel jezidi’s terug naar Sinjar, de stad waar IS ze zes jaar geleden uit verdreef. Cordaid verleent er al een paar jaar geestelijke gezondheidszorg. Is er genoeg opvangcapaciteit voor de vaak getraumatiseerde terugkeerders? En hoe verleen je traumahulp als gewapend conflict én corona stokken in de wielen steken?

We stelden deze en andere vragen aan onze collega Hala Sabah Jameel, expert geestelijke gezondheidszorg en Ahmed Qaradaghi, directeur van AAF, de partnerorganisatie die met Cordaid een GGZ afdeling runt in het ziekenhuis van Sinjar. Beiden wonen en werken in Erbil, hoofdstad van de Koerdische Regio in Irak, op een paar uur rijden en een tiental checkpoints van Sinjar vandaan.


Sinjar, stad in het noordoosten van Irak, tegen de Syrische grens.

 

Sinjar, thuishaven van het jezidi-volk, ligt in de betwiste strook land in Noord-Irak net onder de Koerdische Regio, waar al eeuwen Koerden, Turkmenen, Jezidi’s en andere niet-Arabische bevolkingsgroepen wonen. Ook tijdens de oorlog tegen IS, van 2013 tot 2017, streden het Iraakse leger, de Koerden en andere partijen hier om de controle.

Bron van conflict

Tot op de dag van vandaag blijft dit stukje Irak een bron van conflict. En de stad Sinjar heeft de pech om binnen dit gebied nog van extra strategisch belang te zijn: het ligt dicht bij olie- en gasvelden, heeft hoge bergen, ligt vlakbij Syrië. In die bergen zitten nog steeds duizenden vluchtelingen in tentjes te wachten op betere tijden. Maar ook cellen van IS houden zich schuil in het bergmassief en PKK strijders gebruiken de bergen in het noordoosten als basis voor aanvallen.

 

“In Sinjar gaat de wederopbouw veel langzamer omdat we midden in betwist gebied zitten.”

Ahmed Qaradaghi

 

“In Sinjar heb je minstens zes gewapende partijen die wedijveren om macht en invloed”, zegt Ahmed Qaradaghi. Denk aan de lokale politie, Iraakse legertroepen, milities die worden aangestuurd door Iran, de Koerdische PKK. Maar ook milities van jezidi’s die zich beter willen beschermen en alles willen doen om niet nog eens door IS of andere fanatiekelingen te vervolgd en vermoord.

Ahmed Qaradaghi in de oude binnenstad van Sinjar. © Enlightors

Ook internationaal is dit gebied al jarenlang een strijdtoneel. Denk aan de duizenden Amerikaanse troepen die hier tot voor kort waren en die zich nu langzaam terugtrekken. Of aan Turkije. In de zomer voerde dat land boven Sinjar nog luchtaanvallen tegen de PKK.

 

Opvallend is dat er afgelopen maanden, midden in de lockdown periode, grote pieken waren in het aantal terugkeerders.

 

De ellende en de armoede onder de bevolking is groot en het einde van het conflict is niet in zicht. Sterker nog, de armoede voedt het conflict. Ahmed Qaradaghi: “Veel jonge jezidi’s nemen de wapens op en sluiten zich aan bij een militie om de eenvoudige reden dat ze zo wat kunnen verdienen. Andere bronnen van inkomsten of perspectieven zijn er gewoon niet.”

Om de zoveel tijd escaleert het geweld in en rond Sinjar. “Neem de Turkse luchtaanvallen in juni. Die hebben de instabiliteit alleen maar vergroot”, volgens Qaradaghi. “PKK cellen namen de vlucht. Wat wellicht het doel was, maar andere gewapende groepen springen in het gat. In dit geval slapende IS cellen, die na de militaire nederlaag van 2017 de bergen in waren gevlucht.”

De terugkeer van IS, het is de grote schrik in Sinjar. Er is geen jezidi die niet een gruwelverhaal met zich meedraagt waarin IS de hoofdrol speelt.

Deze arena van trauma en conflict in Sinjar is één van de plaatsen in Irak waar Cordaid, met lokale hulpverleners zoals AAF, geestelijke gezondheidszorg en psychosociale ondersteuning verleent. Die steun omvat psychiatrische hulp in het ziekenhuis van Sinjar, poliklinische zorg, mobiele klinieken en huisbezoeken. In dit Nederlandse artikel of dit Engelse artikel lees je meer over Cordaid’s hulp bij traumaverwerking in Noord-Irak.

Ondanks alles toch weer terug

Veel ontheemde Jezidische families durven of kunnen zes jaar na hun vlucht voor IS nog steeds niet terug naar huis. Maar opvallend is dat er afgelopen maanden, midden in de lockdown periode, grote pieken waren in het aantal terugkeerders.

Aantal terugkeerders naar Sinjar en Al-Ba’aj (IOM Displacement Tracking Matrix)

 

Volgens de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) zou corona zelfs een push factor zijn geweest voor die terugkeer. Ontheemden die nog familie hadden op de plek van oorsprong konden steeds moeilijker op bezoek, wat hen ertoe aanspoorde om toch maar de sprong terug te wagen. Wat ook meespeelt, is dat de situatie toch minder instabiel is dan voorheen.

 

“Medicijnvoorraden bleven tijdens de lockdown noodgedwongen staan in Erbil. Je kunt je voorstellen hoe frustrerend dat was voor ons, hulpverleners, maar vooral ook hoe moeilijk dat was voor patiënten.”

Hala Sabah Jameel

 

“Toch is de wederopbouw van Sinjar niet te vergelijken met bijvoorbeeld Mosul, de tweede grootste stad van Irak, die het bolwerk was van IS en waarvan de oude binnenstad ook goeddeels in puin lag”, zegt Qaradaghi. “In Sinjar gaat alles veel langzamer omdat we midden in betwist gebied zitten. Daarom ook dat de oude binnenstad van Sinjar nog steeds dezelfde verwoeste aanblik biedt als net na de oorlog.”

Hulp op afstand tijdens de lockdown

Hala Sabah Jameel was tussen 2017 en 2020 de drijvende kracht achter Cordaid’s geestelijke gezondheidszorgprogramma in Irak. In juli, toen de coronalockdown gedeeltelijk werd opgeheven, slaakte ze een zucht van verlichting. “Na weken konden we eindelijk weer een beetje normaal aan de slag. Tot die tijd zat konden we niet eens naar het ziekenhuis in Sinjar, waar ons team de GGZ afdeling draaiende hield. Zelfs de psychiater kon er niet heen. Ook patiënten konden er niet naartoe. Daarom ook hebben we in die lockdownperiode alles gedaan om hulp te bieden op afstand. Via sociale media en met crisislijnen die mensen konden bellen als ze hulp nodig hadden. Vooral voor vrouwen was en is dat erg belangrijk. Ze hebben niet alleen IS overleeft, ze hebben haven en goed verloren, zijn weer teruggekeerd en krijgen dan tijdens de lockdown te maken met een toename van huiselijk geweld. Dan ben je nergens nog veilig. Zo’n crisislijn kan dan een strohalm zijn, een laatste hulplijn. Hoe belangrijk ze zijn blijkt wel uit het feit dat ze roodgloeiend stonden”, legt Hala uit.

Hala Sabah Jameel. © Mickael Franci/Cordaid

 

“Tijdens de lockdown hadden we een grote voorraad medicijnen in Erbil klaarstaan voor patiënten in Sinjar. Antidepressiva en medicijnen voor andere psychische aandoeningen. Ook al was het maar een paar uur rijden, ze bleven noodgedwongen staan in Erbil. Je kunt je voorstellen hoe frustrerend dat was voor ons, hulpverleners, maar vooral ook hoe moeilijk dat was voor patiënten. Gelukkig dat we vanaf juli weer konden reizen, ook tussen provincies. Sindsdien draait de afdeling weer en komen medicijnen weer waar ze moeten komen, bij de patiënt”, zegt Hala.

En wat betreft het toenemende aantal mensen dat teruggaat naar Sinjar: “Tot dusver slagen we erin ook hen onze diensten te verlenen”, meent Hala, “maar het is roeien met de riemen die we hebben. En de uitdagingen zijn enorm. Eerst IS en de oorlog, nu corona… Iedereen leeft op het randje, patiënten, maar ook de zorg- en hulpverleners. We doen allemaal wat we kunnen.”

De behoefte aan psychiatrische hulp neemt toe

Hoe goed mensen ook hun best doen, het zorgaanbod blijft schril afsteken tegen de noden. Eén keer per week bezoekt Dr Muhazim Muhammad, een psychiater uit Mosul, het ziekenhuis van Sinjar. Dan staan mensen in een lange rij. Naast de groepssessies die hij met assistentie van sociaal werkers leidt, heeft hij ook individuele consulten in. 30 op een dag is niet uitzonderlijk. En overal schuift een vertaler aan. Want de enige psychiater in de wijde omtrek die voor Sinjar beschikbaar was, spreekt alleen Arabisch, en geen Kurmanji, de taal van de Jezidi’s.

 

Sinjar staat voor thuis, maar ook voor gruwel. Alle hulp van naasten en van professionals – als die er zijn – is nodig.

 

“En dan moet je je bedenken”, zegt Qaradaghi, “dat 47% van de Jezidi’s die zes jaar geleden voor IS zijn gevlucht nog niet eens is teruggekeerd. Dat zijn inschattingen van de VN. Sommigen zitten in Europa en keren misschien nooit meer terug. Maar velen zullen wel terugkomen en de behoefte aan psychiatrische hulp, aan hulp bij traumaverwerking en psychosociale steun zal de komende tijd alleen maar toenemen.”

Ziekenhuis Sinjar, psychiater Dr Muhazim Muhammed, een moeder met kind en een sociaal werker. © Mickael Franci/Cordaid

 

Hoe hard die hulp nodig is bleek vorig jaar al uit de woorden van 53-jarige Dr Muhazim Muhammed: “Trauma op deze schaal hier in Sinjar, heb ik nog nooit gezien.” Dat hij komt uit Mosul, die stad die heel zwaar heeft geleden onder de oorlog en de bezetting door IS, geeft die uitspraak pijnlijk veel gewicht.

Hoe zit het met je huis? En is de buurt ontmijnd?

Hoewel elke Jezidi die teruggaat naar Sinjar hoopt op het beste, is teruggaan vaak op zichzelf  al een traumatische gebeurtenis. Sinjar staat voor thuis, maar ook voor gruwel. Alle hulp van naasten en van professionals – als die er zijn – is nodig. Niet enkel om de bladzijde van het recente verleden om te slaan, ook om de toekomst aan te kunnen. Want werkloosheid is de regel, banen zijn er amper. En hoe zit het me je huis? Sommigen komen aan en zien dat het verwoest is. Anderen zien dat hun woning is ingepikt door nieuwe bewoners. De papieren om hun huis terug te claimen hebben ze vaak niet. Dan is het weer vluchten, naar de bergen, waar honderden anderen al jaren overleven. Weer anderen krijgen een nieuwe woning toegewezen, omdat hun oude wijk nog steeds niet is ontmijnd.

 

“Om de week verandert de veiligheidssituatie, zelfs om de dag. De ene dag passeer je een checkpoint, de andere niet.”

Ahmed Qaradaghi

 

Niet alleen Jezidi’s willen terug. Ook Soennitische Arabieren. Een minderheid in Sinjar, die onmiddellijk wordt geassocieerd met IS en daarom door Jezidi’s vooralsnog elke toegang tot de stad wordt ontzegd.

Steeds weer stempels en toestemming vragen

“Als burgers en als hulpverleners in dit deel van de wereld, zijn we het helaas gewend om te leven met conflict en de gevolgen van gewapend geweld”, zegt Qaradaghi. “Wat ons humanitaire werk misschien nog wel het meest bemoeilijkt, is de administratieve en bureaucratische strijd. Je hebt hier te maken met zoveel overheden en machthebbers, die je in elke stap die je zet om toestemming moet vragen. Naarmate het conflict evolueert, verandert ook de controle en de invloedsfeer van die overheden en strijdende partijen. Om de week verandert de veiligheidssituatie, zelfs om de dag. De ene dag passeer je een checkpoint, de andere niet. Voor elke uurtje rijden moet je om de haverklap weer nieuwe stempels halen en papierwerk verrichten, vaak weken van te voren. En waar je ook komt moet je kunnen bewijzen dat je geen partij kiest voor één van de andere partijen in het conflict. Tegelijk moet je wel samenwerken, al was het maar om toegang te krijgen tot de gebieden waar die partijen controle over hebben. Dat koorddansen en laveren is slopend en tijdrovend.”

Werk van lange adem

Samen met AAF en met de gezondheidsdiensten van de Iraakse overheid verleent Cordaid geestelijke gezondheidszorg en psychosociale ondersteuning in het noorden van Irak. Het is werk van lange adem. Ondanks het tekort aan verzorgers en capaciteit, ondanks corona, ondanks de veiligheidsrisico’s, slagen onze mensen – vaak zelf beschadigd door de oorlog – er toch in iets te doen. Het bemensen van een GGZ afdeling en van mobiele klinieken, medicijnen leveren, crisislijnen opzetten en overlevenden van onrecht en ondraaglijk leed op weg helpen naar iets van herstel, is maar één deel van het werk. Misschien niet eens het zwaarste.