Sla het menu over en ga direct naar de content van deze pagina. Sla het menu over en ga direct naar zoeken.
Cordaid EN
Cordaid

Uruzgan, tien jaar na Kamp Holland

Hoe is het nu in de Afghaanse provincie Uruzgan, tien jaar na de Nederlandse missie die er moest bijdragen aan stabiliteit, veiligheid en ontwikkeling? Cordaid liet het onderzoeken. Het antwoord: niet best. Op de gezondheidszorg na.

Uruzgan, september 2020. Dorpelingen wachten op noodhulp voor het kantoor van een Afghaanse hulporganisatie. © Noël van Bemmel

Vier jaar lang beheerste de missie (2006-2010) het debat in Nederland. Er stond dan ook veel op het spel: de wederopbouw van een door oorlog verscheurde provincie, in een geplaagd land waar vijf jaar eerder het Taliban-regime viel. Task Force Uruzgan – met kamp Holland in provinciehoofdstad Tirin Kowt – maakte onderdeel uit van de internationale NAVO-troepenmacht ISAF.

 

De Taliban sponnen garen bij de chaos en het machtsvacuüm dat volgde op de dood van Matiullah Khan. Vandaag controleren ze 80 tot 90% van het grondgebied.

 

Het was de grootste buitenlandmissie van Nederland sinds de Korea-oorlog. De totale kosten bedroegen 2,5 miljard euro. Er sneuvelden 25 Nederlandse soldaten. De vraag hoeveel Afghaanse burgers er omkwamen door Nederlandse gevechtshandelingen is niet met zekerheid te beantwoorden. Overigens net zomin als de vraag hoeveel levens er zijn gered door Nederlands toedoen. Wel weten we dat er in de dorpen Qala-e-Ragh (juni 2006) en Kakrak (september 2007) meer dan 140 onschuldigen omkwamen.

Veiligheid en bestuur: na 2015 gaat het mis

In Augustus, tien jaar na de missie,  vroeg Cordaid het Afghaanse onderzoeksbureau The Liaison Office (TLO) om te kijken hoe het nu gaat in Uruzgan. Onderzoekers reisden twee maanden lang rond in gevaarlijk gebied en interviewden tientallen mensen. Ze keken naar de veiligheidssituatie, bestuur, gezondheidszorg, onderwijs, economie en ontwikkeling. Hun bevindingen zijn te lezen in Ten Years Later: An Assessment of Uruzgan Province a Decade After the Dutch Military Departure.

Op nagenoeg de hele lijn verkeert Uruzgan in zwaarder weer dan in 2010. Kantelpunt was 2015, het jaar waarin Matiullah Khan, hoofd van de politie in Uruzgan en machtigste man, bij een zelfmoordaanslag om het leven komt.

Geweld werkt voor wie uit is op verdeeldheid, zo bleek. De Taliban sponnen garen bij de chaos en het machtsvacuüm dat volgde op de dood van Matiullah Khan. Vandaag controleren ze 80 tot 90% van het grondgebied. De grip van de Afghaanse overheid beperkt zich tot een paar locaties, vaak op plekken waar ook het Afghaanse leger is gestationeerd. De onveiligheid is sterk toegenomen. Ondanks, of juist door, het politiek akkoord dat de VS en de Taliban eerder dit jaar in februari sloten.

Opmars Taliban betekent minder meisjes naar school

Er zijn sinds 2010 meer getrainde veel soldaten en politiemensen, ook in Uruzgan. Die groei en de professionalisering van leger en politieapparaat, waar ook de Nederlandse missie zo sterk op instak, hebben de opmars van de Taliban niet kunnen tegenhouden.

Jonge familie in Uruzgan, zij is vroedvrouw en hij is verpleegkundige. © Noël van Bemmel

 

Ouders sturen hun kinderen, en zeker meisjes, veel minder naar school. Niet alleen omdat dat laatste niet mag van de Taliban, ook omdat het gewoon te gevaarlijk is. En omdat er minder scholen zijn. Sommige schoolgebouwen hebben de Taliban omgedoopt tot wapendepots.

Economische malaise

Met de onveiligheid nam ook de economische malaise toe. Zoals één geïnterviewde boer in Chora zei: “Vier jaar geleden oogstte ik nog 4500 kilo amandelen en 5000 kilo abrikozen. De afgelopen vier jaar nog geen honderd kilo van beide.” Oorzaak: de oorlog die het irrigeren van velden onmogelijk maakt en die wegen naar markten afsluit.

De papaverproductie, basis van de opiumindustrie, is afgenomen, maar gaat nog steeds door, ook in Taliban-gecontroleerd gebied. De overstap naar minder schadelijke gewassen, zoals Aloe Vera, is voor veel boeren nog steeds een wens, geen feit.

Uruzgan zit in een schijnbaar onwrikbare patstelling. Noch de buitenlandse militaire en civiele inmenging noch de afwezigheid van die inmenging heeft het conflict helpen oplossen, zo stellen de onderzoekers van het rapport.

Gezondheidszorg in Uruzgan is erop vooruit gegaan

Toch geeft het onderzoek ook hoop. En een hart onder de riem voor wie, ondanks alle uitdagingen en de uitzichtloosheid van een decennialang conflict, blijft doorwerken aan en geloven in beterschap. Want de gezondheidszorg in de provincie is er op veel vlakken op vooruit gegaan.

 

“Mijn moeder liep laatst op een bom. We konden niet rijden naar Tirin Kowt. Gelukkig wilde een legercommandant mijn moeder per helikopter vervoeren naar het ziekenhuis in Kandahar. Daar is haar been afgezet.”

Inwoner van Chora

 

Het aantal gezondheidscentra is bijna verdrievoudigd in de afgelopen tien jaar, van 20 naar 59. En, erg belangrijk, het aantal opgeleide zorgverleners en vooral het aantal vrouwelijke verplegers is ook gestegen. Er zijn vandaag 17 geschoolde vrouwelijke verplegers. Nog steeds ontstellend weinig naar Nederlandse maatstaven (en op een bevolking van ongeveer 400.000 mensen), maar dát ze er zijn is al een grote verbetering. Nagenoeg elk van de 95 centra heeft vandaag minstens één vrouw in dienst. Omdat die er nu zijn, kunnen vrouwen en meisjes makkelijker naar de dokter. Want in veel gebieden, zeker in Taliban-gecontroleerd gebied, laten mannen niet toe dat een man hun vrouw of dochter behandelt.

Gezondheidsindicatoren staven die verbetering in de zorg. Zo is het aantal medisch begeleide bevallingen spectaculair gestegen (van 12% in 2009 naar 70% in 2020). Het rapport deelt meer van dit soort hoopgevende statistieken.

Naar de dokter gaan mag, vaccineren soms niet

Al verbieden de Taliban in sommige gebieden nog steeds bepaalde vormen van medische hulp, zoals het vaccineren tegen polio, toch lijken ze de afgelopen jaren ‘coulanter’ te zijn geworden. Zo mogen bewoners tegenwoordig reizen om naar de dokter te gaan in Tirin Kowt en Shahidi Hassas. Wat ook weer aangeeft hoezeer de Taliban een groot deel van de wegen en knooppunten controleert.

Volleyballers aan de rivieroever in Tirin Kowt. Volleybal is een populair tijdverdrijf in de hoofdstad van Uruzgan. © Noël van Bemmel

 

Dat er in het algemeen meer toegang is tot gezondheidszorg, anders dan bijvoorbeeld het onderwijs, heeft wellicht ook te maken met het feit dat iedereen, ook de Taliban en hun familieleden, in medische nood kan verkeren en dan hulp nodig heeft. Welke ideologie of overtuiging je ook aanhangt.

Alles staat in de schaduw van het conflict

Ondanks die vooruitgang blijft het gewapend conflict de situatie in Uruzgan beheersen. In Chora bijvoorbeeld, waar de gewapende strijd intens is, hebben de Taliban hebben de weg afgesneden naar het districtscentrum. Ook voor vrouwelijk zorgpersoneel en voor medicijnen. In de kliniek daar zien ze de laatste jaren daarom steeds minder vrouwen.

“Mijn moeder liep laatst op een bom”, zei één van de geïnterviewde bewoners in Chora. “We konden niet rijden naar Tirin Kowt. Gelukkig wilde een legercommandant mijn moeder per helikopter vervoeren naar het ziekenhuis in Kandahar. Daar is haar been afgezet.”

Over de gezondheidszorg in Uruzgan, en hoe Cordaid daaraan heeft bijgedragen, publiceren we binnenkort een ander artikel.

Podcast met politiek analist Paul van den Berg

Meer weten over Uruzgan en het Ten Years Later rapport? In deze podcast gaan Cordaid redacteur Frank van Lierde en politiek analist Paul van den Berg er dieper op in.

Voor alle duidelijkheid

Het TLO rapport Ten Years Later: An Assessment of Uruzgan Province a Decade After the Dutch Military Departure is geen evaluatie van Task Force Uruzgan. Die heeft het Rijk laten uitvoeren in 2011, en is hier te vinden. Bij die eindevaluatie, waar ook TLO bij betrokken was, zijn indertijd veel vraagtekens geplaatst. Zo werd onder meer de onafhankelijkheid in vraag gesteld, gezien de invloed van de Nederlandse overheid op een onderzoek naar eigen doen en laten.

Het Ten Years Later rapport gaat niet over de impact of de erfenis van de Task Force Uruzgan. Het is een zogeheten rapid assessment of quick scan door TLO van de provincie Uruzgan anno 2020. Gefinancierd door Cordaid maar niet gericht op het werk van Cordaid.

Foto’s

De foto’s bij dit artikel zijn gemaakt door Volkskrant journalist Noël van Bemmel. Hij reisde onlangs door Uruzgan met oud-diplomaat Marten de Boer, indertijd als hoofd ontwikkelingssamenwerking betrokken bij de Nederlandse missie. Samen keken ze hoe de provincie er tien jaar na dato voorstaat. Over zijn reis door Uruzgan publiceerde Van Bemmel onder meer de volgende stukken:

Wat is er na tien jaar nog te zien van de Nederlandse miljoenen in Uruzgan?

Uruzgan tien jaar later: asfaltwegen zijn intact maar wel in handen van de Taliban

Bellen met Afghanistan verslaggever Noël van Bemmel: ‘Undercover door Uruzgan, het was een knotsgekke roadtrip’

‘Ik heb geen boerka en die ga ik ook niet kopen.’ Terug in Kabul dat snakt naar modernisering

De belangrijkste les uit Uruzgan is dat wederopbpouw beter niet kan worden gekoppeld aan politieke bemoeienis

Meer nieuws

Samen naar een duurzame aanpak van schulden

Cordaid ondersteunt sinds 2020 SchuldHulpMaatje, een organisatie met inmiddels 100 locaties in Nederland, opgericht in 2010, met als doel om mensen in schulden preventief te bereiken en te coachen naar een leefsituatie zonder schulden.

Lees meer
Cordaid in Nederland Nederland

Enkeltje Kaboel – Heumensoord

Collega Frank van Lierde bracht een bezoekje aan geëvacueerde collega’s uit Afghanistan. Ze zitten al drie maanden in de noodopvang in Nederland. Hij schreef er een blog over.

Lees meer
Cordaid Afghanistan

Stichting Melania, een eeuw jong

In de jaren ’90 en de ‘nillies’ trokken Stichting Melania en Cordaid samen op in de strijd voor gendergelijkheid. Daarna scheidden onze wegen. Hoe gaat het vandaag met onze oud-huisgenoot?

Lees meer
Cordaid