Sla het menu over en ga direct naar de content van deze pagina. Sla het menu over en ga direct naar zoeken.
Cordaid EN
Noodhulp

Voorzitter Soedanese bisschoppenconferentie: “Laat Zuid-Soedan niet in de steek.” 

Hij kent het tragische lot van mensen in conflictgebieden als geen ander. Bisschop Eduardo Hiiboro Kussala van het bisdom Tombura-Yambio in Zuid-Soedan verloor zijn ouders in de Soedanese burgeroorlog en groeide op in een vluchtelingenkamp. Nu is hij een van de meest gepassioneerde voorvechters van vrede in zijn land.

Als hoofd van de Soedanese Bisschoppenconferentie bezocht Kussala Nederland in mei, samen met zijn landgenoot bisschop Paride Taban. Die ontving tijdens een ceremonie in Middelburg een Four Freedoms Award, een onderscheiding voor mensen die zich inzetten voor vrede en vrijheid.

Bisschop Kussala maakte van de gelegenheid gebruik om het Security and Justice-team van Cordaid te ontmoeten om de nodige stappen naar vrede in zijn land te bespreken. Zuid-Soedan werd na vele jaren van strijd in 2013 onafhankelijk van het noorden. Na een korte periode van vreugde en stabiliteit ontstond er een nieuwe burgeroorlog in het jongste land ter wereld. De partijen die strijden om de macht gebruiken daarbij vaak etnische verschillen als brandstof voor een conflict dat al meer dan een miljoen Zuid-Soedanezen over de grens heeft gejaagd.

Cordaid-redacteur Mickael Franci sprak bisschop Kussala over de weg naar vrede in Zuid-Soedan en de rol van hulporganisaties en de Nederlandse overheid daarin.

U heeft de wreedheden van de oorlog zelf ervaren. Geeft dat inspiratie om een religieus leider te worden en zich in te zetten voor vrede?
“Ik heb altijd graag gewerkt met mensen in moeilijke omstandigheden. Ik ben mijn ouders kwijtgeraakt door geweld. Ik ken de impact van oorlog. Dat is de reden waarom ik zo hard werk voor vrede.

Geweld maakt deel uit van het dagelijks leven in Zuid-Soedan. Dat veroorzaakt veel angst en enorm veel mensen zijn op de vlucht geslagen en leven nu in vluchtelingenkampen. In mijn regio, Tombura-Yambio, is het relatief rustig. Dat komt omdat de verschillende kerken en zelfs de overheid zich voortdurend gezamenlijk inspannen voor vrede. 

In Tombura-Yambio pakten meer dan tienduizend jonge mannen de wapens op om tegen de regering te vechten. De kerk is erin geslaagd met deze jongens in dialoog te gaan en hen een overeenkomst met de regering te laten tekenen. Dit heeft voor vrede in de regio gezorgd.”

“Hier in Nederland hebben jullie een vreedzame samenleving opgebouwd met veel mensen met verschillende achtergronden. Dat kunnen wij ook.”

Denkt u hiermee een voorbeeld te zijn voor andere delen van het land?
“Dat denk ik wel ja. Toen we met onze aanpak begonnen, was er veel ongeloof. Veel mensen dachten dat vechten de enige manier was om uit de situatie te komen. We bleven volhouden en nu is onze vreedzame methode overal in het land opgepikt. Veel groepen komen nu samen en zijn aan het onderhandelen. De neutraliteit van de kerk is ongelooflijk waardevol in de onderhandelingen voor vrede. We hebben geen bijzonder belang in deze oorlog. Ons enige belang is vrede.” 

Zuid-Soedan is een divers land met veel verschillende etniciteiten en religies. Hoe moeilijk is het om neutraal te blijven en al deze mensen bij elkaar te brengen?
“Het is moeilijk. Politici houden ervan de verschillen te benadrukken tussen de stammen en haatgevoelens aan te wakkeren. Als kerkelijke instantie moeten we daar tegenin gaan en dat brengt ons in de problemen bij sommige politici. Ze willen ons voor hun karretje spannen, maar in plaats daarvan zijn we tegenhangers geworden. We zijn bedreigd en misbruikt door politici. Maar we zullen niet toegeven. Als we ons hier niet tegen verenigen, zullen we nooit vrede krijgen. Hier in Nederland hebben jullie een vreedzame samenleving opgebouwd met veel mensen met verschillende achtergronden. Dat kunnen wij ook.”

In een toespraak op een vredesconferentie zei uVrede stichten is een reis en geen bestemming. Wat bedoelt u daarmee?
“Een zaadje in de grond is geen garantie voor een vruchtdragende boom. Je moet het water geven, het in de gaten houden en begeleiden tot het uitgroeit tot iets waar we allemaal baat bij hebben. Een vredesakkoord of verzoening is niet de laatste fase. Je moet aan vrede blijven werken en goed opletten of de vrede ook standhoudt.

Mensen denken vaak: ‘we hebben een overeenkomst, laten we elkaar de hand schudden en doorgaan met ons leven’. Ik geloof daar niet in. Vrede is een continu proces. Een reis.

Achteloosheid is juist een van de redenen waarom mijn land instortte nadat het onafhankelijk werd. Iedereen was dolgelukkig. Al onze vrienden, organisaties zoals Cordaid, die ons hebben geholpen onze onafhankelijkheid te bereiken, waren uitgelaten. We vierden ons nieuwe land. Maar mensen vergaten dat we begeleiding nodig hadden. We hadden geen systeem klaarliggen en we waren niet voorbereid op alle problemen die op de loer lagen.

Ik ben erg dankbaar voor het werk van Cordaid om ons te helpen met allerlei diensten die onze overheid niet meer bood. Maar ik wil ook benadrukken dat het van levensbelang is om door te gaan met dit werk. Ook al zijn mensen moe en het lijkt het of er geen einde aan komt, we mogen niet ontmoedigd raken.” 

Noodhulpcoördinator voor Cordaid Paul Borsboom in een kamp voor ontheemden in Wau, Zuid-Soedan. Foto: Ilvy Njiokiktjien / Cordaid

Krijgt u vaak signalen van mensen die ontmoedigd zijn?
“Zeker. Sommige organisaties zeggen: ‘we hebben al zoveel geld uitgegeven en de situatie verbetert maar niet. Ik ben me bewust van dit sentiment en ik begrijp het. Het is ook erg ontmoedigend wanneer je probeert te helpen en je geen resultaten ziet. Maar mensen kunnen veranderen. Het is een proces.

Dit is de eerste oorlog in Zuid-Soedan sinds de onafhankelijkheid. Als ik naar ontwikkelde landen over de hele wereld kijk, naar het proces dat zij hebben doorgemaakt om democratie en stabiliteit te krijgen, dan zie ik dat de meesten zijn gebouwd op de brokstukken van verschrikkelijke oorlogen. Je kunt soms door een heel diep dal gaan maar uiteindelijk zullen er mensen opstaan en roepen om vrede. 

Dus mijn boodschap is: geef niet op. Blijf bij ons en laten we samen blijven werken aan vrede in Zuid-Soedan.”

Wat is uw antwoord op de kritiek van sommige Europese politici die beweren dat hulp de oorlog gaande houdt omdat de leiders nu niet gedwongen zijn hun eigen mensen te helpen?
“Ik ben het daar niet mee eens. Er zijn vast fouten gemaakt en er zijn mensen die op een of andere manier profiteren van dit conflict. Maar laat ik u dit zeggen: als alle NGO’s per direct Zuid-Soedan zouden verlaten, zouden miljoenen mensen sterven. We moeten dat in gedachten houden. Hulpverleners in Zuid-Soedan werken in uiterst moeilijke omstandigheden en we moeten hun werk waarderen en respecteren.”

Wat ziet u wel als de voornaamste redenen voor het voortduren van het conflict?
“Onwetendheid en een gebrek aan een alternatief voor oorlog. Als we er niet in slagen jongeren perspectief te geven, als we ze geen vaardigheden leren, zullen ze weer gaan vechten. Met een wapen in de handen voelen ze zich tenminste nog nuttig. 

“Oorlog kan heel besmettelijk zijn, maar vrede net zo goed.”

Daarom moeten hulp en ontwikkeling hand in hand gaan. Mensen die bezig zijn met het opbouwen van hun leven, hebben geen tijd om oorlog te voeren. We moeten voorzien in levensonderhoud, maar ook vaardigheidstrainingen geven. Zo kunnen we mensen helpen voor zichzelf te zorgen. Dit moet een belangrijk onderdeel zijn van onze inspanningen om deze oorlog te stoppen.

We kunnen hier al mee beginnen. Het is begrijpelijk dat we ons concentreren op de gebieden waar gevochten wordt. Maar waarom beginnen we niet te bouwen in de gebieden waar het nu vredig is, zodat de mensen daar minder snel zullen terugvallen in een conflict? Oorlog kan heel besmettelijk zijn, maar vrede net zo goed. Het zal mensen aantrekken en inspireren. Waarom willen zoveel migranten naar Europa? Omdat Europa aantrekkelijk is. We moeten onze meest stabiele regio’s ontwikkelen en aantrekkelijk maken voor de rest van het land.” 

Cordaid gelooft dat een sterkere positie van vrouwen een belangrijke factor is in het vredesproces. Hoe staat u tegenover de rol van vrouwen in de toekomst van Zuid-Soedan?
“Ze zeggen: ‘Als je een man onderwijst, onderwijs je een persoon. Als je een vrouw onderwijst, onderwijs je een hele natie’. De vrouwen in Zuid-Soedan lijden het meest en proberen tegelijk de nieuwe generatie op te voeden. Wanneer we vrouwen sterker maken, een stem geven, verbeteren we het leven van iedereen in het land.”

“Stoppen met hulp aan Zuid-Soedan is hetzelfde als de stekker trekken uit de beademingsapparatuur van een patiënt die nog te redden is.”

En hoe zit het met alle mensen die zijn gevlucht? Meer dan een miljoen Zuid-Soedanezen bevinden zich – vaak in erbarmelijke omstandigheden – in nederzettingen aan de andere kant van de grens. Velen willen zo snel mogelijk teruggaan. Wat is hun perspectief?
“Ze hebben de juiste keuze gemaakt om het geweld te ontvluchten en hun leven te redden. We moeten ze blijven ondersteunen in de vluchtelingenkampen, zodat ze niet nog meer verliezen dan ze al verloren hebben. En we moeten ze voorbereiden op hun terugkeer, zodat wanneer ze terugkomen, hun leven veilig en zinvol zal zijn. Ook in die kampen moet het niet alleen om noodhulp gaan maar ook om ontwikkeling.”

Tijdens uw bezoek aan Nederland spreekt u ook met functionarissen van de Nederlandse overheid. Wat is uw advies aan hen over de rol van Nederland in het vredesproces?
“We zijn erg dankbaar voor de Nederlandse inzet voor vrede in Zuid-Soedan. We willen echter graag oproepen tot meer druk op de strijdende partijen. Alle middelen die de Nederlandse overheid heeft om de betrokkenen in het conflict te laten beseffen dat ze moeten stoppen met vechten, moeten worden gebruikt.  

Ook zou ik de Nederlandse regering willen vragen om door te gaan met hun steun en om de hulp niet te verminderen. Dit is niet het moment om terug te trekken. Stoppen met hulp aan Zuid-Soedan is hetzelfde als de stekker trekken uit de beademingsapparatuur van een patiënt die nog te redden is.   

We hebben grote moeilijkheden, maar we zijn niet doodziek. Laat ons niet in de steek.”