Sla het menu over en ga direct naar de content van deze pagina. Sla het menu over en ga direct naar zoeken.
Cordaid EN

Antony Otieno Ong’ayo over de rol van de (Ghanese) diaspora bij ontwikkeling

rol van de Ghanese diaspora bij ontwikkelingAntony Otieno Ong’ayo is onderzoeker aan het Internationale Instituut voor Sociale Studies (ISS), onderdeel van de Erasmus Universiteit, in Den Haag. Hij is politiek wetenschapper. Zijn promotieonderzoek ging over transnationale praktijken van diaspora-organisaties (met name de Ghanese in Nederland) en over ontwikkeling ‘hier en daar’. Antony’s voornaamste onderzoeksthema’s zijn migratie en (politieke) ontwikkeling, diaspora-organisaties en transnationalisme.

Je hebt onderzoek gedaan naar de collectieve activiteiten van Ghanese diaspora’s in Nederland en hun ontwikkelingspotentieel in zowel Nederland als Ghana. Hoe dragen Ghanezen precies bij aan ontwikkeling in beide landen?

‘Ghanezen in Nederland dragen op verschillende manieren bij aan ontwikkelingsprocessen in Ghana en Nederland. Bijvoorbeeld door geldovermakingen (remittances). Veel Ghanezen in Nederland sturen een deel van hun inkomsten naar familieleden in Ghana. Dit is bevorderlijk voor de economische ontwikkeling in beide landen: in Nederland vindt participatie op de arbeidsmarkt plaats, en in Ghana wordt economische bedrijvigheid aangewakkerd door de geldovermakingen vanuit Nederland.

Behalve op financieel gebied vinden allerlei uitwisselingen op sociaal en politiek vlak plaats tussen Ghana en Nederland. Mensen verplaatsen zich (soms in de vorm van migratie); vervolgens onderhouden ze contact met familieleden en vrienden en met het midden- en kleinbedrijf in beide landen.

Bovendien vindt kennisuitwisseling plaats tussen bijvoorbeeld universiteiten en ambassades, en eveneens op politiek- en beleidsniveau. Beleid in Nederland kan bijvoorbeeld worden verrijkt door de inzichten, vaardigheden en kennis van Ghanese diaspora’s. Kennis die ze in beide contexten hebben opgedaan. Zo ben ik betrokken geweest bij de participatie van diaspora’s met beleidsmakers in de gemeente Den Haag. Deze stad heeft een steeds meer multiculturele bevolking met navenant nieuwe uitdagingen. De insidersinformatie van diaspora-organisaties over hun landen van herkomst bleek belangrijk bij het nadenken over gezamenlijk gedragen oplossingen. Vandaar mijn pleidooi om te faciliteren dat diaspora’s, gemeenten en beleidsmakers gesprekspartners worden.

Op al deze manieren worden normen, ideeën, waarden, vaardigheden, ervaringen, netwerken en materiele goederen uitgewisseld tussen twee landen. Gevolg: versterking van cross-culturele uitwisselingen en van wederzijds begrip tussen mensen. Hierdoor kunnen er positieve veranderingen in het levensonderhoud van mensen plaatsvinden en dragen diasporagemeenschappen positief bij aan de verschillende landen waarmee ze verbonden zijn. Dit soort uitwisselingen tussen landen worden ook wel ‘transnationale processen’ genoemd. Deze komen tussen Ghana en Nederland veel voor en hebben veel invloed. De sterke connectie tussen ‘hier’ (Nederland) en ‘daar’ (Ghana) is een rode draad in mijn onderzoek.’

 

“Deze geldovermakingen zijn vaak bedoeld om de openbare dienstverlening en sociale welvaart te verbeteren. Zoals het bouwen van een school of een ziekenhuis.”

 

Kun je meer vertellen over collectieve activiteiten in het bijzonder?

‘In de literatuur staan de individuele geldovermakingen (tussen personen of families in verschillende landen) centraal. Collectieve geldovermakingen worden volgens mij veel te weinig erkend. Terwijl deze juist veel meer impact op ontwikkeling hebben dan individuele geldovermakingen. Bij collectieve geldovermakingen worden individuele giften van migranten via organisaties naar hun woonplaats of land van herkomst gestuurd voor ontwikkelingsdoelen. Deze geldovermakingen zijn vaak bedoeld om de openbare dienstverlening en sociale welvaart te verbeteren. Zoals het bouwen van een school of een ziekenhuis. Dit komt meerdere mensen ten goede in plaats van alleen individuen of families met familieleden in het buitenland. Door collectieve initiatieven, die meer reikwijdte hebben dan individuele geldovermakingen, worden de verschillen in ontwikkeling tussen landen aangepakt.

Ook heb ik onderzoek gedaan naar de bijdrage van diasporagroepen door collectieve activiteiten aan vredestichting in hun landen van herkomst. Hierbij heb ik gekeken naar Ethiopische, Eritrese en Somalische diaspora’s in Nederland, Groot-Brittannië, Duitsland, Noorwegen en Finland. Ik heb onderzocht de mate waarin zij (politiek) betrokken zijn en banden onderhouden met hun landen van herkomst. Zo zijn er diasporagroepen die de autoriteiten in hun land van herkomst steunen, en evengoed groepen die dat juist niet doen.’

Je huidige onderzoek betreft de relaties tussen Zuid-Soedanese vluchtelingen in vluchtelingenkampen in Noord-Oeganda en diasporagroepen in Europa. Kan je daar meer over vertellen?

‘In deze studie onderzoeken we de lokale omstandigheden van vluchtelingen en interventies door humanitaire organisaties en hun lokale partners, evenals diaspora’s (individuen en organisaties). We richten ons op de remittances (overmakingen, zowel financieel als sociaal-politiek) die de diaspora’s door hun connecties en affiniteit met achterblijvers, sturen. Daarbij kijken we door een transnationale lens. Oogmerk is om de interventies in de vluchtelingenkampen en gastgemeenschappen te analyseren en de rol van diaspora-filantropie opnieuw te onderzoeken. Bovendien onderzoeken we hoe deze overlappen met het werk van humanitaire organisaties en lokale maatschappelijke organisaties. Hierdoor krijgen we beter inzicht in de rol van transnationale betrokkenheid van diaspora’s vanuit Nederland (en mogelijk de buurlanden). Het gaat om initiatieven van individuen en organisaties, die de gevolgen van gedwongen migratie en verplaatsing aanpakken. Dit betreft vooral noodsituaties. We onderzoeken dit binnen gastgemeenschappen van vluchtelingen in Noord-Oeganda. Daar pakken diaspora’s uit lokale gemeenschappen en uit de landen van herkomst van vluchtelingen de problemen binnen en buiten de kampen op verschillende manieren aan.’

 

“Naast financiële en praktische ondersteuning, houdt de diaspora in Nederland zich ook bezig met politieke activiteiten.”

 

Hoe zijn de diaspora’s betrokken bij de vluchtelingenkampen?

‘Uit interviews met Zuid-Soedanese, Darfuriaanse en Noord-Oegandese diaspora’s blijkt dat er binnen de Zuid-Sudanese en Darfuriaanse gemeenschappen contact is met de Zuid-Sudanese en Darfuriaanse vluchtelingen in Noord-Oeganda. Deze zijn gebaseerd op familiebanden, vrienden of leden van de gemeenschap of clan.

Hun motieven zijn om contact te houden met hun familie, vrienden en de gemeenschap en om hen te ondersteunen. Behalve deze individuele motivatie willen ze de gemeenschap ondersteunen, rekening houdend met wat ze hebben meegemaakt (ontheemding, verlies van levensonderhoud). Zij ondersteunen financieel, materieel en sociaal, waaronder overmakingen voor onder andere gezondheidszorg, kleding, schoolmaterialen en de bouw van faciliteiten in de gastgemeenschappen. Naast financiële en praktische ondersteuning, houdt de diaspora in Nederland zich ook bezig met politieke activiteiten (lobbyen en belangenbehartiging, advies en bemiddeling), bijvoorbeeld om de transformaties in Soedan te beïnvloeden.

STAD (Support Trust for African Development) is een voorbeeld van een diaspora-organisatie met sterke connecties in Zuid-Soedan. Zij sturen financiële remittances in de vorm van leningen, schenkingen en financiële steun. Diaspora’s sturen ook spullen zoals fietsen, elektronische apparaten, meubels en kleding. STAD biedt bovendien onderwijs aan vluchtelingen en de lokale bevolking, en geeft trainingen in mensenrechten en gemeenschapsopbouw.

Een Darfuriaanse diaspora- organisatie, Friends Without Borders, mobiliseert leden om geld te geven om het leven van extreem arme families in Soedan te verbeteren. Ook helpt de organisatie Darfuriaanse en Sudanese vluchtelingen om toegang tot educatieve beurzen te krijgen.’

Dragen de diaspora’s ook bij aan al bestaande initiatieven in de regio?

‘De Oegandese regering geeft zeer weinig steun aan Soedanese vluchtelingen. We ondersteunen vluchtelingen niet alleen in de nederzettingen, maar ook daarbuiten waar veel vluchtelingen naartoe zijn verhuisd om alternatieve bronnen van levensonderhoud te zoeken. Want de basisitems, die door humanitaire organisaties in de vluchtelingenkampen worden verstrekt, zijn onvoldoende. Dus zoeken vluchtelingen alternatieve bronnen. Juist in deze lacune ligt een belangrijke rol voor de diaspora’s, namelijk om het werk van ngo’s aan te vullen.

LivingLab is een voorbeeld daarvan. Zij hebben het Centre for Entrepreneurs in Exile voor Zuid-Sudanezen opgezet in Oeganda. Hier krijgen vluchtelingen de kans om in de praktijk landbouw te leren. Ook leren zij hoe boerderijen in landbouwbedrijven getransformeerd kunnen worden. Doel is ook om diaspora’s en Nederlandse partners bij elkaar te brengen. Om samen impact te hebben in de vluchtelingenkampen én in de gemeenschappen en regio’s van herkomst in Zuid-Soedan en Darfur.’

Welke hindernissen ondervindt de diaspora bij het sturen van remittances?

‘Het sturen van remittances gaat over hobbels. Zoals hoge verzendkosten, hoge douanebelastingen en netwerkproblemen. Ook vormen de bankbureaucratie en -regelgevingen een barrière. Daardoor kunnen Sudanese vluchtelingen geen bankrekening openen. Voordat diaspora’s geld over kunnen maken, worden zij geconfronteerd met veel vragen en moeten allerlei informatie prijsgeven, uit angst voor onder andere terrorisme. Het RIA, een geldtransferbedrijf dat door veel diaspora’s gebruikt wordt, heeft bijvoorbeeld veel accounts moeten sluiten, waardoor mensen geen geld meer konden overmaken naar Soedan.’

 

“Het begrip voor de drijfveren om te migreren, ontbreekt over het algemeen. Evenals het besef dat iedereen hier recht op zou moeten hebben.”

 

Het idee heerst dat ontwikkelingssamenwerking migratie naar Europa kan indammen. Hoe zie jij de relatie tussen ontwikkeling en migratie?

‘Het is een grote misvatting om te zeggen dat meer ontwikkeling tot minder migratie leidt. Een voorbeeld: Europeanen zijn overal. Zij gaan heen en weer tussen allerlei landen. Sommigen vestigen zich op een bepaalde plek naar keuze. Hun landen van herkomst worden over het algemeen beschouwd als ontwikkeld. Het hebben van meer middelen en hulpbronnen brengt dus juist meer mobiliteit teweeg. Verschillende onderzoekers zeggen dan ook: het ‘ontwikkelen’ van bijvoorbeeld Afrikaanse landen, geeft mensen juist de mogelijkheid om zich te verplaatsen. Migratie zal dus alleen maar toenemen.

Daar hebben zij ook recht op. Migratie is menselijk. Het kan een enorme hulpbron zijn op materieel, financieel en sociaal terrein. Voor sommigen is het zelfs een kwestie van overleven als zij door een conflict of ramp worden gedwongen om te migreren.

Een groot probleem is dat mensen in Europa zich vaak niet eens afvragen welke redenen migranten hebben om hierheen te komen. Terwijl de meeste Europeanen zelf een paspoort hebben waarmee ze ongeacht de reden daarvoor overal naartoe kunnen reizen of kunnen migreren. Het begrip voor de drijfveren om te migreren, ontbreekt over het algemeen. Evenals het besef dat iedereen hier recht op zou moeten hebben. Ontwikkeling zou vrijheid juist moeten aanwakkeren. Die vrijheid behoort ook tot ontwikkeling.’

Hoe kijk je aan tegen het categoriseren van migranten, in de politiek en ook wettelijk?

‘Het categoriseren van mensen gebeurt vaak doelmatig. Ik zie dit als eerste stap in het ontmenselijken van mensen. Migranten en vluchtelingen worden zo tot “de ander”, “de buitenstaander”, of “de vreemdeling” gemaakt. Anders dan “de Nederlanders”. Ons taalgebruik en onze beeldvorming over anderen beïnvloedt de manier waarop we hen behandelen. Zo heeft het woord “expat” vaak een positieve connotatie. Terwijl de toelatingseisen voor diegenen die “economische migranten” en “vluchtelingen” worden genoemd veel strenger zijn. Of neem asielprocedures en inburgeringsexamens. Deze frames zijn politiek en omvatten kwesties over “burgerschap” in een “natiestaat model”. Wie hoort er bij en wie niet? Wie geniet rechten, privileges en verplichtingen? Deze vragen worden urgenter in een verzorgingsstaat die onder druk staat, waarin mensen zich kwetsbaar en soms angstig voelen. Een groeiend rechtspopulisme kan deze emoties bespelen. Dit is zichtbaar in bijvoorbeeld Europa en de Verenigde Staten.’

 

“De keuze om ergens te vertrekken of juist te blijven moet niet alleen gereserveerd zijn voor mensen in Europa, of ‘Het Westen’, maar universeel worden nagestreefd.”

 

Wat is jouw kijk op het aanpakken van de grondoorzaken van gedwongen migratie?

‘Het willen verbeteren van de levensomstandigheden in andere landen is iets menselijks. Dit kan daar een bron van sociale, politieke en economische stabiliteit zijn.

Sommige mensen bevinden zich in een dusdanig onzekere, onveilige of uitzichtloze situatie, dat zij zich gedwongen zien om te migreren. Wanneer hun welzijn en perspectieven in het thuisland verbeteren, en de onderliggende omstandigheden waardoor zij zich gedwongen voelen om te vertrekken worden aangepakt, wordt migratie een keuze, een optie. Deze keuze om ergens te vertrekken of juist te blijven – simpelweg vanwege een goed leven – moet niet alleen gereserveerd zijn voor mensen in Europa, of ‘Het Westen’, maar universeel worden nagestreefd.

Idealiter worden mensen gesterkt in hun vermogen om zelf de omstandigheden te veranderen. Agency van mensen verwijst naar hun vermogen om de eigen situatie te veranderen door kansen te benutten. Het gaat om het hebben en het herkennen van mogelijkheden, ideeën en beslissingen die vervolgens leiden tot actie, met als doel om heersende (en dus toekomstige) omstandigheden te veranderen.’

Wat zijn volgens jou duurzame oplossingen voor gedwongen migratie?

‘Een belangrijke oplossing is het beëindigen van (de steun voor) conflicten in de landen waar mensen vandaan vluchten. De rol van Het Westen in het continueren van oorlogen in Het Zuiden is groot. Dit gebeurt bijvoorbeeld door wapenverkoop of door dictators en onderdrukkende regimes te ondersteunen. Ook is het belangrijk uitbuitende en onevenwichtige handelsbetrekkingen te stoppen. Pas daarna kan Het Zuiden sociaal en economisch stabiliseren. Of stel jezelf de vraag: waarom keren Europese toeristen na hun vakantie weer naar huis terug? Het antwoorden hierop is de oplossing voor gedwongen migratie: het hebben van een waardig leven, een (toekomst)perspectief op de plek waar men woont. Dit soort menselijke behoeften zijn wereldwijd hetzelfde.’

Dit interview is afgenomen binnen het MIND-project. MIND staat voor ‘Migration, Interconnectedness, Development’ en is een driejarig project dat mede gefinancierd wordt door de Europese Commissie. In dit project werkt Cordaid samen met 11 Europese Caritas-partners, met als doel bewustwording te creëren onder beleidsmakers en het publiek over de link tussen migratie en ontwikkeling.