Sla het menu over en ga direct naar de content van deze pagina. Sla het menu over en ga direct naar zoeken.
Cordaid EN

Conny Rijken over Europees migratiebeleid en de EU-Turkije deal

Conny Rijken is professor mensenhandel en globalisering aan de Universiteit van Tilburg. Ze studeerde internationaal en Europees recht met specialisatie mensenrechten aan de Universiteit Utrecht en de Universiteit Tilburg en schreef haar proefschrift over mensenhandel. Ze heeft haar onderzoeksgebied uitgebreid naar onder meer wereldwijde migratie, het Europees strafrecht en in- en uitsluiting door migratie. Centraal in haar onderzoek staan mensenrechten en betrokkenheid bij de positie van het individu. Ze doet haar onderzoek in interdisciplinaire en internationale teams, vaak onder haar leiding, waardoor inzichten vanuit verschillende perspectieven samengebracht worden. Haar onderzoek kenmerkt zich door het creatief heroverwegen van diepgewortelde principes die vaak als vanzelfsprekend worden beschouwd. Doel is te komen tot nieuwe inzichten en ideeën.

Een van de belangrijkste oorzaken van mensenhandel is gedwongen migratie: kwetsbare migranten worden geëxploiteerd door dwangarbeid en moderne slavernij. Zij blijken een bron van winst voor degenen die hen exploiteren. Vindt u dat de EU een voldoende moreel, legitiem en effectief beleid heeft gevoerd? Hoe zou de EU deze uitdagingen beter aan kunnen pakken?

‘Dit is een heel groot vraagstuk. Sommigen van de mensen die onderweg zijn worden gedwongen om te migreren, maar er is ook een grote groep die niet gedwongen wordt. De EU is zich ervan bewust dat zowel gedwongen migranten als migranten in het algemeen kwetsbaar zijn voor mensenhandel. Dit blijkt in de beleidsdocumenten en rapporten over migratie, waarin mensenhandel en -smokkel duidelijk aan bod komen. De EU wordt geïnformeerd door onder andere het IOM UN Migration. Het IOM schat dat zeker 60% van de mensen die van Noord-Afrika naar Libië en Italië reist slachtoffer is van mensenhandel. Ook is de EU zich bewust van bijvoorbeeld de situatie in Turkije, waar een grote groep jongeren wordt uitgebuit. Dwangarbeid, onderbetaling en uitbuiting van vluchtelingen komt er op grote schaal voor.

Uit de beleidsdocumenten en rapporten blijkt dat de EU de kwetsbaarheid van migranten en de vele slachtoffers van mensenhandel wel erkent. Maar ik vind dat de EU onvoldoende doet en geen adequaat beleid heeft om deze problemen aan te pakken. Want de EU heeft hier geen specifiek beleid voor gemaakt. In plaats van aandacht voor veel kwetsbare migranten (niet alleen degenen die gedwongen migreren), richt zij zich op het beheersen van migratie. Er is een disbalans in de doelstellingen van haar beleid: tussen wat zij weet over de situatie en wat zij daadwerkelijk doet.’

Recent heeft een groot aantal migranten en vluchtelingen zich verzameld aan de Turks-Griekse grens, vijf jaar nadat de EU-Turkijedeal in werking trad om illegale migratie te beperken. Op welke manier is de EU-Turkijedeal mislukt?

‘De EU-Turkijeverklaring is een goed voorbeeld van de prioriteit die het beheersen van migratie krijgt ten koste van het welzijn van de migranten. Vanaf het begin van deze overeenkomst bestonden er zorgen over de plek waar vluchtelingen in Turkije zaten en over de opvang die onvoldoende en niet in lijn met internationaal recht was. Er is totaal geen gehoor gegeven aan deze zorgen.

De EU neemt evenmin haar verantwoordelijkheid om Griekenland te helpen bij de vluchtelingensituatie die erg slecht is. Griekenland krijgt weinig hulp van andere EU-landen. Binnen Europa is ook een relocatieprogramma opgezet om een groot aantal migranten uit Italië en Griekenland over te nemen. Dat programma heeft grotendeels gefaald en is illustratief voor de omgang van de EU met vluchtelingen.’

 

“Op dit moment wordt er wel samengewerkt, maar jammer genoeg niet op een manier die bevorderlijk is voor de mensen om wie het gaat.”

 

Zou het bevorderlijk zijn om soortgelijke deals met doorreislanden als Libië en Marokko te sluiten?

‘Europa heeft al een vergelijkbare overeenkomst gesloten met Libië. De situatie in Libië is echter nog slechter dan in Turkije. Gebaseerd op rapporten van verschillende ngo’s is de conclusie dat de mensenrechtensituatie in Libië mensonterend is. Mensen dwingen om daar te blijven zou inhumaan zijn en tegen alle mensenrechtenverplichtingen ingaan.

Samenwerking tussen verschillende landen is noodzakelijk als je migranten en vluchtelingen daadwerkelijk wilt helpen. Op dit moment wordt er wel samengewerkt, maar jammer genoeg niet op een manier die bevorderlijk is voor de mensen om wie het gaat. Landen willen koste wat kost voorkomen dat migranten naar Europa komen. Dit zien we terug in de EU-Turkijeverklaring en in de samenwerking met Libië. Italië heeft een memorandum van overeenstemming met Libië. De Malta declaratie ondersteunt dit memorandum. Verschillende ngo’s, de Global Legal Action Network (GLAN) en wetenschappers hebben recent onderzoek gedaan naar hoe de EU miljarden euro’s in Libië investeert. De EU spendeert miljarden aan het trainen van de Libische kustwacht.

Behalve de samenwerking met Libië en Marokko probeert de EU dit ook met andere Noord-Afrikaanse landen te doen. Deze landen weigeren echter die samenwerking. Hun boodschap luidt: waarom zouden wij voor de mensen moeten zorgen die jullie niet willen? Hier zie je tegelijkertijd de verschillen tussen landen; Marokko is geen Libië, en Libië is geen Turkije. Kortom, Europa probeert op verschillende manieren samen te werken. De impact daarvan op de migranten is verschillend, afhankelijk van het land waar ze zijn.’

De EU heeft 6 miljard euro betaald om de opvang van Syrische vluchtelingen in Turkije te verbeteren, met als hogere doel de migratie naar Europa terug te dringen. Welke resultaten zijn geboekt door ontwikkelingsgeld te gebruiken voor migratiebeheersing?

‘Ondanks dat migratie voor sommigen positief is, is het een riskante onderneming. Er vinden vele gruwelijkheden plaats op migratieroutes. Op basis van ons onderzoek met ongeveer 200 Eritreeërs, die in de Sinaï achter zijn gebleven, hebben we ingeschat dat 25% van de migranten onderweg overlijdt. Dit is een erg hoog percentage. Er is dus goede reden om naar de oorzaken van migratie te kijken. Maar dat betekent niet dat je simpelweg de oorzaken van migratie kunt verzamelen en deze vervolgens stuk voor stuk kan gaan aanpakken om het probleem op te lossen. Daarvoor is het veel te gecompliceerd.

 

“Het principe van ontwikkelingshulp is niet verkeerd. Maar wel als die hulp alleen wordt geboden op voorwaarde dat het land in kwestie meewerkt aan migratiebeheersing.”

 

Een van de oorzaken van migratie is de situatie in de landen van herkomst. Daarmee kan de link tussen migratie en ontwikkelingshulp nuttig zijn. Ontwikkelingslanden hebben de steun nodig van rijkere landen. Het kan echter negatieve gevolgen hebben wanneer beleid sterk gelinkt is aan migratiebeheersing, zoals bijvoorbeeld in Agadez in Niger. Uit onderzoek is gebleken dat het beleid van de EU er bijvoorbeeld voor heeft gezorgd dat mensen op zoek zijn gegaan naar alternatieve migratieroutes, omdat de bestaande routes te sterk gecontroleerd worden. Deze alternatieve routes zijn vaak gevaarlijk, waardoor mensen verdwalen in de woestijn.

Migratiebeleid is hoe dan ook een ingewikkeld thema. Ook al is de situatie in bijvoorbeeld Turkije slecht, deze zou nog slechter zijn wanneer er helemaal geen geld werd geïnvesteerd in de opvang van vluchtelingen. Maar de focus van de EU op migratiebeheersing is niet de juiste manier om migratie aan te pakken.

Ontwikkelingshulp in landen van herkomst kan inderdaad tot minder migratie leiden. Maar pas op lange termijn. Naarmate een land meer ontwikkelt, leidt dit in eerste instantie tot meer migratie. Mensen hebben dan namelijk de middelen om te vertrekken. Maar wanneer een land nog verder ontwikkeld is, zullen mensen blijven. In dat opzicht is het logisch dat ontwikkelingsgelden worden ingezet bij migratie. Maar de EU zal zich wel moeten voorbereiden op een aanvankelijke toename van migranten, voordat die zal afnemen.

Verder is het stellen van voorwaarden bij ontwikkelingshulp om migratie te beheersen problematisch. Het principe van ontwikkelingshulp zelf is niet verkeerd. Maar wel als ontwikkelingshulp alleen wordt geboden op voorwaarde dat het land in kwestie meewerkt aan migratiebeheersing. Dit brengt veel morele, ethische en soms ook legale problemen met zich mee. Het geld dat gereserveerd is voor een bepaald doel wordt dan bijvoorbeeld gebruikt voor iets anders. Dit kan negatieve gevolgen hebben voor de mensen waar het om gaat. Het geld dat gereserveerd stond voor ontwikkelingshulp, wordt dan gebruikt voor migratiebeheersing. Anders gezegd: het geld gaat niet naar de projecten die de regio ten goede komen, maar naar projecten die het meest van belang zijn voor de EU.’

Sommige rechtse partijen in Europa beargumenteren dat we veel geld investeren in ontwikkelingslanden, terwijl migranten naar Europa blijven komen. Zij pleiten ervoor om dit geld te gebruiken om de buitengrenzen van de EU te versterken. In samenwerking met het leger en organisaties als Frontex wordt dit al gedaan. In hoeverre ben je het eens met dit soort beleid, of zouden we wel geld moeten blijven investeren in ontwikkelingslanden?

‘Het argument dat migranten, ondanks ontwikkelingsgelden, naar Europa blijven komen, komt voort uit het feit dat niet de meest arme mensen migreren, maar de middenklasse. Wanneer de leefomstandigheden van de armsten verbeteren, belanden zij in de categorie mensen die wel in staat is om te migreren. Dit is echter geen reden om niet in ontwikkelingslanden te investeren. De werkelijkheid is dat we niet weten hoe we migratie in deze landen kunnen beheersen.

 

“Het perspectief dat veel Europese beleidsmakers hanteren, is dat iedereen, vooral de mensen uit Afrikaanse landen, de wens heeft om naar Europa te komen. Dat betwijfel ik.”

 

We lopen ook tegen problemen aan wanneer we investeren in (het trainen van) de politie in ontwikkelingslanden om migratie te beheersen. In Eritrea wordt ontwikkelingsgeld van de EU gebruikt in projecten met dwangarbeid via de nationale dienstplicht. Na het vredesverdrag tussen Eritrea en Ethiopië heeft Eritrea 2 miljard euro ontvangen van de Europese Unie. Zij gebruiken dit geld onder andere om te investeren in infrastructuur. Hierbij schakelen ze bedrijven in waar de werknemers weinig of niet betaald krijgen en voor onbepaalde tijd voor de overheid moeten blijven werken. De onderzoekscommissie van de Verenigde Naties heeft deze situatie bestempeld als een vorm van dwangarbeid, die dus wordt gestimuleerd door de Europese Unie.

Het perspectief dat veel Europese beleidsmakers hanteren, is dat iedereen, vooral de mensen uit Afrikaanse landen, de wens heeft om naar Europa te komen. Dat betwijfel ik. Er is veel mobiliteit op het Afrikaanse continent. Voor velen is het een overlevingsstrategie om een bestaan op te bouwen in een ander land en dat hoeft zeker niet per se een land in Europa te zijn.

Er zit ook een economisch kant aan dit verhaal. Men kan ervoor kiezen om ontwikkelingsgelden in landen van herkomst te investeren. Of men kan dit geld, om politieke en economische redenen, investeren in industrieën die zich bezighouden met het versterken en beschermen van de Europese grenzen. Dit doen Europese bedrijven en het gaat om grote geldbedragen. Voor rechtse politieke partijen zou dit nog een extra motivatie kunnen zijn om te pleiten voor het versterken van de Europese grenzen.’

Recent waren er veel mensenrechtenschendingen doordat landen samenwerken om migratiestromen af te houden, zoals dat nu gebeurt aan de Grieks-Turkse grens en op de ABC-eilanden. Hoe kunnen we dit transnationale beleid ontmoedigen en een kader creëren om de betrokkenen te beschermen?

‘De VN functioneert voornamelijk via de veiligheidsraad en de UNHCR. Die werkwijze zorgt voor een zekere mensenrechtenbescherming. Maar wat bijvoorbeeld in Griekenland gebeurt, is juridisch gezien de verantwoordelijkheid van Griekenland zelf. Maar Griekenland kan het niet meer aan.
Hoe kan de EU Griekenland helpen en de rechten van vluchtelingen en migranten beschermen? Helaas is er een gebrek aan solidariteit tussen de EU-lidstaten. Een oplossing zou kunnen zijn om de eerste screening van migranten op hotspots te doen. Vervolgens worden mensen verdeeld over de lidstaten. Deze zijn vervolgens verantwoordelijk voor de asielprocedures. Het is oneerlijk om alle asielprocedures aan Griekenland over te laten.’

 

“Er is potentie om vooruitgang te boeken op een andere manier dan koste wat kost mensen tegenhouden.”

 

Ligt hier een rol voor internationale organisaties zoals de Verenigde Naties?

‘Het werk van de UNHCR moet niet worden onderschat. Sommige landen zijn bereid om de UNHCR van fondsen te voorzien zodat ze actie kan ondernemen, anderen zijn dat niet. Recent zijn er de New York Declaration for Migrants and Refugees en de Global Compacts for Refugees and Migration gekomen. Afhankelijk van hoe deze zich ontwikkelen, zou dit een mogelijkheid kunnen zijn voor landen om op een positievere manier samen te werken. Het achterliggende idee is dat de rijkere lidstaten meer solidariteit tonen met de staten die de lasten van de vluchtelingenopvang dragen. De lidstaten die de Global Compact for Migration hebben ondertekend, hebben het oogmerk om samen veilige, geordende en reguliere migratie te bewerkstelligen. Landen hebben dus wel het besef dat zij samen moeten werken, want migratie is niet iets dat zomaar verdwijnt. Eindelijk praten landen hierover samen op VN-niveau. Er is een forum en een instrument. Er is potentie om vooruitgang te boeken op een andere manier dan koste wat kost mensen tegenhouden.’

Tot slot, hoe kan de EU haar grenzen beschermen zonder daarbij mensenrechten te schenden?

‘Bij de Turks-Griekse grens gebeuren duidelijk mensenrechtenschendingen. De EU weet niet hoe zij om moet gaan met deze crisis. Het op slot houden van de grenzen heeft de steun van onder andere het EU-voorzitterschap. Gezien het solidariteitsprincipe, ontbreekt het kennelijk aan de wil van EU-lidstaten om Griekenland te helpen. Er lag bijvoorbeeld een voorstel om 2500 minderjarigen van de Griekse eilanden naar een aantal lidstaten over te brengen. Helaas stemde Nederland niet in met dit voorstel. Nederland is een van de meest welvarende landen van de Europese Unie, maar weigerde 500 minderjarigen van de Griekse eilanden op te vangen. Het argument was, dat Nederland al genoeg vluchtelingen op heeft gevangen. Er is een compleet gebrek aan solidariteit, toewijding en verantwoordelijkheid. Beschamend. Het antwoord ligt in solidariteit en een eerlijke verdeling van vluchtelingen die asiel aanvragen in Europa.’

 

“Naast Europese solidariteit, moeten we ook kijken naar solidariteit die verder dan de Europese grenzen gaat.”

 

Heeft het migratiebeleid van de EU aangetoond haalbaar te zijn?

‘Het grootste probleem is dat het migratiebeleid van de EU niet goed functioneert. Ik denk dat iedereen het erover eens is dat de Dublinovereenkomst zeer gebrekkig is. Maar de lidstaten zijn het er niet over eens hoe we nu verder moeten. De EU handelt momenteel niet op een manier waarop crises, zoals die in 2015, voorkomen kunnen worden. Ze houdt vast aan het buitenhouden van migranten. Omdat Europa niet op een goede manier met de vluchtelingensituatie om kan gaan, zien we misbruik van migranten in Turkije, Libië en Griekenland.

Naast Europese solidariteit, moeten we ook kijken naar solidariteit die verder dan de Europese grenzen gaat. Want ondanks dat velen naar Europa willen komen, is dat niet voor iedereen het geval. Ook is de harde werkelijkheid dat velen Europa nooit bereiken.’

Dit interview is afgenomen binnen het MIND-project. MIND staat voor ‘Migration, Interconnectedness, Development’ en is een driejarig project dat mede gefinancierd wordt door de Europese Commissie. In dit project werkt Cordaid samen met 11 Europese Caritas-partners, met als doel bewustwording te creëren onder beleidsmakers en het publiek over de link tussen migratie en ontwikkeling.