Sla het menu over en ga direct naar de content van deze pagina. Sla het menu over en ga direct naar zoeken.
Cordaid EN

Hein de Haas over de relatie tussen klimaatverandering en migratie

relatie tussen klimaatverandering en migratieHein de Haas is hoogleraar sociologie aan de Universiteit van Amsterdam en directeur van het International Migration Institute (IMI). Bezoek zijn eigen website voor meer informatie over zijn onderzoek en publicaties. Voor een verder toelichting van zijn standpunten over het concept van ‘klimaatvluchtelingen’ zie de blog Climate refugees: The fabrication of a migration threat.

In je werk refereer je regelmatig aan de hardnekkige mythe dat ontwikkeling gebruikt kan worden om migratie te verminderen. Waarom is deze redenering problematisch?

‘Dit gaat terug naar de kern van veel hedendaagse misvattingen over migratie. Ondanks dat er steeds meer bewustwording is over dit inzicht in onderzoek en, in beperkte mate, in de beleidswereld, blijft het een zeer hardnekkige mythe. Deze is gegrond in een fundamenteel foute manier van denken over migratie. Migratie wordt daarin gezien als een probleem dat opgelost dient te worden, of als een resultaat van ontwikkelingsfalen. Dit is niet de manier waarop we over andere fundamentele kwesties in de samenleving spreken. We spreken bijvoorbeeld niet over de economie, handel of onderwijs als problemen die ‘opgelost’ dienen te worden. In plaats daarvan proberen we deze kwesties te begrijpen. Omdat migratie vaak wordt gezien als een probleem dat we moeten oplossen, worden vaak “quick fix” oplossingen aangedragen. Deze zijn echter niet gebaseerd op werkelijk begrip van migratie. Het is belangrijk om te begrijpen dat, ten eerste, mensen altijd al in beweging zijn geweest. En nog belangrijker; onderzoek heeft aangetoond dat ontwikkeling, modernisering en industrialisatie initieel gepaard gaan met een toename van verplaatsingen van mensen. Dit bewijs gaat rechtstreeks in tegen het (vooral in het beleidsdomein) veelgehoorde idee dat de enige manier om ‘Zuid-Noord’ migratie te stoppen is om ontwikkeling in herkomstlanden te stimuleren. Volgens deze visie zouden we vooral de armste landen in de wereld, zoals in Sub-Sahara Afrika, moeten helpen om rijker te worden, zodat mensen daar blijven.

 

“Ontwikkeling van lage-inkomenslanden verhoogt migratie omdat verbeteringen in inkomen, infrastructuur en onderwijs de mogelijkheden en aspiraties van mensen om te migreren verhogen.”

 

Het probleem hiermee is echter dat onderzoek het tegenovergestelde laat zien. De paradox is dat het verband tussen ontwikkeling en emigratieniveaus aanvankelijk positief is. Wanneer landen beginnen met industrialiseren, moderniseren, infrastructuur te ontwikkelen, en wanneer de bevolking toegang krijgt tot informatie en educatie, en de werkgelegenheid in industrie en dienstverlening toeneemt, leidt dit initieel juist tot meer migratie. Dit geldt binnen landsgrenzen in de vorm van urbanisatie; mensen verhuizen van dorpjes naar steden, vervolgens naar grotere steden, en uiteindelijk over landsgrenzen heen. De mobiliteit van mensen groeit dus aanvankelijk enorm. Het is geen toeval dat de belangrijkste emigratielanden van de wereld bepaald niet de armste landen zijn, maar veelal midden-inkomenslanden, zoals in afgelopen decennia bijvoorbeeld Mexico, Marokko, Turkije en de Filipijnen. We zien dus een non-lineair patroon, waar landen in eerste instantie meer immigranten voortbrengen. Een dergelijke fase met piek-emigratie is niet een korte termijn fenomeen, maar houdt in regel verschillende generaties aan.

Ontwikkeling van lage-inkomenslanden verhoogt interne en internationale migratie omdat verbeteringen in inkomen, infrastructuur en onderwijs doorgaans de mogelijkheden en aspiraties van mensen om te migreren verhogen. Lange-afstandsmigratie over landsgrenzen heen vereist namelijk aanzienlijke middelen, zoals geld, diploma’s (welke toegang geven tot banen), kennis, vaardigheden, visa en sociale contacten. Mensen die wat beter af zijn hebben deze middelen vaak. Zij zijn dus in staat om te migreren. Vooral internationale migratie gaat gepaard met aanzienlijke kosten en risico’s, welke de armste mensen zich niet kunnen veroorloven. Extreme armoede weerhoudt mensen er dus van om te migreren, zelfs als zij dit zouden willen.’

Wanneer zal migratie dan vervolgens afnemen?

‘Wanneer landen de status van hoge-inkomenslanden bereiken neem emigratie uiteindelijk af, wat in regel ook gepaard gaat met toenemende immigratie. Dit is door de jaren heen in verschillende landen gebeurd, zoals in Zuid-Europa, Zuid-Korea en Thailand. Op dit moment is de migratie vanuit Mexico en Turkije drastisch aan het afnemen, omdat er in deze landen toenemende welvaart is. Wanneer we dit inzicht toepassen op de armste landen van de wereld, zoals landen in Sub-Sahara Afrika, dan zal elke vorm van ontwikkeling, zowel economisch, structureel, sociaal en educatief, naar alle waarschijnlijkheid dus leiden tot een toename van migratie. En dat gaat lijnrecht in tegen de (impliciete) achtergrond van veel beleidsvoorstellen.

Toenemende aspiraties om te migreren hangen zoals gezegd vaak samen met onderwijs en media. Hierdoor veranderen de ideeën van mensen over wat een ‘goed leven’ is. Losstaand van economische factoren, welke uiteraard een grote rol spelen, zorgt onderwijs ervoor dat mensen banen in steden of in het buitenland gaan ambiëren. Ook veranderen de levensstijl die jonge mensen ambiëren en meer in het algemeen hun ideeën over het ‘goede leven’, dat in toenemende mate in de stad en in het buitenland wordt gesitueerd, wat vaak gepaard gaat met een toenemende afkeer van traditioneel-agrarische leefwijzen. Naarmate mensen meer onderwijs genieten en gespecialiseerd raken, is de kans groter dat zij op zoek gaan naar banen die alleen in andere plekken; vaak in steden, en soms internationaal, te vinden zijn. Ontwikkeling verhoogt in eerste instantie zowel dus de mogelijkheden als de aspiraties om te migreren.’

 

“Het is problematisch om een simplistische link met migratie te maken door te beweren dat klimaatverandering tot internationale massamigratie zal leiden.”

 

Je houdt je ook veel bezig met de link tussen migratie en klimaatverandering. Kan je uitleggen hoe migratie en klimaatverandering zich tot elkaar verhouden?

‘Om te beginnen wil ik benadrukken dat klimaatverandering een zeer serieuze zaak is, dat om een urgente aanpak vraagt. Ik probeer niet de ernst van deze kwestie tegen te spreken. Echter, het is problematisch om een simplistische link met migratie te maken door te beweren dat klimaatverandering tot internationale massamigratie zal leiden. Veel media, politici, milieuactivisten en migratie experts stellen regelmatig dat de gevolgen van de opwarming van de aarde, zoals zeespiegelstijging en een toename van extreme weersomstandigheden als orkanen, zullen leiden tot grootschalige bevolkingsmigratie. Hierbij wordt de simpele veronderstelling gemaakt dat in gebieden die mogelijk onder water zullen lopen door de zeespiegelstijging, alle mensen zullen vertrekken en er dus gigantische migratiestromen tot stand zullen komen. Het stijgen van de zeespiegel is echter een lange termijn proces. Je kan niet simpelweg stellen dat alle mensen uit zo’n gebied zullen vertrekken, en zeker niet dat ze daarbij internationale grenzen over zullen steken.

In de eerste plaats is het beeld van ‘toenemende overstromingen’ te uniform en simplistisch. Laaggelegen deltagebieden, zoals in Bangladesh, zijn bijvoorbeeld zeer dynamisch en worden gekenmerkt door constant veranderende patronen van erosie en door sedimentatie veroorzaakte landaanwinst. Landverlies op sommige plekken kan dus worden gecompenseerd door landaanwinst op andere plekken. Bovendien weten we uit onderzoek dat de hoofdoorzaak van toenemende overstromingen in kustgebieden niet de zeespiegelstijging is, maar voornamelijk door menselijke activiteiten veroorzaakte bodemdaling en erosie.

Ook kan niet zomaar verondersteld worden dat laaggelegen gebieden gewoonweg onder water zullen lopen en dus onbewoonbaar zullen worden, omdat mensen zich ook kunnen aanpassen door het bouwen van dammen, het wegpompen van water of het bouwen van huizen op hoger gelegen gebieden, maar dat hangt af van de bereidwilligheid van overheden om hier iets aan te doen.

De links tussen migratie en klimaatverandering zijn dus zeer complex en indirect. Er wordt veelal een te simplistische en deterministische link gemaakt tussen veranderingen die teweeg worden gebracht door klimaatverandering en migratiestromen, waarbij wetenschappelijke kennis wordt genegeerd.

Zo voorspellen verschillende klimaatmodellen een toename van droogtes in delen van sub-Sahara Afrika. Hier wordt weer de assumptie gemaakt dat, wanneer er meer droogtes zijn, dit internationale migratie op gang zal brengen. Interessant genoeg is er vrij veel onderzoek gedaan naar de migratiegevolgen van droogtes. Deze onderzoeken laten zien dat de link tussen droogte en migratie zeer complex is; je kan er niet vanuit gaan dat omdat het droger is, mensen zullen migreren. Vaak hebben mensen, naast landbouw, namelijk ook nog andere bronnen van inkomsten. Maar zelfs als je naar kleine boeren kijkt, die enkel van landbouw afhankelijk zijn, kunnen de effecten van droogte paradoxaal zijn. Verschillende studies hebben laten zien dat lange-afstandsmigratie afneemt tijdens droge periodes. De verklaring is dat mensen tijdens droge jaren geen middelen hebben om te migreren. Families die van plan zijn om naar steden of het buitenland te trekken, doen dit daarom juist in jaren van overvloedige regenval, wanneer de oogsten overvloedig zijn en mensen de middelen hebben om hun migratie te financieren. En wanneer mensen gedwongen worden weg te trekken als gevolg van natuurrampen, dan verplaatsen zij zich in de regel over korte afstanden, en keren zij in de regel terug zodra het gevaar geweken is. Dit zien we bijvoorbeeld bij overstromingen in riviervalleien en deltagebieden van de wereld: mensen willen zo snel mogelijk weer terugkeren, omdat daar hun huis is, maar ook omdat juist in zulke laaggelegen gebieden de grond erg vruchtbaar is.

 

“Extreme armoede ontneemt kwetsbare bevolkingsgroepen de mogelijkheid om weg te trekken.”

 

Samenvattend zie ik vijf belangrijke redenen om sceptisch te zijn over het idee dat klimaatverandering zal leiden tot massamigratie. Ten eerste is klimaatverandering, hoe serieus ook, een fenomeen dat zich over lange termijn afspeelt. Dit geeft mensen de kans om zich aan te passen aan hun veranderende omgeving. Ten tweede gebruiken mensen verschillende aanpassingsstrategieën om met milieuveranderingen om te gaan. Voorbeelden hiervan zijn het bouwen van dijken en polders en het toeleggen op niet-agrarische activiteiten om zo minder afhankelijk van de landbouw te worden. Migratie is daarom vaak een centraal onderdeel van zulke aanpassingsstrategieën. Ten vierde toont onderzoek aan dat in het geval van natuurrampen de grote meerderheid van mensen zich over kleine afstanden beweegt, zoals naar het volgende dorp of stad, en zo snel mogelijk weer naar huis terugkeert. Ten slotte beschikken de armste en kwetsbaarste groepen tijdens natuurrampen, droogtes en overstromingen simpelweg niet over de middelen om te vluchten.

Toen orkaan Katrina New Orleans onder water zette, waren de meeste slachtoffers arme, vaak zwarte Amerikanen. Het ontbrak hen aan geld, auto’s en sociale contacten om de stad tijdig te ontvluchten. Ook wonen zij vaak in de laagstgelegen, en dus meest kwetsbare gebieden van de stad. Extreme armoede ontneemt kwetsbare bevolkingsgroepen de mogelijkheid om weg te trekken. Zij zijn trapped in poverty: ze komen vast te zitten zonder mogelijkheden om te vluchten.’

In je blog ‘Climate refugees: The fabrication of a migration threat’ schrijf je dat politici het thema van klimaatvluchtelingen bewust gebruiken om het migratiethema te depolitiseren. Hoe en waarom gebruiken politici deze strategie?

‘Door een simplistisch, direct oorzakelijk verband te trekken tussen klimaatverandering en migratie, wordt de migratie van kwetsbare mensen gedepolitiseerd. Depolitiseren is een retorische strategie die erop gericht is de politieke dimensie uit een sociale kwestie te negeren of verwijderen. Dit terwijl juist de politiek invloed heeft op de kwetsbaarheid van mensen en hun veerkracht om goed om te kunnen gaan met natuurrampen of lange-termijn veranderingen in de natuurlijke omgeving. Dit is bijvoorbeeld te zien aan hoe een orkaan een veel desastreuzere impact kan hebben op een arm land als Haïti, dan wanneer een gelijksoortige orkaan de Verenigde Staten bereikt. Dit kan worden verklaard door het feit dat in Haïti veel armoede, slechte huisvesting en zwakke overheidsdiensten zijn. Zoals in het voorbeeld van orkaan Katrina gezien kan worden, hebben ook in rijkere landen als de Verenigde Staten arme mensen een grotere kans om hun huizen kwijt te raken, gewond te raken, of zelfs hun leven te verliezen tijdens extreme gebeurtenissen. Op dezelfde manier zullen ook de kwetsbaarste groepen veel meer getroffen worden door aan klimaatverandering gerelateerde veranderingen zoals zeespiegelstijging, droogte of een grotere frequentie van extreme weersituaties als orkanen.

 

“Door alleen op klimaatfactoren te focussen wordt de aandacht afgeleid van de verantwoordelijkheid van overheden om kwetsbare groepen weerbaarder te maken voor ecologische tegenslag.”

 

Politici depolitiseren sociale kwesties regelmatig door de schuld op milieu- of klimaatfactoren af te schuiven, welke ‘buiten hun controle’ zijn. Ze wijzen naar en beschuldigen het klimaat, in plaats van dat ze zich focussen op hoe ze zelf de bevolking minder kwetsbaar kunnen maken. In Marokko beroepen politici zich bijvoorbeeld vaak op droogte en verwoestijning om een heel scala aan problemen in rurale gebieden te verklaren, zoals de lage agrarische productiviteit, economische stagnatie en ruraal-urbane migratie. Zulke crisisvertogen over klimaatverandering en verwoestijning worden zo gebruikt om de aandacht af te leiden van een falend overheidsbeleid, bijvoorbeeld om agrarische ontwikkeling te stimuleren door het bijstaan van kleinere boeren. Politieke en sociale factoren leiden tot veranderingen in water- en landgebruik en zijn daarom vaak de voornaamste oorzaak van ecologische crises. Door alleen op klimaatfactoren te focussen wordt de aandacht afgeleid van de verantwoordelijkheid van overheden om kwetsbare groepen weerbaarder te maken voor ecologische tegenslag. Wanneer mensen ontheemd raken of zelfs overlijden aan de gevolgen van natuurrampen, is dit niet alleen een direct effect van de ramp. Het reflecteert ook het onvermogen en de onwil van overheden om de bevolking te helpen. In het geval van overstromingsgebaar kan dit bijvoorbeeld gedaan worden door het bouwen van dijken, maatregelen voor tijdige evacuatie en het opstellen en handhaven van bouwregelgeving.

Ook kan het overheden goed uitkomen om het klimaat als een excuus te gebruiken om mensen van huis en haard te verdrijven en daarmee hun leefomgeving af te nemen. Dit is bijvoorbeeld het geval bij vertogen over de zeespiegelstijging en het vermeende fenomeen van ‘zinkende eilanden’ in de Stille Oceaan. Een onderzoek van professor Uma Kothari van de Universiteit van Manchester liet recentelijk zien dat de overheid van de Malediven oude, zeer controversiële voorstellen heeft gerecycled om de bevolking, momenteel verspreid over 200 eilanden, op 10-15 eilanden te hervestigen. Het belangrijkste motief hiervoor is altijd economisch geweest. De overheid vindt het namelijk te duur om de wijdverspreide bevolking te voorzien van diensten en middelen. Deze ideeën zijn de laatste jaren opnieuw voor het voetlicht gebracht maar nu door ze in de context van klimaatverandering en zeespiegelstijging te presenteren. In het geval van de Malediven is, net als in veel andere eilandnaties en kustgebieden, het bouwen van wegen, gebouwen en het rooien van natuurlijke vegetatie de voornaamste oorzaak van overstromingen en kusterosie. We moeten dus voorzichtig zijn; de links tussen klimaatverandering en migratie zijn zeer complex en indirect.’

 

“Door zich te bedienen van alarmerende taal en beeldvorming riskeren betrokkenen het thema klimaatverandering om te vormen in een migratie-gerelateerde bedreiging.”

 

Waarom denk je dat het narratief rondom ‘klimaatvluchtelingen’, zoals nog veelal gebruikt door overheden en ontwikkelingsorganisaties, problematisch is?

‘Het is dus zeer onwaarschijnlijk dat klimaatverandering tot internationale massamigratie zal leiden. Maar ondanks dat dergelijke claims niet door feiten worden onderbouwd, blijven ze hardnekkig voortbestaan bij verschillende politici, internationale organisaties, onderzoekers en klimaatactivisten. De voornaamste verklaring hiervoor is dat de doemscenario’s die voorspellen dat de klimaatmigratiemythe verschillende politieke agenda’s dient, zowel ter linker- als ter rechterzijde van het politieke spectrum. Klimaatactivisten, internationale organisaties als de International Organisation for Migration (IOM) en sommige ontwikkelingsorganisaties gebruiken het om aandacht te vragen voor klimaatverandering, en de urgentie om dit aan te pakken te onderstrepen. Anti-immigratiegroepen en rechtse partijen kunnen dit thema gebruiken om de angst voor toekomstige massamigratie verder aan te wakkeren, en zo de noodzaak voor strengere grensbewaking te benadrukken. Onder onderzoekers en internationale organisaties lijkt het klimaatmigratiemythe vooral stand te houden om fondsenwervingsdoeleinden. Het klimaat-vluchtelingen betoog dient ook om media-aandacht te genereren. De mythe wordt misbruikt om klimaatverandering een gezicht te geven, maar bedoeld of onbedoeld wordt daarmee de ongegronde angst voor massamigratie verder aangewakkerd.

Door zich te bedienen van alarmerende taal en beeldvorming riskeren betrokkenen het thema klimaatverandering om te vormen in een migratie-gerelateerde bedreiging. Hierbij wordt over het hoofd gezien dat de gevolgen van ecologische veranderingen het ernstigste zijn voor de meest kwetsbare mensen in armere landen, welke in de regel niet over de middelen beschikken om weg te trekken. Ook leidt het de aandacht af van de politieke oorzaken van grotere ecologische risico’s en ontheemding.

De afwezigheid van de voorspelde toevloed van miljoenen klimaatvluchtelingen is echter geen reden om stil te zitten of de klimaatproblematiek te bagatelliseren. Klimaatverandering gaat hoogst waarschijnlijk grote gevolgen hebben voor temperatuur- en neerslagpatronen en de stabiliteit van weer- en ecosystemen, en daarmee ook agrarische productie, inkomens en de bestaanszekerheid van grote groepen mensen.

 

“Omdat migratie vele drijfveren heeft, is het zelden terug te brengen tot enkel de effecten van klimaatverandering of andere ecologische factoren.”

 

Klimaatverandering is een urgent probleem dat een drastische aanpak behoeft en radicale aanpassingen in onze productie- en consumptiepatronen, technologie en algehele leefwijze. Het gebruiken van het massamigratie schrikbeeld om te pleiten voor urgente actie om de CO2 emissies te reduceren, is een voorbeeld van ‘being right for the wrong reasons’. Door – vaak tegen beter weten in – toch gebruik te maken van de angst rondom massamigratie, wordt een gevaarlijk sentiment gevoed. Het aanvoeren van het de klimaat-migratie mythe is dus niet alleen wetenschappelijk onverantwoord, maar kan op lange termijn ook de geloofwaardigheid van organisaties die dit argument gebruiken schaden.’

Het Internal Displacement Monitoring Centre (IDMC) stelt dat klimaatverandering een factor is die bijdraagt aan ontheemding, migratie en/of mobiliteit. Hoe zie jij dat?

‘Omdat migratie vele drijfveren heeft, is het zelden terug te brengen tot enkel de effecten van klimaatverandering of andere ecologische factoren. Het klimaat is slechts een van de vele factoren die migratie vormgeeft, en heeft een meer indirect dan directe invloed. Dit maakt het ingewikkeld om migratie direct te linken aan klimaatverandering en andere ecologische factoren. De voornaamste directe oorzaken van migratie zijn economisch, politiek en sociaal, zoals arbeidsvraag in bestemmingsgebieden, de werving van arbeidsmigranten en ontwikkeling in herkomstlanden die de mogelijkheden en aspiraties tot migratie vaak vergroot. Extreme verarming als gevolg van klimaatverandering zal daarom de migratiecapaciteit van mensen paradoxaal genoeg eerder verlagen dan verhogen.

Studies naar deltagebieden in Bangladesh laten zien dat ecologische veranderingen en migratiepatronen niet direct zijn toe te schrijven aan zeespiegelstijging. Veel van deze mobiliteit zou sowieso hebben plaatsgevonden als gevolg van urbanisatie, de groei van de industriële en dienstensectoren in steden en stijgende onderwijsniveaus. De paradox is dat veel mensen vaak juist naar gebieden trekken die het kwetsbaarst zijn voor de gevolgen van klimaatverandering. Dit is bijvoorbeeld het geval in vruchtbare delta’s en steden die vaak gebouwd zijn in kustgebieden en delta’s of nabij stroombeddingen van rivieren. Mensen verhuizen vaak naar de steden vanwege de betere mogelijkheden om werk te vinden en de betere toegang tot publieke voorzieningen, en nemen daarbij factoren als bevolkingsdichtheid en milieurisico’s zoals overstromingen op de koop toe. Het gaat dus meer om het verminderen van de kwetsbaarheid van arme mensen, dan om het onnodig en onterecht paniek schoppen rond de vermeende migratiegevolgen van klimaatverandering.’

Dit interview is afgenomen binnen het MIND-project. MIND staat voor ‘Migration, Interconnectedness, Development’ en is een driejarig project dat mede gefinancierd wordt door de Europese Commissie. In dit project werkt Cordaid samen met 11 Europese Caritas-partners, met als doel bewustwording te creëren onder beleidsmakers en het publiek over de link tussen migratie en ontwikkeling.