Sla het menu over en ga direct naar de content van deze pagina. Sla het menu over en ga direct naar zoeken.
Cordaid EN

Ilse van Liempt over Europese migratiedeals met Turkije en Afrika

Europese migratiedeals met Turkije en AfrikaIlse van Liempt is universitair Docent Stadsgeografie aan de Universiteit Utrecht. In 2007 is ze gepromoveerd op de onderwerpen irreguliere migratie en mensensmokkel. Ook heeft ze onderzoek gedaan aan het Sussex Centre for Migration Research. In 2017 heeft ze met een beurs van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek, onderzoek gedaan naar de migratiedeal tussen de Europese Unie en Turkije.

Kun je meer vertellen over je onderzoek naar de migratiedeal tussen de EU en Turkije? Wat was de aanleiding en het doel?

“De aanleiding was de deal tussen Turkije en de EU. Het was een kort onderzoeksproject over mixed migration. Het idee dat er vluchtelingen en economische migranten samenkomen en dat er geen onderscheid wordt gemaakt, zorgt altijd voor veel paniek. Wij hadden het idee dat de deal een grote wijziging was van de aanpak. We voelden ook dat het stond voor méér dan alleen de deal. Dat blijkt nu ook zo te zijn. Het wordt gezien als een voorbeeld, als de nieuwe manier waarop we in de toekomst met migratie verder kunnen gaan.

Onze onderzoeksvraag was: wat is de impact van dit soort beleidswijzigingen op migranten? Op hun routes? En op de rol van mensensmokkelaars? Daarnaast wilden we in kaart brengen wat de deal buiten Europa betekent. Dit kwam voort uit een gevoel dat dit als een snelle oplossing werd gepresenteerd zodat er geen mensen meer aankomen in Europa en dat daarmee het probleem zou zijn opgelost.”

 

“Ook al is het een mislukking, toch wordt het gepresenteerd als een groot succes.”

 

Wat was het effect van de EU-Turkije deal op de migrant zelf en op migratiestromen?

“De hotspot approach – het aanwijzen van een aantal plekken (Griekse eilanden) waar de beslissing wordt genomen of migranten wel of niet door mogen reizen – was nieuw. In de praktijk is die doorstroom niet gelukt. Maar een duidelijk effect van die deal is, dat veel mensen al bijna drie jaar vastzitten. Dat geeft een vertekend beeld, want er wordt gezegd dat de aantallen zijn afgenomen. Dat klopt: minder mensen reizen verder. Maar degenen er al zitten, zitten er vaak lang en voor onbepaalde tijd.

De Europese Commissie publiceert elke maand een rapport met de stand van zaken: over het aantal mensen dat is teruggestuurd, het aantal herhuisvestingen en de bestedingen van het geld. Het blijkt dat er vrij weinig mensen worden teruggestuurd. Degenen die teruggestuurd worden naar Turkije zijn met name Afghanen en Pakistanen. Zij kunnen onder de huidige wet relatief makkelijk teruggestuurd worden naar hun land van herkomst. Want Turkije had twee weken na de deal een terugkeerakkoord getekend met Pakistan.

Alhoewel ik blij ben dat er weinig mensen worden teruggestuurd, blijkt ook dat gedeelte van de deal niet goed te werken. Als dat wel het geval zou zijn, zouden er meer mensen teruggestuurd zijn. Ook al is het een mislukking, toch wordt het gepresenteerd als een groot succes. Dat is de macht van de media, de politiek en de opinie.

Voor het eerst wordt er ook onderscheid gemaakt op basis van nationaliteit. Als Syriër heb je andere rechten dan wie dat niet is. Dat mag niet, maar is wel onderdeel van deze afspraak. Herhuisvesting onder de EU-Turkije deal is alleen voor Syriërs. Dat is niet uit te leggen. Het verhaal is dat zij een recognition rate hebben: de kans dat zij een vluchtelingenstatus krijgen is 89%. Het is een groep waarvan je met zekerheid kunt zeggen dat ze bescherming nodig hebben. Daarom worden zij naar Europa gehaald. Waarom zou dat niet voor een Afghaan gelden? Daarom gaan er nu kritische stemmen op dat het vluchtelingenverdrag blijkbaar is opgeheven. Want het gaat niet meer over wetgeving, maar over een politiek spel. Hoeveel migranten neemt Europa wel of niet? Het maakt niet meer uit op basis waarvan, het gaat alleen maar om de aantallen. De goede vluchtelingen zijn de Syriërs. Dat heeft allerlei consequenties voor andere groepen.

Ook op de lange termijn is het een heel vreemde ontwikkeling dat bij integratie niet gekeken wordt of mensen recht hebben op bescherming, maar of zij slachtoffer zijn en tot een kwetsbare groep behoren.”

De coalitie wil onderzoek laten doen om te kijken of het vluchtelingenverdrag gemoderniseerd moet worden. Hebben ze jullie al benaderd om dat onderzoek te doen?

“Nee, maar dat is al langer ter sprake. De mensen die kritisch zijn, zijn bang dat het verdrag helemaal wordt opgeheven. Als je nu gaat praten over modernisering, vrezen zij dat het verdwijnt.

Ik denk dat het goed is het aan te passen. Er staat bijvoorbeeld niets over klimaatvluchtelingen in het verdrag. Er zijn nu zoveel situaties die heel anders zijn dan na de Tweede Wereldoorlog toen het werd gemaakt vanuit de gedachte: Joden zijn een duidelijke groep, die bescherming nodig heeft. Tegenwoordig gaat het om zoveel verschillende mensen, met heel diverse achtergronden en verschillende motieven. Dat maakt het verdrag multi-interpretabel en ingewikkeld om uit te voeren.”

Wat is je opgevallen tijdens je onderzoek?

“De Balkanroute ging een paar weken voordat de deal werd ingevoerd dicht. Dat had een duidelijke impact. Al die mensen die vastzitten, zijn nog niet echt aangekomen. Maar over die groep heeft niemand het over. Terwijl er van alles is gebeurd. Zoals mensensmokkel vanaf de Griekse eilanden terug naar Turkije, waarbij mensen dachten: ‘Dan ga ik zelf wel via een andere route naar Europa, want ik kom hier niet weg.’ Of mensen kozen voor vrijwillige terugkeer, zelfs terug naar Syrië, omdat de situatie in Griekenland uitzichtloos is. Dat zijn ingrijpende beslissingen. Ook is de afhankelijkheid van mensensmokkelaars almaar toegenomen, omdat de legale opties steeds kleiner worden.

 

“Het is verschrikkelijk dat mensen op een illegale manier de zee over moeten steken en dan hier te horen krijgen dat ze niet mogen blijven. Terwijl je volgens de wet recht hebt om in Nederland een woning te krijgen en te integreren.”

 

Alle advocaten en juristen zeggen dat Turkije geen veilig land is. Turkije is geen land waar je je asielprocedure kunt doorlopen, terwijl de hele EU-Turkije deal gebaseerd is op het idee ‘wij maken de shifting en dan kun je in Turkije de procedure doorlopen.’ Op papier is er een asielwet in Turkije, maar in de praktijk krijgt bijna niemand asiel, op enkele tientallen na.

Verder hebben we gezien dat er in Europa vluchtelingenkampen mensenrechten worden geschonden. Ik had niet verwacht dat dit in Europa kan gebeuren. Geen schoon water, heel slecht voedsel, heel slechte hygiëne, geen medische voorzieningen. Het gaat er in Griekenland ook niet meer om of je recht op bescherming hebt. De enige manier om naar het vasteland te komen is als je voldoet aan vulnerability criteria (kwetsbaarheidscriteria). Daardoor zien we ook een verschuiving, waarbij het niet meer gaat om het recht op bescherming en asiel, maar om kwetsbaarheid. Als je kwetsbaar bent, wordt je toegelaten. Dit leidt tot bizarre situaties: vrouwen die zwanger worden omdat ze dan naar Athene getransporteerd kunnen worden; mensen die zichzelf bewust snijden en pogingen tot zelfmoord doen om maar te voldoen aan de vulnerability criteria.”

Uit de nota van minister Kaag blijkt dat er in Nederland en ook in Europa steeds meer ingezet wordt op migratiedeals. Zoals met Tunesië en andere landen in de ring rond Europa. Hoe kijk je daar tegenaan, gezien je onderzoek naar de EU-Turkije deal?

“Minister Kaag zegt vaak dat het makkelijk is om kritiek te hebben, en nodigt uit om met een beter plan te komen. Ik waardeer dat er gedacht wordt over alternatieven. Ik zou niet willen zeggen dat de deal waardeloos is, want het moet anders dan nu. Het is een goed idee om mensen eerder in het proces duidelijkheid te geven of ze wel of geen recht op bescherming hebben in Europa. Het is verschrikkelijk dat mensen op een illegale manier de zee over moeten steken en dan in Nederland, Italië of Griekenland te horen krijgen dat ze hier niet mogen blijven. Terwijl je volgens de wet recht hebt om in Nederland een woning te krijgen en te integreren. Maar om hier te komen moet je je leven wagen. Ik ben voorstander om na te denken over veiligere manieren of over legale opties om naar Europa te komen. De vraag is hoe je dat moet organiseren. Tegelijkertijd heb ik veel zorgen over wat er gebeurt als het buiten het zicht is van Europa. Nemen we dan nog wel verantwoordelijkheid?”

 

“Wat ik eng vind, is dat in het publieke debat de schijn wordt gewekt dat je migratie kunt beheersen en stoppen. Dat wekt valse hoop.”

 

In de nota van minister Kaag wordt ook gesteld dat de migratiedeals duurzame oplossingen voor migratie zijn. Zie jij ze ook als duurzaam?

“Wat je ook organiseert, er zijn altijd mensen die op eigen gelegenheid naar Europa gaan komen. Om te denken dat de deals de enige weg zijn, is kortzichtig. In mijn onderzoek zag ik bijvoorbeeld dat mensen hun land niet uit konden, omdat ze een uitreisvisum nodig hadden. Of dat ze gezocht worden door de overheid. Er kunnen allerlei redenen zijn waarom mensen niet in dat traject passen. Er is niet één oplossing voor één probleem. Er zullen altijd mensen zijn die buiten de oplossing vallen. Wat ik eng vind, is dat in het publieke debat de schijn wordt gewekt dat je migratie kunt beheersen en stoppen. Dat wekt valse hoop. Ik verwacht dat migratie alleen maar toe zal nemen. Het lastige is dat er weinig tolerantie voor migratie is, maar tegelijkertijd gaat iedereen veel meer reizen. Het gat tussen de werkelijkheid en waar beleidsmakers naartoe willen wordt steeds groter.

Alle aandacht gaat nu uit naar de migranten op bootjes. Maar de meeste migranten komen gewoon op een toeristenvisum en blijven vervolgens. Of ze komen als student. Er is zoveel migratie die niet problematisch is.”

 

“In Europa hebben we soms het idee dat iedereen naar Europa wil, maar dat is niet de werkelijkheid.”

 

In Kaag’s beleidsnota wordt ook ingezet op de aanpak van grondoorzaken als oplossing van ‘het probleem’. Wat vind je daarvan?

“Het lijkt mij een heel goed begin, de root causes. Een van de paradoxale dingen die het onderzoek van Hein de Haas laat zien is, dat als mensen het een beetje beter krijgen, de kans op migratie groter wordt. Terwijl altijd is gedacht dat het de arme mensen zijn die gaan migreren. Maar als mensen het door ontwikkeling een beetje beter krijgen, krijgen ze ook meer aspiraties en neemt migratie juist toe.

Maar er is ook onderzoek dat laat zien dat de meeste mensen niet willen migreren. Bij ons onderzoek naar resettlement (herhuisvesting) hebben we gekeken naar Syriërs die vanuit Turkije geherhuisvest zijn onder de deal. Daaruit bleek dat ze helemaal niet naar Europa wilden. De meesten gaan gewoon naar de regio. In het geval van Syrië gaan ze naar Turkije of Libanon. Hun land ligt in puin en het liefst willen ze zo snel mogelijk hun leven terug zoals het was. In Europa hebben we soms het idee dat iedereen naar Europa wil, maar dat is niet de werkelijkheid.

Migratie is een grote verstoring van het leven dat mensen leiden. Ik denk dat het belangrijk is om de root causes te onderzoeken. Wat betreft de deals: als je als Europa echt wilt dat dáár de procedures zijn, dan moet je ook zorgen dat de leefomstandigheden in de regio goed zijn. Ik vind het de verantwoordelijkheid van Europa dat de Syriërs die in Turkije zitten naar school kunnen. Als je pleit voor opvang in de regio, dan moet je die regio ook serieuzer nemen. In die zin lijken root causes mij het allerbelangrijkste.

Ik vind het verontrustend dat er over migratie wordt gesproken alsof het vooral een probleem voor ons is. Er is veel te weinig aandacht voor de situatie daar. Er is evenmin onderzoek gedaan naar wat er met het EU-geld gebeurt wat aan Turkije is gegeven. Het idee was, dat het geld geïnvesteerd zou worden in opvang voor Syriërs. Maar tot nu toe zijn er heel veel detentiecentra gebouwd met Europese vlaggen. Ik denk dat het geld besteed wordt aan grenscontroles, detentie, opvang en efficiënte selectie. Dit is een observatie, want ik heb er geen onderzoek naar gedaan. Terwijl het idee was, dat het geld ook naar ontwikkelingsdoeleinden zou gaan, zodat Syriërs een betere toegang krijgen tot voorzieningen.”

Je hebt ook een artikel geschreven met Prof. Dr. Annelies Zoomers over een voorstel voor een ander beleid, inclusief banenplan. Kun je dat voorstel toelichten?

“Het idee daarvoor was ontstaan uit frustratie. In plaats van mensen selecteren op basis van kwetsbaarheid zou je kunnen kijken naar de positieve kant en de economische mogelijkheden. Je zou eerder in het proces moeten nadenken over wat deze mensen Europa kunnen bieden. Er is veel discussie over integratie, die eerder zou moeten beginnen. Bij opvang in de regio kun je nagaan waar mensen goed in zijn, wat zij de arbeidsmarkt kunnen bieden.

Ook gaven mensen in onze interviews aan dat leeftijdsgenoten allemaal al twee kinderen en een baan hebben, terwijl zij hier nog zitten met een uitkering en een coach, die vertelt dat ze het traject ‘verzorging’ moeten doen, terwijl ze in Aleppo op de universiteit zaten. Dat is zonde van het geld, de tijd, en de talenten van mensen, van wie de lifecycle overhoop wordt gehaald. Als we praten over opvang in de regio, zou je ook kunnen nadenken over hoe je mensen eerder aan het werk zet.

 

“Het recht om te blijven is belangrijk om mensen de zekerheid te geven dat ze hier iets kunnen opbouwen.”

 

Wat betreft de publieke opinie is het belangrijk om mensen op een andere manier te omschrijven dan als zielige vluchtelingen. Er zijn de goede Syriërs, die zogenaamd allemaal hoogopgeleid zijn, wat niet waar is, en er is het verhaal van ‘die mensen moeten we helpen want die zijn zo kwetsbaar’. Dat klinkt dubbel. In Canada worden vrij veel mensen via herhuisvesting opgenomen. Ook hebben ze private sponsorships, waarbij ook particulieren de verantwoordelijkheid kunnen nemen om vluchtelingen te helpen.”

In het artikel ging het ook over het recht om te blijven. Wat houdt dat precies in?

“Dat kun je op verschillende manier uitleggen. In Turkije heb je alleen mogelijkheden voor tijdelijke bescherming. Ook Syriërs kunnen geen staatsburgerschap krijgen. Gevolg is dat mensen een heel andere verhouding hebben tot dat land. In Nederland speelt weer een ander probleem: mensen die afgewezen worden en uitgeprocedeerd zijn, kunnen niet terug. Uit onderzoek blijkt dat wanneer er meer circulaire migratie is – mogelijkheden om heen en terug te gaan – mensen eerder teruggaan. Maar wij hebben nu een situatie gecreëerd, waarin het moeilijk is om te komen. Als je eenmaal hier bent, heb je al je geld geïnvesteerd om hier te komen en ga je ook nooit meer terug. Dat is contraproductief. Ook veel Syriërs hebben het nu over terugkeren, terwijl ze tegelijkertijd weten dat zodra ze teruggaan, dat voorgoed is. Daardoor nemen mensen niet zo snel die beslissing. Tegelijkertijd zijn er mensen die zeggen ‘als je de grenzen opendoet, komt iedereen’.

Het recht om te blijven is belangrijk om mensen de zekerheid te geven dat ze hier iets kunnen opbouwen. Als je voortdurend in onzekerheid zit, ga je hier ook niet investeren en heb je een andere verhouding tot het land. Tegelijkertijd denk ik dat als je mensen meer vrijheid geeft om heen en weer te gaan, dat mensen dan ook meer verantwoordelijkheid nemen.

Naar aanleiding van dit paper hebben we beleidsaanbevelingen gedaan. De rapporteur mensenrechten heeft naar ons onderzoek verwezen.”

Zie je een trend dat er meer belangstelling is om alleen nog maar tijdelijk verblijf toe te staan?

“Dat was al zo. In Turkije vind ik het bizar, dat zelfs een Syriër geen permanente status kan krijgen. Er wordt niets verteld over wat er in Turkije gebeurt, het is geen onderdeel van ons publieke debat. Het probleem wordt uitbesteed aan andere landen. Dat lijkt een makkelijke oplossing om zelf geen verantwoordelijkheid meer te hoeven nemen.

 

“We zijn zelf helemaal nog niet solidair in Europa. Hoe kunnen we dan verwachten om dat in een andere context wel voor elkaar te krijgen?”

 

In Nederland is het voor sommige groepen haast per definitie onmogelijk om hier verblijf te krijgen. Als je uit West-Afrika komt is de kans dat je een vluchtelingenstatus krijgt zo klein, dat mensen het systeem omzeilen. Omdat ze denken: ‘als ik asiel aanvraag, word ik uitgezet, dus kan ik me maar beter niet kenbaar maken’. Er is een trend naar tijdelijkheid en een voorkeur voor bepaalde landen. In Europa kunnen we een duidelijke trend zien, dat als je uit een bepaald land komt, je in sommige landen meer kans hebt op het krijgen van een vluchtelingenstatus dan in andere. Als een Afrikaan bijvoorbeeld naar Frankrijk gaat, heeft hij meer kans om een vluchtelingenstatus te krijgen dan hier. Dat is een rare situatie, als je nadenkt over gemeenschappelijk asielbeleid. Als je uit Tsjetsjenië komt, heb je een grotere kans op een status in Oostenrijk dan in Nederland.

In Oost-Europa heb je nu ook een discussie. De Hongaarse premier Orbán heeft gezegd: ‘Ik heb geen verhouding tot vluchtelingen uit Syrië en ik ben niet verantwoordelijk voor het conflict daar, dus waarom moet ik die mensen opnemen? Ik heb er niks mee te maken’. Bepaalde landen voelen meer verantwoordelijkheid voor sommige conflicten, omdat ze er zelf mee te maken hebben of omdat ze er een geschiedenis mee hebben. Je ziet dat er bepaalde netwerken of relaties bestaan tussen landen. Zoals koloniale banden. Dat slaat misschien ook weer terug op die root causes. Als Nederland voelen we misschien meer verantwoordelijkheid voor wat er in Curaçao gebeurt dan ergens anders, omdat je daar op een bepaalde manier mee verbonden bent.

Ik vind het paradoxaal, dat samenwerken bij grenscontroles op Europees niveau goed en efficiënt gaat, maar samenwerking bij het bieden van bescherming niet. Opvang in de regio is al een heel oud idee. Het is alleen heel moeilijk om het op een goede manier uit te voeren. We zijn zelf helemaal nog niet solidair in Europa. Hoe kunnen we dan verwachten om dat in een andere context wel voor elkaar te krijgen?”

Dit interview is afgenomen binnen het MIND-project. MIND staat voor ‘Migration, Interconnectedness, Development’ en is een driejarig project dat mede gefinancierd wordt door de Europese Commissie. In dit project werkt Cordaid samen met 11 Europese Caritas-partners, met als doel bewustwording te creëren onder beleidsmakers en het publiek over de link tussen migratie en ontwikkeling.