Sla het menu over en ga direct naar de content van deze pagina. Sla het menu over en ga direct naar zoeken.
Cordaid EN

Jorge Castillo over de theologie van migratie

Jorge Eliécer Castillo Guerra is universitair docent Empirische en Praktische Religiewetenschap aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Hij heeft onder andere onderzoek gedaan naar de theologie van migratie, met specifieke aandacht voor processen van identiteitsvorming en religieuze transformatie van migranten.

Wat was de aanleiding voor je onderzoek naar de theologie van migratie?

‘Tijdens het schrijven van mijn proefschrift ontdekte ik dat pastoraal werkers en priesters bezig waren om hun kennis en ervaringen uit Latijns-Amerika te vertalen naar de behoeften van migranten in Nederland. Ik was bekend met de theologie, maar niet met de vertaling ervan naar migranten. Toen ik daarmee klaar was, ging mijn eerste artikel over de theologie van migratie. Ik was met name geïnteresseerd in het perspectief van migranten. Wat doen zij zelf? Waar zijn zij zelf in het verhaal over migratie?’

Wat heeft dat voor jou persoonlijk betekend?

‘De laatste drie, vier jaar ben ik vanuit een ander perspectief naar “de migrant” gaan kijken. Wat zegt de kerk over de migrant? Waar zijn de migranten in de sociale leer van de kerk? Vervolgens ben ik gaan kijken naar wat de kerk kan doen voor migranten.

 

“De sociale leer van de kerk is heel missionair. Ik heb veel inzichten ontdekt die voor die tijd vooruitstrevend waren.”

 

Ik heb twee perspectieven onderscheiden, die elkaar aanvullen. Allereerst het perspectief van de migrant zelf. Deze groep toont grote veerkracht.

Het tweede perspectief betreft degenen die hen willen helpen. Daarvoor is het noodzakelijk dat de kerk een infrastructuur faciliteert en mensen aanspoort om zorg te dragen voor migranten. Als je beide perspectieven combineert doe je recht aan de eigenwaarde en kracht van migranten. Je reduceert hen dan niet tot mensen die passief afwachten tot hulp van buitenaf komt.

Waar heb je je onderzoek op gebaseerd?

‘Ik heb veel documenten van de paus geciteerd. Soms krijg ik kritiek dat ik te veel behoudende pausen zou citeren, zoals Johannes Paulus II. Ook al ben ik het misschien niet met alles van deze paus eens – en wellicht heeft hij veel dingen niet begrepen uit de bevrijdingstheologie – maar hij heeft wel veel gedaan voor migranten. Sterker nog, hij is een van de pausen die het meest voor hen heeft gedaan. Dat gebeurt vaker bij behoudende pausen: zij hebben veel gedaan voor migranten en vluchtelingen. Het ingewikkelde van de sociale leer van de kerk is, dat je zeer conservatief kunt zijn, maar tegelijkertijd veel zorg kunt dragen voor het milieu, de omgeving en voor de mensen. Dat is het mooie ervan.

De sociale leer van de kerk begint bij Leo XIII. In een document van hem staat het volgende: “Niemand verlaat zijn eigen land voor zijn of haar plezier.” Mooi! Op die manier pleitte hij voor meer aandacht en meer begrip voor migranten.’

Wat zegt de sociale leer van de kerk over migratie?

‘De sociale leer van de kerk is heel missionair. Ik heb veel inzichten ontdekt die voor die tijd vooruitstrevend waren. In een document van Paus Pius XII uit de jaren vijftig van de vorige eeuw staat bijvoorbeeld dat als migranten aankomen in een nieuw land, zij meteen de taal moeten leren om aansluiting te vinden bij de samenleving. In andere bronnen vind je boodschappen van gelijke strekking. Het is belangrijk om duidelijk te maken dat er in de kerk zoveel is geschreven over migratie.

 

“De urgentie van de paus wordt vaak verkeerd geïnterpreteerd, namelijk dat we iedereen zouden moeten opvangen. Maar dat zegt hij niet; het gaat om een selecte groep die niet kan wachten.”

 

De vervolgstap is om de teksten te leren interpreteren. Op congressen en conferenties waar ik spreek, merk ik dat mensen niet begrijpen wat de paus zegt. Hij maakt onderscheid tussen groepen mensen. Hij heeft het bijvoorbeeld over mensen in nood. Die zitten niet te wachten op een langdurig beleid. Je moet meteen iets doen op humanitaire gronden. Vervolgens is het van belang om de problemen die aan de noden ten grondslag liggen aan te pakken. Daar kun je beleid voor maken.

De urgentie van de paus wordt vaak verkeerd geïnterpreteerd, namelijk dat we iedereen zouden moeten opvangen. Maar dat zegt hij niet; het gaat om een selecte groep die niet kan wachten. Hij spreekt echter wel over migranten en vluchtelingen. Daardoor wekt hij wellicht de indruk dat hij niet alleen spreekt over mensen in nood, maar ook over arbeidsmigranten.

Het is ook heel moeilijk om migranten en vluchtelingen onder één noemer te brengen. Wij willen heel duidelijk weten wie er gedwongen is, maar het is heel lastig dat onderscheid te maken. zer spelen vaak een cocktail van redenen. Terwijl we met het oog op het maken van beleid een lijn moeten trekken tussen wie vluchteling is en wie economisch migrant is.’

In de politiek wordt vaak gesproken over het aanpakken van de grondoorzaken van gedwongen migratie. Hoe kijk jij hiertegen aan?

‘Als je het over gedwongen migratie hebt en over de grondoorzaken daarvan, moet je ook kijken naar bijvoorbeeld het Nederlandse of Europese beleid op handel, landbouw en belastingen. Dat beleid draagt bij aan (mondiale) ongelijkheden. De ‘duty to justice’ is de oproep om dat in de betreffende landen aan de kaak te stellen, inclusief Nederland. Als de wereld rechtvaardig zou zijn op het gebied van onder andere handel, zou er geen economische migratie zijn. Er zijn echter ook andere soorten van migratie. Gebrek aan water of goede grond kunnen redenen zijn dat mensen migreren. Ook ons consumptiepatroon speelt een rol. Het zou heel goed zijn als de landbouw bijvoorbeeld minder soja gaat gebruiken waarvan de herkomst onduidelijk is. Heel veel boeren hebben daardoor hun land verloren of is hen ontnomen door bedrijven. Er is dus een grote economische kloof tussen mensen die iets wel hebben en mensen die niets hebben. We moeten er voor zorgen dat die kloof kleiner wordt en dat grondstoffen en hulpmiddelen rechtvaardiger verdeeld worden.’

Wat versta jij onder de theologie van migratie?

‘Mijn uitgangspunt is de reis van de migrant en de transformatie van identiteit die daarmee gepaard gaat. Dat tweede is erg belangrijk, omdat migranten een dubbele of meervoudige identiteit hebben. Hier in Nederland verlangen wij van migranten loyaliteit. Maar de landen van herkomst willen niet dat zij zich Nederlands gaan gedragen of meer Europees worden. Migranten hebben dus een dubbele oriëntatie en moeten een balans vinden tussen die twee werelden. Behalve immigranten zijn ze ook emigranten.

 

“Migranten herontdekken hun geloof in transitielanden door contact met andere gelovigen.”

 

In de identiteit zijn drie fases te onderscheiden. De eerste fase is als een migrant zijn eigen land verlaat. Dan krijgt hij of zij een andere identiteit, namelijk die van een emigrant. Ze zijn ineens geen burgers meer, maar emigrant geworden. In hun land van herkomst worden ze als gelukkig gezien: zij hebben de kans gekregen om naar het buitenland te gaan en daar een nieuw bestaan op te bouwen. Achterblijvers hebben bepaalde verwachtingen van emigranten: die worden geacht geld te verdienen voor hun gemeenschap en voor hun familie. Maar die achterblijvers hebben ook een bepaalde verbinding met de migrant. Ze gebruiken daarbij ook religieuze elementen: ze bidden tot God, engelen of heiligen om ervoor te zorgen dat het migratieproject lukt. Zowel de familie als de migrant zelf veranderen dus. Gebeden en liturgieën worden bijvoorbeeld aangepast om te kunnen bidden voor een geslaagde migratiereis. Zo zijn in Ecuador kerken veranderd in voorbereidingstempels voor migranten.

De tweede fase heeft betrekking op transitielanden. Iemand uit Mexico is meteen in de VS, maar iemand uit El Salvador moet via andere landen reizen om in de VS te komen. Dat kan jaren duren. Dit is erg, omdat gedurende deze periode niemand zich verantwoordelijk voelt voor de migrant, zij staan als het ware ‘los’. In deze periode zijn migranten dus erg afhankelijk van kerkelijke organisaties of humanitaire organisaties. Tijdens deze transitieperiode verandert het geloof van de migrant. Zo kan het transitieland ook het bestemmingsland worden. Ze hebben bijvoorbeeld een baantje gevonden of hebben een onderneming opgebouwd. Migranten herontdekken hun geloof in transitielanden door contact met andere gelovigen. Daar begint ook een tweede proces: reconstructie of transformatie van het geloof. In deze tijden van eenzaamheid en crisis is het geloof een extra steun voor hen. Daarnaast ontmoeten ze mensen met andere religies. Ook dat verandert hen.

De derde fase start bij aankomst in een nieuw land. Opnieuw verandert hun identiteit. Deze immigratie betekent een confrontatie. Plotseling krijgen ze verschillende identiteiten, bijvoorbeeld moslim, hoog- of laagopgeleid. Opnieuw verandert hun identiteit, en ze worden wellicht als heel iemand anders gezien en bestempeld dan zij zichzelf zien.’

Wat betekent dit voor de identiteit van een migrant in een nieuw land?

‘Als je het hebt over de identiteit van een migrant, moet je ook kijken naar de transnationale aspecten. Wij zien alleen wat hier gebeurt, in Europa, in Nederland. In die eenzijdige waarneming ontbreekt het transnationale perspectief. Wij beseffen niet dat migranten ook in contact zijn met hun thuisland. Dat heeft een grote impact op het leven van de migrant. Voor het geloof is dat ook belangrijk. In de VS bestaan transnationale heiligen of priesters, die worden meegenomen voor processies en bijzondere vieringen. Die uitwisseling is heel belangrijk voor de beleving van hun geloof en cultuur. Ook in migrantenkerken wordt daar veel aandacht aan besteed. Het is altijd een punt van aandacht in een preek of in een viering. Dat heeft te maken met die dubbele identiteit, die dubbele oriëntatie.

 

“Je hebt twee identiteiten die geen tegenstelling hoeven te zijn, maar bij elkaar gebracht moeten worden, in balans.”

 

Het probleem is dat men in de Europese denktraditie gewend is om in extremen te denken, in zwart-wit. Als een migrant twee oriëntaties heeft – in de filosofie heet dat dualisme – worden die twee dus tegenover elkaar gezet. Dat klopt enerzijds wel, anderzijds niet. Het is geen dualistische identiteit, maar een duale identiteit. Je hebt twee identiteiten die geen tegenstelling hoeven te zijn, maar bij elkaar gebracht moeten worden, in balans. Je kunt verschillende accenten leggen op een van de twee oriëntaties. Zo heb je migrantenkerken die meer naar binnen gericht zijn en minder contact zoeken met de rest van de samenleving. Zij zijn meer gericht op contact met het moederland. Zij zullen migranten niet stimuleren om te integreren in de samenleving, maar zullen veel meer de band met het moederland proberen te versterken.

Er zijn ook migrantenkerken die veel extraverter zijn en veel meer deelnemen aan de samenleving. Dat verschil heeft vaak te maken met hoe je een land binnengekomen bent. Als je terecht komt in een wijk waar weinig Nederlands wordt gesproken, dan is dat jouw school voor integratie. Als je hier als kennismigrant komt of als expat, dan is het een heel ander verhaal.’

Hebben mensen het recht hun land te verlaten?

‘In de sociale leer van de kerk wordt dat beargumenteerd vanuit het common good, omdat het gaat om een noodsituatie. Dat is een kwestie van gezamenlijke verantwoordelijkheid. Daarnaast denk ik dat de kerk achter vrijheid van mobiliteit staat. Mensen moeten het recht hebben niet te hoeven emigreren. Daarmee bedoel ik om onvrijwillig, door omstandigheden gedwongen, te migreren. Dan gaat het om mensen die niet weg willen.

De kerk ontkent niet dat de staat het recht heeft migratie te regelen, maar probeert criteria te geven voor deze regeling. Dat is het menselijke aspect ervan. Het beheer van grenzen moet op een menselijke manier gebeuren.’

Hebben mensen het recht om te blijven?

‘Een duidelijke formulering hiervoor heb ik nog niet gevonden. Er zijn wel criteria voor wanneer iemand blijft. Ik denk dat het recht om te blijven onderdeel is van het recht om binnen te komen, het recht om zich te verplaatsen en het recht op mobiliteit.

 

“Circulaire migratie, waarbij men de mogelijkheid heeft om (tijdelijk) te emigreren, en vervolgens weer (tijdelijk) te remigreren, zou mogelijk moeten zijn.”

 

Het grootste probleem is dat de toelating ook het verblijf van mensen hier bepaalt. Migratie wordt gezien als een manier om geld te verzamelen en uiteindelijk zelf ondernemer te worden in het eigen land. Maar omdat het grensbeleid zo rigide is, zitten mensen die hier komen via legale kanalen en asielprocedures gevangen in het illegale circuit zodra hun verblijfsvergunning of asielprocedure is verlopen. Misschien vergaren ze zo wel geld, maar als ze weg zouden gaan, kunnen ze hier nooit meer terugkomen. Dus blijven ze hier. Het grensbeleid is er verantwoordelijk voor dat ze gevangen zitten in een vrij democratisch land.

Dit grensbeleid bepaalt ook het verblijf van mensen en de duur van het verblijf in Europa of Nederland. Met een flexibel grensbeleid zou het verblijf in Europa anders zijn. Circulaire migratie, waarbij men de mogelijkheid heeft om (tijdelijk) te emigreren, en vervolgens weer (tijdelijk) te remigreren, zou mogelijk moeten zijn. Dat dit nu zo moeilijk is, heeft ook met het dominante concept van burgerschap te maken. Men moet loyaal zijn, onder meer aan de Nederlandse cultuur, men moet assimileren. Dat bepaalt de mate van integratie. Integratie- en inburgeringseisen zijn dermate streng, dat die circulaire migratie tegenwerken.’

Hoe zouden we in Nederland en in Europa moeten omgaan met migranten?

‘We hebben de verplichting tot onderlinge solidariteit. Dat is heel belangrijk. Solidariteit komt niet naar voren in de huidige maatregelen om migratie tegen te houden. Die maatregelen creëren juist tegenstellingen tussen burgers en niet-burgers. Degene die geen burger is, is een minder mens. Degene die geen burger is, valt niet onder de verantwoordelijkheid van de staat. Dus als deze mensen ergens in de woestijn sterven of in zee verdrinken, dan is dat niet de verantwoordelijkheid van Europa of Nederland. Omdat ze allereerst geen EU-burgers zijn en omdat deze ongelukken buiten de grenzen van Europa gebeurt.

Europa moet beseffen wat solidariteit betekent en dat wat Europa doet, effect heeft op solidariteit, ook buiten Europa. Europa denkt dat door de Turkije-deal de problemen voorbij zijn. Maar heeft het in de gaten wat de Turkije-deal heeft veroorzaakt? Het is zo moeilijk om naar Europa te komen, dat mensen ergens anders heen gaan, bijvoorbeeld naar Costa Rica. Maar dat willen wij niet weten. Er zijn heel veel Afrikanen die met schepen en vliegtuigen naar Latijns-Amerika gaan door het Europese grensbeleid. Per bus trekken ze door Zuid-Amerika. Dat is op dit moment een groot probleem. Veel migranten bevinden zich in een uitzichtloze situatie. Kerken en Caritas-organisaties proberen te helpen. Ik heb vorig jaar met eigen ogen gezien hoe triest dat was. Ik kon alleen maar boos zijn op Europa, die niet weet wat zij veroorzaakt. In Zuid-Amerika zijn er mensen die graag willen helpen, maar ook mensen die precies zo reageren als de populisten en nationalisten hier. “Waarom komen ze hier? Ze gaan onze dochters verkrachten.” Overal roepen mensen dezelfde leuzen. De muren van Europa zijn hier de oorzaak van. Je kunt je dus afvragen hoe efficiënt het beleid van de EU is. We moeten ons afvragen wat de gevolgen van het EU-beleid zijn voor de rest van de wereld. Solidariteit is hierbij wezenlijk, zeker voor een organisatie als Cordaid die zich bezighoudt met ontwikkelingssamenwerking.’

Dit interview is afgenomen binnen het MIND-project. MIND staat voor ‘Migration, Interconnectedness, Development’ en is een driejarig project dat medegefinancierd wordt door de Europese Commissie. In dit project werkt Cordaid samen met 11 Europese Caritas-partners, met als doel bewustwording te creëren onder beleidsmakers en het publiek over de link tussen migratie en ontwikkeling.