Sla het menu over en ga direct naar de content van deze pagina. Sla het menu over en ga direct naar zoeken.
Cordaid EN

Ozge Bilgili over de lessen die we kunnen leren uit de opvang van Congolese vluchtelingen in Rwanda

Özge Bilgili is universitair docent algemene sociale wetenschappen aan de Universiteit Utrecht. Haar expertise is de integratie van migranten, transnationalisme, onderwijsonderzoek en beleidsanalyse. Ze is voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Migratieonderzoek (DAMR), bestuurslid van IMISCOE en het Permanente Comité voor Migratietransnationalisme. Ook is zij als onderzoekster aangesloten bij de Verenigde Naties University MERIT.

Je onderzoek naar Congolese vluchtelingen in Rwanda laat zien dat de aanwezigheid van vluchtelingen zowel positieve als negatieve gevolgen heeft gehad voor lokale gemeenschappen in Rwanda. Hoe ben je tot deze conclusie gekomen?

‘Rwanda is een interessante case om de impact van vluchtelingen op lokale gemeenschappen te onderzoeken. Afgaand op de geschiedenis van Rwanda, zullen velen het zien als een land dat vluchtelingen genereert. Maar in de afgelopen decennia heeft Rwanda juist vluchtelingen uit buurlanden opgevangen. Er wonen momenteel ongeveer 164.500 officieel geregistreerde vluchtelingen in Rwanda. 45% komt uit de Democratische Republiek Congo.

 

“Door hen gelijke status en rechten te geven behandelt de Rwandese regering vluchtelingen als onderdeel van de samenleving.”

 

Opvallend is dat Congolese vluchtelingen in Rwanda in een langdurige crisis verkeren. Ze wonen al langere tijd in Rwanda en op korte termijn zullen ze niet kunnen terugkeren naar de DRC. De Rwandese regering erkent dit en heeft een relatief tolerant beleid voor vluchtelingen. Vrijheid van verkeer en werk is toegestaan. Bovendien heeft de regering een gemeenschapsgerichte aanpak van sociale diensten gestimuleerd. Dat betekent dat vluchtelingen en lokale Rwandezen indien mogelijk toegang hebben tot dezelfde diensten. Deze beleidsaanpak is vrij uniek vergeleken met andere landen, waar vluchtelingen zeer beperkte rechten hebben. Door hen gelijke status en rechten te geven behandelt de Rwandese regering vluchtelingen als onderdeel van de samenleving. Dit verbetert de relaties tussen de lokale bevolking en de vluchtelingen op economische, sociale en culturele terreinen.’

Hoe heb je het onderzoeksproject in 2015 opgezet?

‘Het door UNHCR gefinancierde project gaat over hoe de aanwezigheid van Congolese vluchtelingen de lokale gemeenschappen in Rwanda beïnvloedt. Meestal gaat het publieke en academische debat over de negatieve impact van vluchtelingen op de lokale economie, omdat ze salarissen en inkomens kunnen verlagen, banen van de lokale bevolking kunnen overnemen en op andere gebieden kunnen concurreren. In onze studie wilden we behalve de economische impact ook die op sociale diensten, zoals onderwijs en gezondheid en sociale cohesie, meenemen.

We hebben niet alleen gekeken naar gemeenschappen die binnen een straal van tien kilometer van de kampen liggen, maar ook naar gemeenschappen die minstens twintig kilometer verder liggen. We zagen dat de mensen in de buurt van de kampen veel interactie hebben met de vluchtelingen; ze gaan naar dezelfde markten, gaan op dezelfde plaatsen winkelen en nemen elkaar in dienst. Degenen die verder van de vluchtelingenkampen woonden, hadden weinig contact met de vluchtelingen. We hebben enquêtes gedaan onder huishoudens en gemeenschappen. Ook interviewden we focusgroepen, zowel in de vluchtelingenkampen als in de gemeenschappen dichtbij en verder weg van de kampen. We vergeleken de economische situatie, sociale voorzieningen, onderwijs en sociale cohesie van kampen dichtbij en verder weg en analyseerden de impact ervan op de vluchtelingen.’

Wat was de impact van de Congolese vluchtelingen op lokale gemeenschappen in Rwanda?

‘Het bleek dat vluchtelingen weinig tot geen negatieve impact hebben op de lokale economie. De lokale bevolking huurt de vluchtelingen in om op hun land te werken. Vervolgens kan de plaatselijke bevolking andere banen oppikken. Dat verklaart de overgang van op landbouw gebaseerde activiteiten naar op loon gebaseerde werkgelegenheid.

 

“Als vluchtelingen gelijke rechten en status hebben, worden ze gemakkelijker geaccepteerd in de samenleving.”

 

De studie toonde ook aan dat wat betreft de toegang tot gezondheidszorg en onderwijs geen negatieve gevolgen zijn voor plaatselijke bewoners in de buurt van een vluchtelingenkamp.

Wat betreft onderwijs, was er in gemeenschappen dichtbij de kampen aanvankelijk een overbelasting van klaslokalen. Dit kwam omdat meer mensen in dezelfde infrastructuur moesten worden ondergebracht. Van lieverlee investeerde zowel de overheid als internationale organisaties in verbetering. Uit ons onderzoek blijkt dat er geen extreme verschillen zijn tussen gemeenschappen dichtbij of ver weg van de vluchtelingenkampen. Toch moet je voorzichtig zijn met conclusies trekken. Het gaat om een moeilijke omgeving, waar schoolgaan en verder leren nog niet vanzelfsprekend zijn.

Evenmin toonde het onderzoek negatieve effecten van vluchtelingen op de sociale cohesie aan. Interessant, gezien het debat over hoe vluchtelingen sociale spanningen kunnen oproepen of normen en waarden van lokale gemeenschappen kunnen bedreigen.

Overigens hebben de Congolese vluchtelingen en de Rwandezen vergelijkbare culturele achtergronden en zijn hun talen vergelijkbaar. Bovendien wonen de Congolese vluchtelingen al geruime tijd in Rwanda.

Desalniettemin is het ontbreken van negatieve effecten op vertrouwen, veiligheid en sociale netwerken waardevol. We waren blij verrast toen we hoorden dat de Rwandese en Congolese kinderen samen spelen en studeren en dat de volwassenen hun werk delen. Rwandese ouders zagen Congolese vluchtelingenkinderen zelfs als goede voorbeelden van veerkrachtige, gemotiveerde leerlingen, aangemoedigd door hun ouders.

De manier waarop de lokale bevolking over de Congolese vluchtelingen sprak, was zeer positief. Ook al zullen er sociaal wenselijke antwoorden tussen hebben gezeten, het was een openbaring voor ons om geen wrok jegens de vluchtelingen te horen. Als vluchtelingen gelijke rechten en status hebben, worden ze denk ik gemakkelijker geaccepteerd in de samenleving.’

De aanwezigheid van vluchtelingen trekt investeringen aan. Wat is de invloed van de financiële steun van internationale donoren op de vluchtelingen en op de lokale gemeenschappen?

‘In een recent onderzoek hebben we de relatieve deprivatie voor zowel de lokale bevolking als voor vluchtelingen bestudeerd. Daaruit bleek dat vluchtelingen, zowel subjectief als objectief, slechter af zijn dan de lokale bevolking. Dit betekent dat de vluchtelingen zich ook meer achtergesteld voelen. We hebben echter ook aangetoond dat dergelijke verschillen tussen de bewoners en vluchtelingen aanzienlijk kleiner worden als we verrekenen dat vluchtelingen vaker financiële hulp en geldovermakingen ontvangen.

Sinds 2016 is de Rwandese regering er op gebrand om het onderscheid tussen vluchtelingen en de lokale bevolking te verminderen. Tegelijkertijd erkent ze nog steeds de structurele beperkingen van vluchtelingen vergeleken met de lokale bevolking. Het Rwandese beleid bevordert de zelfredzaamheid van vluchtelingen. Dat heeft ook geresulteerd in verminderde budgetten van internationale donoren. Het beleid van zelfredzaamheid mag niet ten koste gaan van financiële steun. Want, zoals we hebben aangetoond in ons onderzoek naar deprivatie, is financiële steun cruciaal voor hun economisch welzijn. Dit blijft een uitdaging, vooral gezien de huidige pandemie.’

 

“Uitgebreide bureaucratische maatregelen belemmeren Nederland om op zeer korte termijn in de behoeften van mensen te voorzien en noodhulp te verlenen.”

 

Een van de pijlers van het onderzoeksrapport van Cordaid is het creëren van gastvrije samenlevingen en het aanmoedigen van deelname en integratie van migranten. Wat vind je van het integratiebeleid van Nederland?

‘In Nederland bestrijkt het integratiebeleid onder meer inburgeringbeleid, toegang tot burgerschap, beleid voor economische integratie en toegang tot gezondheidsdiensten. Deze domeinen verschillen per categorie migranten. Het is zeer gefragmenteerd. Nederland worstelt met het dilemma om kwaliteitsdiensten aan migranten en vluchtelingen (het ondersteunen van integratie) af te wegen tegen de vele beperkingen. Gezien het kwaliteitscriterium kost het Nederland meer tijd om te reageren. Uitgebreide bureaucratische maatregelen belemmeren Nederland en vele andere Europese landen om op zeer korte termijn daadwerkelijk in de behoeften van mensen te voorzien en noodhulp te verlenen. De noodhulpmentaliteit bestaat niet. Soms is het beter om een praktische aanpak te hebben. Want hoe sneller en hoe beter het proces van vestiging verloopt, hoe positiever de toekomstige ervaringen van migranten en vluchtelingen zijn.

Bovendien moet integratie worden behandeld als een tweerichtingsproces. Vluchtelingen, migranten en asielzoekers hebben de verantwoordelijkheid om in de samenleving te willen integreren. Bijvoorbeeld door de taal te leren en actief deel te nemen aan het sociale leven. Maar ook de Nederlandse gemeenschap is verantwoordelijk. Er zijn veel lokale activiteiten die de plaatselijke bevolking, asielzoekers en vluchtelingen bij elkaar brengen. Zoals het Utrecht Refugee Launch Pad. Deze initiatieven halen vaak niet het nieuws of de (inter)nationale beleidsdebatten. Aangezien integratie vooral op lokaal niveau plaatsvindt, zou meer nadruk op dergelijke initiatieven moeten worden gelegd. Men kan zich immers meer Amsterdammer of Utrechter voelen dan Nederlander.’

Welke rol kan de Nederlandse overheid en het maatschappelijk middenveld spelen om te helpen bij de integratie van migranten?

‘De staat is de enige die gelijke rechten en status voor migranten, vluchtelingen en gastsamenlevingen kan regelen. Daarom is zij verantwoordelijk voor het creëren van een omgeving waarin migranten en vluchtelingen zich geaard, geïntegreerd en als onderdeel van de gemeenschap voelen. Toegang verschaffen tot gelijke rechten, inclusief toegang tot sociale diensten, werk en mobiliteit, staat centraal. Deze aanpak verbetert uiteindelijk het leven van de vluchtelingen en migranten en komt ook de samenleving als geheel ten goede. Daarom hoop ik dat Europese staten hun gevoelens van bedreiging en angst kunnen inruilen door migranten en vluchtelingen te verwelkomen.’

 

”De kracht van de Rwandese aanpak is dat zij het onderscheid tussen de lokale bevolking en vluchtelingen niet versterkt.”

 

Welke lessen kan de Nederlandse overheid en het maatschappelijk middenveld leren van Rwandese gastgemeenschappen?

De kracht van de Rwandese aanpak is dat zij het onderscheid tussen de lokale bevolking en vluchtelingen niet versterkt. Terwijl we in Nederland een sterke taal van otherness (anders-zijn) hebben, gebeurt dat in Rwanda niet. Het Nederlandse maatschappelijk middenveld kan hiervan leren. Het kan gelijke rechten en een intensievere samenwerking tussen migranten, vluchtelingen en bewoners blijven bevorderen. Zoals sociale, economische en culturele activiteiten op lokaal niveau, die leiden tot kennisuitwisseling en empathie tussen verschillende segmenten van de samenleving. Ook kunnen zij aandacht vragen voor vooroordelen, negatieve stereotypen en discriminatie.

Zoals het Rwandese voorbeeld illustreert, kunnen internationale organisaties, ngo’s en andere maatschappelijke partijen, die met en voor migranten en vluchtelingen werken, dit proces faciliteren. Oogmerk moet zijn: gelijke status, samenwerking, gemeenschappelijke doelen en ondersteuning door sociale en institutionele autoriteiten. Dit is een goed uitgangspunt om ons perspectief op migranten en vluchtelingen in Nederland te herzien. Dan kunnen we toewerken naar een sociaal inclusieve, wederkerige en mondiaal concurrerende samenleving.’

Ook heb je onderzoek gedaan naar sociale cohesie en etnische diversiteit in Nederland. Hoe kan segregatie worden voorkomen?

‘Contact is erg belangrijk: er moet ruimte worden gecreëerd voor positieve ontmoetingen, onder gelijke voorwaarden. Zolang migratie- en integratiedebatten worden gedreven door angst, intolerantie en misvattingen, is dat onmogelijk. Doel moet zijn een ruimdenkend Nederland te creëren dat migranten en vluchtelingen ondersteunt en zich bewust is van de voordelen van een steeds meer multiculturele, diverse en levendige bevolking. Optimaal contact bevorderen is een simpele oplossing. Rwanda is een voorbeeld daarvan. Om segregatie te voorkomen, is het belangrijk om de toewijzing van asielzoekers en vluchtelingen onder de loep te nemen. Ze moeten verspreid worden over verschillende plekken in Nederland en niet alleen in de grote steden worden gehuisvest. Daarbij is het uiterst belangrijk om te erkennen dat sommigen op bepaalde plaatsen vrienden of familieleden hebben en met hun voorkeuren rekening te houden.’

 

“Dergelijke investeringen beïnvloeden niet alleen de economische ontwikkeling in gemeenschappen, maar brengen ook een nieuwe werkcultuur, kennis en informatie met zich mee.”

 

Migratie heeft gevolgen voor de landen van herkomst. Hierbij kunnen sociale en financiële remittances (overmakingen) een grote rol spelen. Welke gevolgen hebben financiële remittances voor armoede en sociale welvaart in de landen van herkomst?

‘Ten eerste is het belangrijk te erkennen dat financiële overmakingen kunnen bijdragen aan het bestrijden van armoede. Mondiaal zien we echter dat remittances ongelijk verdeeld zijn. De allerarmsten kunnen niet migreren en profiteren dus niet van remittances. In plaats daarvan zijn degenen die al beter af zijn ook degenen die geld ontvangen. Remittances kunnen dus leiden tot grotere ongelijkheid. Als de investeringen van migranten echter op een productieve manier worden gebruikt, kunnen ze een breder positief effect op de gemeenschap hebben. Veel migranten en repatrianten investeren in bedrijven in hun land van herkomst. Dergelijke investeringen beïnvloeden niet alleen de economische ontwikkeling in gemeenschappen, maar brengen ook een nieuwe werkcultuur, kennis en informatie met zich mee. Hier gaat het om sociale remittances, die overigens moeilijk meetbaar zijn.’

Welke impact heeft / zal COVID-19 hebben op remittances, en wat kan aan de impact ervan gedaan worden?

‘Remittances zullen naar verwachting aanzienlijk afnemen door COVID-19. Migranten worden onevenredig zwaar getroffen door de werkloosheid, aangezien de sectoren waar ze werken het hardst worden getroffen door de crisis. Migranten zijn waarschijnlijk de eersten die worden ontslagen. Bovendien kunnen seizoenarbeiders zich niet meer verplaatsen, omdat de grenzen gesloten zijn. De werkloosheid onder migranten zal op lange termijn waarschijnlijk aanhouden. In de Golfstaten worden bijvoorbeeld de olieprijzen beïnvloed. Dat heeft gevolgen voor investeringen en voor de vraag naar arbeid.

 

“De Wereldbank heeft voorspeld dat de remittances dit jaar met 20% zullen dalen.”

 

Deze veranderingen hebben een grote impact op de (hoeveelheid) remittances die migranten naar huis kunnen sturen. De Wereldbank heeft voorspeld dat de remittances dit jaar met 20% zullen dalen. Mogelijk zien we zelfs omgekeerde remittances, waarbij families in de landen van herkomst de migranten in het buitenland ondersteunen. Dit is tot nu toe niet het geval, maar we weten uit eerdere crises dat de kans er is. Tegelijkertijd zijn migranten vaak bereid om hun families en gemeenschappen nog meer te ondersteunen in een crisis, ook al hebben ze misschien niet de capaciteit om dat te doen. Hun altruïstische motivatie is hoger, omdat ze weten dat hun familie het geld nog meer nodig heeft dan voorheen. Dit zet migranten onder grote druk. Bovendien is er discussie over hoe het overmaken van remittances moet worden vergemakkelijkt. Velen stellen voor om de transactiekosten te verlagen. Het zou zeer nuttig zijn als dit zou worden gefaciliteerd door zowel migrerende als ontvangende landen.’

Je bent voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Migratieonderzoek (DAMR). Hoe zie je de rol van de DAMR bij beleidsvorming, met name op het gebied van migratie en vluchtelingen?

‘DAMR is een academisch netwerk van academici die werken aan migratie. Internationaal zijn we goed met elkaar verbonden, maar in Nederland ontbrak dit. DAMR is een poging om meer samenwerking te krijgen, vooral tussen verschillende disciplines. Het is niet ons doel om impact te hebben op het beleid. Evenmin wordt ons onderzoek vertaald in beleidsaanbevelingen.

Wel organiseren we elk jaar evenementen met het ministerie van Justitie en Veiligheid, ngo’s en maatschappelijke organisaties. We organiseren bijvoorbeeld pitch and mix-evenementen, waarbij we onderzoekers vragen om nieuwe bevindingen te presenteren aan beleidsmakers op het gebied van migratie. Op deze manier vergroten we de interactie tussen beleidsmakers en onderzoekers, in de hoop dat ze er baat bij hebben. Het is erg belangrijk voor het maatschappelijk middenveld, academici en andere belanghebbenden om samen te werken en het beleid in een betere richting te sturen. Wat het moeilijk maakt, is dat we niet zo goed weten hoe we dit moeten doen. Ik denk dat het van cruciaal belang is om elkaars taal te leren en om een dialoog te creëren.’

Dit interview is afgenomen binnen het MIND-project. MIND staat voor ‘Migration, Interconnectedness, Development’ en is een driejarig project dat medegefinancierd wordt door de Europese Commissie. In dit project werkt Cordaid samen met 11 Europese Caritas-partners, met als doel bewustwording te creëren onder beleidsmakers en het publiek over de link tussen migratie en ontwikkeling.