Sla het menu over en ga direct naar de content van deze pagina. Sla het menu over en ga direct naar zoeken.
Cordaid EN
Gezondheidszorg

Het verhaal van Baran die haar stad moest ontvluchten

Als IS op 3 augustus 2014 haar woonplaats Sinjar binnenvalt, vlucht Baran met haar familie de stad uit.

Net als zovelen vluchtte zij met haar gezin te voet de bergen in. “De eerste dagen lukte het ons om bij elkaar te blijven als familie. Maar er was geen eten en geen water.” Op een gegeven moment werden ze gevonden door de IS. Er werd geschoten. Gelukkig lukte het om te ontsnappen. “Maar ik raakte achterop, omdat ik mijn verlamde tienerdochter moest dragen. Alleen ik kon voor haar zorgen. Dat doe ik al sinds haar geboorte. Ze kan niet goed praten en eet alleen het vloeibare voedsel dat ik klaarmaak. We konden niet meer. Ik heb mijn man gezegd dat hij verder moest, met de andere kinderen. Mijn dochter en ik konden niet verder, we waren uitgeput. We verstopten ons onder een oude tractor.”

Tevergeefs. IS maakt jacht op iedereen. Ze vinden Baran en haar dochter. Er volgen verschrikkelijke weken. “Voordat ze ons opsloten met andere vrouwen en kinderen schoten ze 8 mannen neer, voor onze ogen. De eerste dagen sloegen ze ons vaak, ook met een zweep. Gewapende mannen pikten er soms vrouwen uit die ze dan verkrachtten. Omdat ik zo tekeer ging en smeekte om mijn dochter niet alleen te moeten laten, lieten ze me met rust.”

Tot de dag dat mannen van IS geen geduld meer hebben en zeggen dat ze haar die avond zullen verkrachten. Baran is gek van angst. “Ik kon niet meer denken. Ik ben die avond weggerend, de bergen in. Alleen. Vluchten met mijn verlamde dochter was onmogelijk. Onderweg zag ik dode lichamen. Ik voelde niets, maar rende en rende, de hele nacht door. Een soort dier was ik geworden. Om de honger te stillen at ik bladeren.”

Baran overleeft het. Ze vindt zelfs haar man en de andere kinderen. Er gaat, vijf jaar later, nog steeds geen dag voorbij dat ze niet denkt aan de dochter die ze achterliet. Nooit meer heeft ze iets van haar gehoord. Ze heeft een brief van de Iraakse overheid, die zegt dat ze moet aannemen dat haar dochter is omgekomen. “De pillen en de steun die ik krijg in het ziekenhuis, helpen mij om door te gaan met leven”, zegt ze.

Meer inspirerende verhalen

Joël

Joël Narcisse Miango Anzoye werkt aan voedselzekerheid in Bangassou, een stad in de Centraal-Afrikaanse Republiek. Joël: “We helpen ontheemden die zijn gevlucht voor diverse crisissen. Gelukkig kunnen we veel mensen helpen. Zo zorgen we er onder andere voor dat de bevolking de komende maanden voldoende te eten heeft.

Lees meerover Joël

Bilqis

In Jemen heeft acht jaar oorlog nie­mand van de 30 miljoen inwoners gespaard. Er zijn maar 46 psychiaters. Bilqis Jubari, psychothera­peut en professor aan de Universiteit van Sanaa, opende in 2011 het eerste openbare centrum …

Lees meerover Bilqis

Chimène

Chimène Endjizekane runt samen met anderen een centrum voor slachtoffers van seksueel geweld in de armste en ruigste wijk van de hoofdstad Bangui. Ze opende het centrum in 2014, kort na de start van de oorlog. …

Lees meerover Chimène