Oekraïners over vier jaar oorlog: ‘Ik ben niet bang voor de dood, maar ik wil zo graag leven’
Vier jaar nadat Rusland de grootschalige invasie van Oekraïne begon, blijft de oorlog miljoenen levens ontwrichten. Huizen zijn verwoest, families uiteengerukt en hele gemeenschappen ontheemd. Via lokale partners Caritas Oekraïne en Caritas Spes werkt Cordaid door het hele land om noodhulp te bieden aan slachtoffers van het geweld. Dit zijn zes van hun verhalen.

Niets om naar terug te keren
Politieagenten hielpen Victoria vanuit haar woonplaats Dobropillja de opvang in Oleksandrivka te bereiken. ‘De muren van mijn appartement trilden. Er vielen voortdurend bommen in onze buurt. Het is zo angstaanjagend. Ik heb er gewoon geen kracht meer voor.’

Ze nam haar belangrijkste papieren mee, een paar tassen met spullen en natuurlijk haar kat Malyuk. Zijn gespin biedt enige troost terwijl Victoria met tranen in haar ogen vertelt over het leven in een stad aan de frontlinie. In het evacuatiecentrum omringen de Caritas-medewerkers haar met zorg.
Eerst zal ze nog naar een opvangcentrum in Pavlohrad worden gebracht; daarna volgt de weg naar Poltava, waar haar dochter en kleinzoon op haar wachten. ‘Het is zwaar’, zegt ze. ‘Maar ik begrijp dat ik waarschijnlijk nooit meer naar huis kan terugkeren, omdat er niets meer zal zijn om naartoe terug te gaan.’
Bescherming tegen de kou
Viktoriya Lukyanova vluchtte met haar vier kinderen uit het district Pokrovsk in de regio Donetsk en vestigde zich in Poltava. Wennen aan een nieuwe omgeving was al moeilijk genoeg, maar de naderende winter maakte de toch al lastige situatie nog nijpender.

‘Op een dag hoorde ik over Caritas en dat je hulp kunt krijgen tegen de winterkou’, herinnert ze zich. ‘Toen heb ik contact opgenomen.’
Na het indienen van de benodigde documenten ontving Viktoriya financiële steun. Het geld ging naar kussens, dekens en energierekeningen: al het noodzakelijke voor een stabiele, warme winter in een onbekende woning.
Op weg naar veiligheid
Tetyana (85 jaar) beschrijft haar dorp in Pokrovsk: er zit een gat van een granaat in het huis tegenover het hare, drones cirkelen boven de straten en een naburige straat is volledig verwoest.

‘Ik ben niet bang voor de dood, maar ik wil zo graag leven’, zegt ze op het evacuatiepunt in Oleksandrivka. ‘Wat mij het meest angst aanjaagt, is de gedachte dat mijn huis geraakt wordt of dat ik ernstig gewond raak, en dat er dan niemand is om mij te redden.’
Op haar leeftijd, met een beperking en geen familie meer in het land, werd die angst uiteindelijk zo groot dat ze hoe dan ook moest vertrekken. Haar houvast is Svitlana, een maatschappelijk werker die Tetyana eerder had geholpen en met haar eigen gezin naar Dnipro was gevlucht. Svitlana zorgde ervoor dat Tetyana een plek had om te verblijven.
‘Ze belde me en zei dat ze al een kamer voor me hadden ingericht’, vertelt Tetyana. In het opvangcentrum warmt ze zich aan hete thee en praat ze met het Caritas-team, voordat ze haar reis op weg naar veiligheid zal vervolgen.
Een heel leven in twee tassen
Anatoliy Oleksandrovitsj heeft zijn hele leven in een dorp bij Korachove gewoond. Het huis dat zijn vader in 1949 bouwde, heeft vele decennia doorstaan, maar de granaten van deze oorlog hebben het nu zwaar beschadigd. Verschillende naburige huizen zijn geheel verwoest.

Het leven heeft hem al veel ontnomen. Zijn beide zonen kwamen jaren geleden op tragische wijze om het leven. Zijn vrouw overleed in 2007. Nu is hij ook zijn huis kwijt. Hij is gevlucht met slechts twee tassen, vooral gevuld met familiefoto’s.
Anatoliy hoort en ziet slecht en ook zijn benen laten hem in de steek. Toch is zijn wilskracht nog ijzersterk. Zoals die van veel Oekraïners.
De Caritas-evacuatiebus bracht hem naar een veilige plek, waar hij zal worden geplaatst in een verzorgingstehuis. De medewerkers gaven hem eten voor onderweg en een luisterend oor.
Een stad zonder stroom
Maryana woont in Kyiv met haar drie maanden oude dochter. Het appartementencomplex heeft een gasketel, maar die werkt op elektriciteit. Als de stroom 10 uur of langer uitvalt, wat regelmatig gebeurt, kan de temperatuur binnenshuis dalen tot 13 graden.

‘Voor een baby van drie maanden is dat veel te koud. Het is onmogelijk om haar goed te verschonen of te wassen. Ik ben voortdurend bang dat ze kou vat. Ik wikkel haar in een deken, met twee of drie lagen warme kleren eronder. Tijdens de koudste dagen probeer ik haar zoveel mogelijk in mijn armen te houden, dicht tegen me aan, zodat ze ook mijn lichaamswarmte voelt.’
Maryana verwarmt soms vuurvaste bakstenen op het gasfornuis. Dat zorgt voor een kleine hoeveelheid stralingswarmte. ‘Maar dat kan niet in de nacht. Dan zit er niets anders op dan nog meer warme kleren aantrekken, ons in meerdere dekens wikkelen en wachten op de ochtend.’
Op de dag van dit gesprek was er elektriciteit gepland voor slechts 3,5 uur. Die kwam er nooit. De reparaties, had ze online gelezen, kunnen wel vijf tot zeven werkdagen duren. Maryana: ‘Eerlijk gezegd weet ik niet meer wat we moeten doen.’
Een gebedskaartje in het donker
Tetyana Anatoliivna is 71 jaar oud en woont al vanaf haar geboorte in Charkiv. Ze loopt op krukken als gevolg van een arbeidsongeval. Jarenlang heeft ze verlamd op bed gelegen. Haar man zorgde voor haar totdat ze weer enigszins ter been was. Op oudejaarsavond 2014 stierf hij plotseling.

Toen de grootschalige invasie in februari 2022 begon, werd Charkiv zwaar getroffen. Tetyana telde 24 granaten die in hoog tempo overvlogen. Een bom die drie straten verderop insloeg, gooide haar door de kamer en onder de bank. Daarna begon de bezetting.
‘Ik zag hoe de Russische bezetter naar een auto liep, een automatisch wapen pakte en drie schoten afvuurde vanachter een hoek, in de richting van de weg, zodat niemand hem zou zien. Hij probeerde angst aan te jagen. Maar de mensen die in de rij stonden voor brood bleven gewoon staan. Hij bleef maar schieten. Er raasde een tank voorbij en de mensen bleven wachten op hun brood. Dat beeld zal ik nooit vergeten.’
Haar kleinzoon Artem, nu acht jaar oud, kwam een jaar geleden bij haar wonen. Zijn vader, de zoon van Tetyana, werd gemobiliseerd nadat hij was aangehouden bij een checkpoint terwijl hij de jongen naar Charkiv reed. Artem ontwikkelde een zenuwtic na het bombardement. Hij stopte met praten. Verschillende artsen en een logopedist begeleiden hem nu.
Met de steun van Caritas kon Tetyana winterlaarzen en warme kleding kopen, de energierekeningen betalen en een deel van Artems medicijnen bekostigen.
Een Caritas-medewerker gaf Artem een gebedskaartje en zei dat hij het moest lezen wanneer hij bang of verdrietig was. Artem maakt tekeningen voor zijn vader en wacht tot hij thuiskomt van het front.