Direct naar de inhoud

‘Wij zijn al ter plaatse’: hoe Soedanezen hun eigen noodhulp organiseren

Terwijl de wereld wegkijkt, hebben Soedanese vrijwilligers een indrukwekkend hulpnetwerk opgebouwd. Alsanosi Adam, journalist en filmmaker, was er vanaf het begin bij. Hij vertelt over de Emergency Response Rooms en wat de internationale gemeenschap hiervan kan leren.

Een vrijwilliger aan het werk bij een van de 700 Emergency Response Rooms in Soedan.

Soedan verkeert in een van de zwaarste humanitaire crises ter wereld. Het aanhoudende conflict heeft tientallen miljoenen mensen op de vlucht gejaagd, voedselsystemen ontwricht en de toegang tot basisvoorzieningen, zoals gezondheidszorg, schoon water en onderwijs, ernstig verstoord. Toch krijgt het land maar een fractie van de aandacht die andere, vergelijkbare of kleinere conflicten wel ontvangen.

Uit deze nood is een bijzonder initiatief geboren. Emergency Response Rooms (ERR’s) zijn vrijwilligersgroepen die op buurtniveau noodhulp organiseren. Er wordt voedsel uitgedeeld en ontheemden en gezinnen in kwetsbare posities kunnen rekenen op allerlei vormen van steun.

De ERR’s worden voornamelijk geleid door jongeren. Vandaag zijn er honderden actief in het hele land en samen hebben ze miljoenen mensen bereikt. Cordaid steunt het ERR-netwerk als onderdeel van zijn inzet voor meer lokaal georganiseerde noodhulp.

Alsanosi Adam is een Soedanese journalist en filmmaker die sinds het begin van de oorlog een centrale rol speelt in de communicatie van de ERR’s. Hij spreekt met Cordaid over hoe het netwerk werkt, waarom het werkt en wat de internationale gemeenschap beter zou kunnen doen.

Je bent journalist en filmmaker. Hoe ben je betrokken geraakt bij deze actie?

‘Simpelweg omdat ik zelf deel uitmaak van de getroffen gemeenschap. Toen de crisis uitbrak, wilde iedereen helpen. Of je nu journalist, arts of boekhouder bent. Op zo’n moment zet je je beroep even opzij en je bent er gewoon voor je buurt.

‘In mijn wijk was ook een Emergency Response Room. Ik nam contact op en begon te helpen. Daarnaast gebruik ik mijn achtergrond in communicatie om ons verhaal beter voor het voetlicht te brengen.’

Waarom heeft juist deze crisis geleid tot zo’n bijzonder gemeenschapsinitiatief?

‘In Soedan is het eigenlijk vrij normaal: als er een probleem is, kom je samen en pak je het aan. In vredestijd waren jongeren actief in de revolutie. Ze gingen de straat op en bouwden aan een maatschappelijk middenveld. Dan breekt er oorlog uit. De vraag werd al snel: “Wat is nu onze rol?”

‘Als je niets doet, blijven er eigenlijk maar twee opties over: aansluiten bij een van de strijdende partijen of het land verlaten. Maar er was een derde weg. Mensen zeiden: “Kunnen we samen zorgen dat iedereen in ieder geval te eten heeft?”

‘Daar is iets moois uitgegroeid. Mensen zijn niet alleen ontvangers van hulp, maar ook actieve deelnemers. Je helpt mee, organiseert, kookt, deelt uit. Je maakt deel uit van de gemeenschap én van de hulp die je zelf ook nodig hebt.

Andere wijken begonnen het voorbeeld te volgen, en zo is uit één buurtkeukentje een landelijk netwerk gegroeid.’

Kun je een voorbeeld geven van hoe die aanpak in de praktijk werkt?

‘Wat ik het mooist vind aan dit proces is het idee van deep listening: echt luisteren naar mensen, zonder vooroordelen of aannames. Dat levert de beste ideeën op.

‘Zo ontstonden er veilige plekken voor kinderen. We verzamelden pennen, potloden en papier, alles wat we maar konden vinden. Iemand bood zich aan als leraar en we begonnen een klas. Dat is uitgegroeid tot een alternatief onderwijsprogramma dat nu actief is in meerdere delen van het land.

Een grote organisatie doet over het opzetten van een hulpactie soms wel zes maanden. Die tijd hebben we niet in Soedan. We hebben nauwelijks een week.

‘Speciale plekken voor vrouwen zijn een ander voorbeeld. Wat begon als informele koffiebijeenkomsten, werd een plek waar vrouwen hun ervaringen deelden. Dat groeide uit tot een activiteit voor psychosociale ondersteuning, vervolgens groeiden ze uit tot vrouwencoöperaties en uiteindelijk zijn er nu meer dan negentig van dit soort plekken door het hele land. Sommige ideeën beginnen klein en ontwikkelen een eigen dynamiek.’

Het conflict in Soedan krijgt relatief weinig aandacht in westerse media, zeker vergeleken met andere crises. Wat doet dat met je?

‘Als activist vind ik het ronduit verkeerd. Maar als journalist begrijp ik hoe media werken: de berichtgeving volgt politieke en maatschappelijke interesse. Dat is nu eenmaal de logica.

‘Toch zegt de activist in mij dat dit gewoon een gebrek aan politieke wil is. Soedan, dat door de VN de grootste humanitaire crisis ter wereld wordt genoemd, haalt nauwelijks het nieuws. De cijfers worden al vanaf het begin te laag voorgesteld. Het aantal ontheemden lijkt in de publieke discussie niet te vernanderen, terwijl mensen elke dag vluchten. Het dodental loopt in de duizenden en stijgt nog altijd. Het wordt stelselmatig onderbelicht en ik begrijp eerlijk gezegd niet waarom.

‘Menselijk leed is menselijk leed. Als je er een einde aan wilt maken, moet je gezamenlijk in actie komen.’

Alsanosi Adam.

Is het ERR-model in zekere zin een antwoord op het uitblijven van internationale actie?

‘Absoluut. Onderlinge solidariteit is precies dat: initiatieven die door de gemeenschap zelf worden bedacht, ontworpen en uitgevoerd, op de plek waar het nodig is.

‘Ik zeg niet dat internationale organisaties overbodig zijn. Ze hebben enorme middelen en kunnen op grote schaal opereren. Maar ze moeten zich aanpassen. Hulp moet wendbaar zijn, snel en flexibel.

‘Een grote organisatie doet over het opzetten van een hulpactie soms wel zes maanden. Die tijd hebben we niet in Soedan. We hebben nauwelijks een week. Als er vandaag een cholerauitbraak is, moet je binnen een paar uur reageren.

‘Bij onze ERR’s duurt een actie vanaf het invullen van de formulieren tot de uitvoering, drie à vier uur. En we kunnen de aanpak midden in de uitvoering nog aanpassen als dat nodig is.

‘Internationale organisaties zeggen dat ze geen toegang hebben tot de crisisgebieden. Wij hebben dat probleem niet. Wij zijn de gemeenschap. Wij zijn er al. We hebben 700 ERR’s, meer dan 26.000 vrijwilligers, technische teams en mensen die voortdurend werken aan de meest effectieve en betaalbare aanpak. Als organisaties ons willen ondersteunen, hoeven ze alleen maar aan te sluiten bij de infrastructuur die wij al hebben gebouwd.’

Zo’n netwerk heeft ongetwijfeld ook zijn grenzen. Wat lukt er minder goed?

‘Vooral bij een medische crisis is de effectiviteit van kleine eenheden afhankelijk van de kennis en expertise die ze hebben, en die ontbreekt soms.

‘We zijn in gesprek met internationale organisaties over ondersteuning op specifieke gebieden, zoals gezondheidszorg. Als zij onze teams kunnen trainen en voorzien van de juiste medicijnen, kunnen wij cholera en andere ziekten als een soort eerste hulp aanpakken.’

Ik wil niet somber zijn. Ik blijf hopen dat dit ophoudt en dat het beter wordt. Wat ik wel zeker weet: zolang er Soedanese gemeenschappen zijn, zullen ze er voor elkaar zijn.

Sommige donateurs zullen zich zorgen maken of hun geld wel op de juiste plek terechtkomt, zeker in een conflictgebied. Hoe zorgen jullie voor de nodige verantwoording?

‘Bij onze aanpak gaat 99,99 procent van elke euro rechtstreeks naar de mensen die het nodig hebben.

‘Het begint met een behoefteanalyse en begroting, samengesteld door de gemeenschap zelf. Een door de gemeenschap gekozen comité controleert het: mensen die weten wat een brood kost, en dus meteen zien of er iets niet klopt.

‘De ERR dient vervolgens een financieel verslag in met bonnen voor elke transactie, gevolgd door een programmaverslag: wat is er gedaan, wat is er veranderd, wat werkte wel en wat niet, met foto’s en video’s als bewijs. Tot slot controleert een onafhankelijke organisatie het werk als externe partij.’

Een noodhulpdistributie bij een van de ERR’s.

Soedan is duidelijk een land van veerkrachtige mensen. Maar hoe lang houden zij dit vol? Waar gaat het naartoe, volgens jou?

‘Eerlijk gezegd ziet het er op dit moment niet goed uit. Tussen de 25 en 27 miljoen mensen zijn ontheemd. Elk deel van Soedan kan morgen een frontlinie worden. Een van onze vrijwilligers zei onlangs: zelfs als er vandaag een vredesakkoord zou worden getekend, heeft Soedan vijf tot tien jaar nodig om te herstellen.

‘Toch wil ik niet somber zijn. Ik blijf hopen dat dit ophoudt en dat het beter wordt. Wat ik wel zeker weet: zolang er Soedanese gemeenschappen zijn, zullen ze er voor elkaar zijn. Ik geloof dat dit netwerk zich verder zal ontwikkelen richting vredesopbouw, burgerparticipatie, initiatieven voor mentale gezondheid en misschien zelfs economische initiatieven. Er zijn zoveel richtingen die we op kunnen, zodra de veiligheidssituatie het toelaat.’

Lees meer over ons werk in Soedan

Lees meer over ons werk

Spring over slider met 3 berichten
  • : Oekraïners over vier jaar oorlog: ‘Ik ben niet bang voor de dood, maar ik wil zo graag leven’

    Vier jaar nadat Rusland zijn grootschalige invasie van Oekraïne begon, blijft de oorlog miljoenen levens ontwrichten. Via lokale partners Caritas Oekraïne en Caritas Spes werkt Cordaid door het hele land om noodhulp te bieden aan slachtoffers van het geweld.

  • : Genieten van genoeg 

    Op 18 februari, Aswoensdag, begint de Vastentijd. En ook de Ramadan begint. Ze vallen dit jaar bijna samen.
    Komende weken maken miljoenen mensen wereldwijd bewust een pas op de plaats. Een bijzondere tijd die uitnodigt tot soberheid, solidariteit en spiritualiteit als onlosmakelijk geheel.

  • : Vier jaar grootschalige oorlog in Oekraïne: aandacht neemt af, ondanks groeiende humanitaire nood 

    Op 24 februari is het vier jaar geleden dat de oorlog in Oekraïne escaleerde. De humanitaire situatie is nijpender dan ooit.

Al 210.000 mensen ontvangen onze maandelijkse nieuwsbrief

Blijf ook op de hoogte van onze projecten en geniet van inspirerende verhalen van de mensen met wie we werken.