Bericht uit crisisgebied Libanon ‘We hebben onze partners hard nodig’
Terwijl de situatie snel escaleert en steeds meer mensen op de vlucht slaan, vertellen onze Libanese collega’s hoe zij blijven werken onder voortdurende bombardementen. En waarom stoppen voor hen geen optie is. Cordaid steunt de noodhulpactie van Caritas Libanon voor de slachtoffers van de recente golf van geweld.

De waarschuwingen verschijnen op sociale media. Bewoners worden opgeroepen hun wijk onmiddellijk te verlaten. Even later komen de raketten. Dit is de dagelijkse realiteit in grote delen van Libanon.
Micheline Sarkis van Caritas Libanon, Cordaids Libanese zusterorganisatie, beschrijft hoe Israëlische aanvallen zich inmiddels uitstrekken voorbij de zuidelijke voorsteden tot in de hoofdstad Beiroet. Ook in haar eigen woonwijk.
‘De geluiden zijn angstaanjagend,’ vertelt Micheline. ‘Het zijn niet alleen de raketten. Ook gevechtsvliegtuigen vliegen laag over de stad. Dat is heel beangstigend.’
Meer dan 800.000 mensen zijn ontheemd geraakt. De meesten zoeken onderdak in openbare scholen of een van de weinige opvangplekken die de overheid beschikbaar heeft gesteld.
Crisis op crisis
Mazen Moussawer, communicatiemanager bij Caritas Libanon, sluit zich ook aan bij het gesprek. Samen schetsen zij het beeld van een land dat al jaren wordt geteisterd door rampen die zich blijven opstapelen en dat nu opnieuw zwaar wordt getroffen.
Een financiële crisis in 2019 deed het spaargeld en de lonen verdampen. Daarna kwamen de coronapandemie en een verwoestende explosie in de haven van Beiroet in 2020, waarbij meer dan 200 mensen om het leven kwamen en hele wijken in as werden gelegd. In 2024 begon Israël doelen in Libanon aan te vallen.
Dit alles komt bovenop een vluchtelingencrisis die de infrastructuur en de voorzieningen in het land onder grote druk zet. Libanon vangt naar schatting twee miljoen Syrische vluchtelingen op. Dat terwijl ongeveer 60 procent van de Libanese bevolking rond of onder de armoedegrens leeft.
‘Mensen die vroeger 2.000 dollar per maand verdienden, verdienen nu nog maar 100 of 200 dollar,’ zegt Micheline. ‘Maar ze hebben nog altijd evenveel kinderen te voeden. En dan komen ook nog al die ontheemde families die hulp nodig hebben. Ons land bevindt zich in een zeer slechte situatie.’
‘Het doet veel pijn om dit te zien’
Susanne Heukensfeldt Jansen, noodhulpcoördinator op het hoofdkantoor van Cordaid in Den Haag, heeft jarenlang in Beirut gewoond en is ook betrokken bij de hulpactie in de huidige crisis en de samenwerking met Caritas Libanon. De gebeurtenissen in het land raken haar zeer. ‘Ik kan niet geloven dat dit gebeurt. Vrienden sturen me beangstigende berichten. Ze weten niet of ze moeten blijven of toch weg moeten gaan. Het doet echt veel pijn om dit te zien.’
Het is een van de grote clichés over mensen in oorlogssituaties: dat ze zo veerkrachtig zijn. Ook al beaamt Susanne dit als het gaat over de Libanese aard die ervoor zorgt dat iedere crisis steeds weer het hoofd wordt geboden, benadrukt ze vooral dat niemand zoiets zou moeten hoeven doorstaan. ‘Ze zijn ook moe van steeds weer in deze situatie terecht te komen. Steeds weer te moeten vluchten. Het is niet hun keuze. Het gaat om honderdduizenden mensen die nu noodhulp nodig hebben. Dit kan lang duren. En gezien de heftige bombardementen, zullen veel mensen misschien helemaal niet meer naar huis kunnen. Die mensen zijn volledig afhankelijk van noodhulp.’
Tekorten aan hulpgoederen en geld
In Beirut wijst Mazen erop dat de internationale steun, die na eerdere noodsituaties nog redelijk op gang kwam, nu aanzienlijk is teruggelopen. ‘In 2024 stuurden veel landen nog hulpgoederen en geld. Dat zien we nu niet meer. De druk op organisaties als Caritas om te bieden wat nodig is, is enorm, terwijl we alleen maar minder middelen tot onze beschikking hebben.’
Toch slaagden de medewerkers en vrijwilligers er ook tijdens deze crisis weer in om direct in actie te komen. Direct na de bombardementen kwamen mensen bijeen om warme maaltijden te koken voor mensen op straat. Families die dakloos waren geraakt gaven aan dat warme gerechten, luiers en babyvoeding hun belangrijkste prioriteiten waren.
Caritas is inmiddels verantwoordelijk voor 35 tot 40 opvanglocaties door heel Libanon. Mobiele medische teams trekken naar grenssteden in het zuiden om mensen te bereiken die weigeren hun huizen te verlaten, uit angst dat ze nooit meer terug zullen keren. Een reële angst die is gebaseerd op ervaringen uit eerdere oorlogen.
‘In die gevaarlijke dorpen bevinden zich nog veel gezinnen,’ zegt Mazen. ‘Onze medische teams gaan erheen met artsen, medicijnen en bloedtests.’
In de opvanglocaties slapen mensen op de grond. Dekens, matrassen en kussens worden uitgedeeld, maar de omvang van de nood overtreft bij lange na wat hulporganisaties kunnen leveren. Mazen: ‘Hulp is schaars, de middelen zijn schaars, en de vraag ligt ver boven wat we aankunnen.’

Maar het werk gaat door
Ondanks de risico’s blijft Cartias Libanon zich dag en nacht inzetten voor de getroffen bevolking. Op het kantoor van de organisatie hebben medewerkers een eenvoudige voorzorgsmaatregel genomen: ramen worden op een kier gezet om te voorkomen dat glas naar binnen spat bij een explosie. Anderen werken vanuit huis en de noodhulpteams worden niet gestuurd naar gebieden die als te gevaarlijk worden beschouwd.
Maar helemaal veilig is niemand op dit moment in Libanon. Dat bewijst ook het noodlot van Pater Pierre Al-Rahi, die twee dagen geleden gedood werd bij een Israëlische aanslag op het christelijke dorp Qlayaa in Zuid-Libanon, waarbij ook zeker vijf mensen gewond raakten. Pater Al-Rahi, een belangrijke inspiratiebron voor de achterban van Caritas, had zijn gemeenschap tot dan toe veilig gehouden door elke gewapende aanwezigheid in het gebied te weigeren.
‘Het is niet de eerste keer dat zoiets gebeurt,’ zegt Micheline ingetogen. ‘Laten we hopen dat het wel de laatste is. Maar dit is precies het moment waarop je beseft waarom je dit werk doet. Om mensen te helpen. Je kijkt om je heen en ziet de nood. Je kunt daar niet voor weglopen.’
Op de vraag hoe zij onder deze omstandigheden blijven doorgaan, keren zowel Micheline als Mazen terug naar hetzelfde punt: de aanleiding voor de oprichting van Caritas Libanon. De organisatie werd geboren tijdens de burgeroorlog in de jaren zeventig van de vorige eeuw en heeft zich daarna in diverse oorlogen ingezet voor slachtoffers van geweld.
‘Als we bang zijn om onze plicht te doen wanneer het moeilijk wordt, moeten we ander werk gaan zoeken,’ zegt Micheline vastberaden. ‘Iemand moet dit doen. Onze teams zijn ter plaatse en ze werken met volledige toewijding.’
Gezamenlijk noodhulpactie Caritas Libanon en Cordaid
Cordaid en Caritas Libanon slaan de komende maanden de handen ineen en gaan gezondheidszorg en voedsel bieden aan getroffen bevolkingsgroepen. Daarbij staat bescherming centraal om veilige, waardige en gelijke toegang tot hulp te garanderen.
Caritas Libanon biedt:
- 4.320 gezondheidsconsultaties
- 650 diagnostische tests,
- 7.000 patiënten krijgen medicijnen voor acute en chronische aandoeningen
- 750 sessies voor mentale zorg
- 1.500 maaltijden voor 7.500 ontheemden
- 2.220 voedselpakketten over een periode van 3 maanden voor 740 huishoudens (3.700 personen)
Oproep aan de internationale gemeenschap
De oproep van Caritas Libanon is duidelijk: ‘We hebben financiële steun nodig om de opvanglocaties draaiende te houden, medische hulpverlening voort te zetten en basisbenodigdheden te leveren aan een nog steeds groeiende groep ontheemden’, zegt Micheline. ‘We hebben onze partners daar hard bij nodig. Met deze hulp kunnen wij mensen iets van waardigheid bieden.’