Sla het menu over en ga direct naar de content van deze pagina. Sla het menu over en ga direct naar zoeken.
Cordaid EN
Noodhulp

Blog: Amerikaanse megabom lost niets op

Op 13 april dropte de US Air Force de grootste niet-nucleaire bom ooit. Hij viel in Achin, een Afghaans district in de provincie Nangarhar, niet ver van de grens met Pakistan.  Op dezelfde dag, amper 30 kilometer verderop, interviewde collega Frank van Lierde ontheemden die aan de oorlogswaanzin proberen te ontsnappen en daarbij geholpen worden door Cordaid en andere hulporganisaties Care, Oxfam, Save the Children, Stichting Vluchteling, World Vision en ZOA van de Dutch Relief Alliance. Lees hier zijn blog uit Afghanistan.

Gisteren viel ie voor het eerst, de GBU 43, de mother of all boms. Zou er gejuichd zijn in het kamertje waar de beslissende vinger op de knop duwde? Vast wel. ‘Another great job done’, zei Trump na gedane zaken. Afghanistan als militaire experimenteerruimte.

Het verhaal van Sha Bebe

Iemand die niet juicht die dag is Shah Bebe. Ze komt uit Achin. Ik ontmoet haar in Tagabcamp, een dorp op een stoffige bergflank, niet zo heel ver van waar ze woonde met haar man en kinderen.  Het dorp dankt zijn naam aan de Russen. Hun invasie joeg bewoners uit de streek uit hun huizen. Hier kwamen ze samen en bouwden een kamp. En het kamp werd een dorp. En 35 jaar later vangt dit dorp nog steeds mensen op die huis en haard moeten verlaten vanwege geweld.

“Ongeveer een jaar geleden reden we in de auto”, vertelt ze, “toen mannen van IS ons plots tegenhielden. Mijn man en zijn broer werden meegenomen en vermoord. Drie maanden later ben ik gevlucht, met mijn drie kinderen en de drie van mijn schoonbroer. Hun moeder was zonder haar kroost gevlucht naar haar ouders en liet hen bij mij achter.”

Megabom in Afghanistan lost niets op
Shah Bebe, links van haar één van haar eigen zoontjes, en daarnaast de drie van haar vermoorde schoonbroer.

Klusjes en bijbaantjes

De meeste Afghanen in dit gebied  zijn straatarm. Wie enigszins kan combineert klusjes en bijbaantjes om rond te komen. Met een beetje geluk en wat connecties kun je bij een lokale overheid aan de slag als manusje van alles, als bewaker, of kok in een overheidshotel zonder keuken en zonder gasten. Shah Bebe’s man had zo’n bijbaantje in overheidsdienst. Zijn broer ook. Het is de reden waarom IS de twee executeert.

Het waait hard in dit grensgebied tussen Afghanistan en Pakistan. Waait het even niet dan bakt de blote zon je kop. Het harde licht prikt de tranen uit je ogen. En dan is het nog maar lente. “Eerst woonde ik in een tent, hier in Tagabcamp”, legt Sha Bebe uit.

Lange wintermaanden in tenten

Man vermoord, alleen met zes kleine kinderen de bergen in trekken, vervoer vinden, aankomen in Tagabcamp en maanden overleven in een open tent. “Het was zwaar. Het water dat we dronken was vervuild, we hadden niet genoeg eten.”

De nachten zijn koud, de onveiligheid is groot.

Shah Bebe en zes kinderen tussen de 4 en de 12 verblijven een paar lange wintermaanden in een tent. De nachten zijn koud, de onveiligheid is groot. Ze slaagt erin de zes jongens en meisjes en zichzelf te beschermen en in leven te houden. Als weduwe, in een compleet vreemde gemeenschap.

Waar haalt deze vrouw de kracht vandaan? Onder de boerka hoor ik iemand die praat vol vuur. Naast haar zitten twee zoontjes van haar vermoorde schoonbroer en een eigen zoon. Als ik vraag hoe hij het vindt in het nieuwe dorp, zegt de kleinste met een verlegen stemmetje “mijn papa is gedood door Daesh”.

Hoopvol

Sinds een half jaar woont Shah Bebe in een huis, samen met andere ontheemden. Het is er veiliger en gezonder. “Met geld van de Dutch Relief Alliance kon ik de huur betalen van een kamer in dit huis”, zegt ze. “En met hun steun kan ik ook de iets oudere kinderen naar school sturen.”

De oorlog raast verder

Intussen raast de oorlog hier verder. Elke dag ratelen de helicopters boven ons hoofd, elke dag zijn hier aanslagen, elke dag zijn er burgerslachtoffers. Gedood door IS, door de Taliban, door tal van andere milities die om de haverklap van naam veranderen. En door de bommen van de NATO of van de VS.

De megabom die gisteren viel heeft misschien tunnels van IS geraakt. Misschien ook niet. Onder de doden zitten hoe dan ook burgerslachtoffers. Ofwel zijn ze  omgekomen, ofwel hebben ze geliefden verloren, ofwel zijn ze hun huizen kwijt en moeten ze hun koffers pakken. Net als Shah Bebe en meer dan een miljoen andere ontheemden.

Elke dag ratelen de helicopters boven ons hoofd, elke dag zijn hier aanslagen, elke dag zijn er burgerslachtoffers

Dat aantal neemt alleen maar toe. Bovendien voert Pakistan, naast onderdrukking en exploitatie van Afghanen, al ruim een jaar een keihard deportatiebeleid. Honderdduizenden zonder papieren en verblijfsvergunning moeten het land uit, terug naar Afghanistan. Deze zogeheten ‘returnees’, ooit gevlucht voor het geweld van de Russen, de Taliban of de Amerikanen, komen in een land waar ze niks meer hebben: geen connecties, geen baan, geen huis. Vaak ook zonder de papieren waarmee ze aanspraak kunnen maken op vluchtelingensteun.

Ze strijken neer in steden als Jalalabad. Wie kan huurt een kamer. Wie daar het geld niet voor heeft zet een tent op en hoopt dat de grondeigenaar niets van zich laat horen. Anders pakken ze weer hun biezen.

Het verhaal van Mati Ullah

Eén van de uit Pakistan gedeporteerde Afghanen is Mati Ullah, een timmerman die als dagloner werkte in Peshawar. “We hadden het goed in Pakistan”, zegt hij. “Nu schuilen we tijdelijk bij mijn oom in Jalalabad.”

Mati Ullah is net als zijn broer en zijn eigen kinderen geboren in Pakistan. Zijn broers, zijn oude vader, hun vrouwen en kinderen, allemaal hebben ze een tijdelijk plekje gevonden in het oude huis van de oom. Zelf woont Mati Ullah in een tent die hij kreeg van de Dutch Relief Alliance. De tent zette hij op in het relatief veilige binnentuintje van de oom. Met een geldbedrag dat hij kreeg van de Dutch Relief Alliance betaalt hij voedsel, medische onkosten – één van zijn zoontjes heeft een ernstige bloedziekte- en andere levensnoodzakelijkheden.

We hadden het goed in Pakistan

Zolang ze geen echte baan vinden, doen hij en zijn broer wat ze deden in Peshawar, maar dan in het klein. Achter de tent hebben ze een timmerateliertje ingericht. Ze maken er meubels en hopen die in hun nieuwe wijk aan de man te krijgen. Maar niemand koopt van vreemden.

1,2 miljoen ontheemden in Afghanistan

In 2016 telde Afghanistan 1,2 miljoen ontheemden. De verwachting is dat er dit jaar 450.000 bijkomen. Maar zoals de oorlog nu escaleert zal die schatting flink naar boven moeten worden bijgesteld. Vorig jaar keerden 650.000 Afghanen terug uit Pakistan. Dit jaar zal eenzelfde aantal gedwongen de grens oversteken.

Geen land kan zo’n crisis aan. De landbouwgronden rondom Jalalalabad, hoofdstad van de dichtbevolkte provincie Nangarhar, zijn in een paar jaar tijd zijn omgetoverd in haastig opgetrokken en slecht gebouwde woonwijken en tentenkampen. De voedselproductie slinkt, voedselprijzen stijgen, er is een gebrek aan voldoende en veilig drinkwater en de instroom van ontheemde nieuwkomers is onstuitbaar. Steden en dorpen bezwijken onder de druk. En ook ziekenhuizen en scholen.

Geen land kan zo’n crisis aan.

Mensen leven hier al vijftig jaar met oorlog. Aanslagen en bommen, daar hebben ze mee leren leven. Waar halen we morgen te eten? Hoe kan ik de dokter betalen? Moet mijn zoon van 5 schoenen poetsen om geld te verdienen of moet hij naar school? Hoe moet ik leven in een tent met 45 graden in de zomer en vriesweer in de winter? Dát zijn de vragen waar ze hun kop op breken. En de vluchtelingencrisis maakt het voor ontheemden en voor de gastgemeenschappen elke dag moeilijker om de dagelijkse ellende het hoofd te bieden.

Megabommen zoals als de GBU 43 die gisteren viel, lossen niets op. Ze maken hoe dan ook burgerslachtoffers. Bovendien is het wachten op vergeldingsacties van IS. Ook die zullen voornamelijk burgers treffen. Het is kortom een zekerheid dat de stroom ontheemden in de komende maanden alleen maar zal toenemen. Net als de honger, de onveiligheid en het onnoembare lijden in dit prachtige land.

Megabommen zoals de GBU 43 die gisteren viel, lossen niets op.

Dutch Relief Alliance

Cordaid en zes andere Nederlandse hulporganisaties van de Dutch Relief Alliance steunen momenteel bijna 80.000 mensen als Mati Ulla en Shah Bebe. Eind mei eindigt vooralsnog het hulpprogramma van de DRA in Afghanistan. Dan is het geld op. Maar onze mensen ter plekke staan klaar om door te gaan. Zeker nu de nood hoger is dan ooit. Om dat mogelijk te maken zijn we hard op zoek naar fondsen. Ook uw bijdrage is daarbij meer dan welkom.