Sla het menu over en ga direct naar de content van deze pagina. Sla het menu over en ga direct naar zoeken.
Cordaid EN
Cordaid

Blog: Do’s and don’ts in Kabul

Vredig gebouwtje, niet? Schijn bedriegt. Dit is het kantoor van Cordaid in Kabul. Binnen werken zo’n 20 vrouwen en mannen, op 2 na – een Japanner en een Filipijn – allemaal Afghanen. Alles, maar dan ook alles in en rond dit kantoor staat in het teken van veiligheid. Om het gevaar buiten de deur te houden.

Te voet het kantoor verlaten? Verboden. Zelfs de voor de kleinste afstanden stap je in de auto. Terug naar kantoor? Met de auto. Chauffeur kondigt je aankomst aan, stalen poort piept open, de bewaker doet ‘m weer op slot. Voertuig wordt vervolgens op explosieven gecontroleerd. Standaard procedure. Om niet op te vallen rij je zoveel mogelijk rond in een kleine, oude, smoezelige Toyota.

Snipers

Heerlijk toeven daar op dat rode balkon, zeker nu de lente is begonnen. Vergeet het maar. Niemand mag daar lang staan. Dan maak je het snipers te gemakkelijk.

We gaan naar binnen. Ik krijg een lijst van do’s and don’ts in Kabul te horen van onze veiligheidsadviseur. Gelukkig lacht ze veel. Maar het is bloedserieus. Dan neemt iemand anders me mee voor een rondleiding. Achter in het huis zit een kelderruimte. Gepantserd beton, zandzakken en voedselvoorraden. Het ruikt nat en schimmelig in deze ‘safe room’.

“De situatie kan hier binnen een minuut totaal omslaan.”

Een laag van de achterste muur is weggehakt. In de hoek staat een zware pikhouweel. Mocht het echt uit de hand lopen en zelfs deze ruimte onveilig blijken, dan kun je hier een opening maken en vluchten. In het iets verderop gelegen guesthouse, waar gasten en expats verblijven, eenzelfde gepanstserde schuilkamer met loodzware stalen deur. En tal van simpele slimmigheden die je leven moeten redden als het mis gaat. Zoals het mobiele nummer van de bewaker in koeien van letters op een A4tje. En een groot bord waar iedereen op de minuut precies afwezigheden buiten de deur noteert. “De situatie kan hier dan ook binnen een minuut totaal omslaan”, zegt de veiligheidsadviseur.

Afgeschermd voor de werkelijkheid

Ga je met de auto naar buiten, dan mag het raampje op een kier, niet verder. Uitstappen mag onder geen beding. Dat laatste vind ik ontzettend moeilijk. Ik zie Kabul. De straten, de mensen, alles wat ik zie, tot de besneeuwde bergen in de verte, is van een schoonheid en een kracht die me van m’n stuk brengt. Ik zou willen lopen, eten, drinken, lachen en zwijgen in die straten. Die berglucht. Het stoffige licht. Kinderen, oude van dagen, tieners, ze lopen daar, in die werkelijkheid waarvoor ik word afgeschermd. En hup, ik moet weer het kantoor in.

do’s and don’ts in Kabul
Een glimp vanuit de auto van een straat in Kabul. Foto: Frank van Lierde / Cordaid

Sommige collega’s ken ik omdat ze Den Haag wel eens hebben bezocht. We groeten elkaar uitbundig. Maar de meesten ken ik niet. Toch heb ik in een mum van tijd een gevoel van verbondenheid. En trots dat ik werk bij een club met mensen die bereid zijn om te leven met enorme restricties en risico’s om anderen te helpen.

Dit zijn geen collega’s. Dit is een familie.

Elke collega heeft hier een eigen verhaal. Bij de koffie, bij de lunch, buiten in de tuin, hoor ik wat flarden. Die is gevlucht naar Europa in de jaren ‘90, ging van land tot land. Maanden, jaren soms, zonder papieren op de dool. Van baantje naar baantje, van vluchthuis naar vluchthuis. Iemand zat in een maand in Brussel, eind jaren negentig, precies de maand voor ik er vertrok. “Taliban… Was een beetje erg. Ik was 16 toen ik over land, met auto’s, bussen en lopend naar Europa ging.” Een ander vluchtte naar Pakistan. Ging daar studeren, kwam weer terug.

Cordaid in Afghanistan

Deze mensen zijn Cordaid in Afghanistan. Stuk voor stuk toegewijde professionals, van de chauffeurs, de ICT’er, tot de programmaverantwoordelijken en de kok. Van hieruit werken ze aan gezondheidszorg, veiligheid en noodhulp in allerlei uithoeken van dit land. Hun land.

Terwijl de oorlog doorgaat. Gisteren een aanslag in Kabul. Vanmorgen één in Nangarhar. Vorige maand een ontplofte er een bom in een  bus, een paar straten verderop.  Het kantoor daverde.

Galgenhumor

Er wordt hier veel gegrapt en gelachen. Galgenhumor, ook dat. En elkaar koosnaampjes geven. Dit zijn geen collega’s. Dit is een familie. Goed voor die twee expats die er zitten. Die zitten hier sowieso zonder gezin. Familie is niet toegestaan in Kabul.

do’s and don’ts in KabulHelicopters boven Kabul. Foto: Frank van Lierde / Cordaid

Om de paar uur bulderen de militaire helicopters richting Amerikaanse ambassade, precies boven ons hoofd. De ramen rinkelen mee. Ik versta niets van het tafelgesprek. Maar dat maakt niet uit. Ik zit in Kabul.