Sla het menu over en ga direct naar de content van deze pagina. Sla het menu over en ga direct naar zoeken.
Cordaid EN
Gezondheidszorg

Het belang van data voor ontwikkelingswerk. ‘De crux zit ‘m in combineren.’

Elke adverteerder, lobbyist of politicus zal het beamen: data zijn goud waard. Maar wist je dat betrouwbare data ook de basis zijn voor efficiënte ontwikkelingssamenwerking? Lisette van ’t Klooster en Maarten Oranje leggen uit waarom. En hoe moeilijk het is om toegang te krijgen tot bruikbare en complete data in een land dat door oorlog, armoede en corruptie wordt geteisterd.

Maarten Oranje

Maarten Oranje is expert op het gebied van resultaatgericht financieren van gezondheidszorg in fragiele en conflictrijke gebieden.

Lisette van ’t Klooster is expert op het gebied van monitoring & evaluatie en datamanagement. Samen werken ze – met steun van het Cordaid Innovatiefonds – aan een dataplatform voor gezondheidszorg in de Centraal Afrikaanse Republiek.

Jullie zijn experts op het vlak van gezondheidszorg en het verbeteren ervan. Onder meer van gezondheidszorg in de Centraal Afrikaanse Republiek (CAR) en andere door conflict verscheurde landen. Welke rol spelen data daarbij?

Maarten: Data zijn cruciaal om te bepalen wat je moet doen – waar is de crisis het grootst, wat zijn de noden? Ook om te checken of wat je doet ook goed uitpakt en je aanpak daarna te verbeteren. Maar in landen en gebieden waar de nood het hoogst is, ontbreken nou juist vaak die data. Door oorlogen en extreme armoede hebben mensen niet de middelen en soms niet de opleiding om correct data te verzamelen, te controleren, te delen en te analyseren. Er bestaat geen data-cultuur, geen data-infrastructuur.

Dat is  niet vreemd, gezien de crisis, maar wel pijnlijk. Betrouwbare data kunnen levens redden en zijn onmisbaar om problemen op te lossen. In landen waar conflicten al decennia aanslepen, zoals Afghanistan, zie je dat hulp- en ontwikkelingsinterventies moeten worden gebaseerd op sterk verouderde demografische informatie. De laatste Afghaanse volkstelling, die niet eens was afgerond, dateert van 1979. De data van die telling worden – zo hoorde ik van een Afghaanse ambtenaar – in aangepaste vorm nog steeds gebruikt.

“Welke kliniekjes zijn platgebrand in de oorlog, welke niet? Niemand die het precies weet. Wij helpen om dat beetje bij beetje in kaart te brengen.”

Lisette van ’t Klooster

Lisette: Daar komt nog bij dat overheden soms te hoog rapporteren. Dan geven ze bv op dat er meer kinderen zijn ingeënt dan werkelijk het geval is. Of dat er meer mensen wonen in een crisisgebied. Vaak zijn die data ook niet boven water te krijgen. Soms is er sprake van misleiding. Donororganisaties  werken vervolgens noodgedwongen wel met die informatie. Maar als je data niet meer kloppen en je niet meer weet hoeveel mensen er nou echt zijn gevaccineerd, dan kan dat levens kosten.

Hoe voorkom je die vorm van data-corruptie en hoe zorgt Cordaid dat het wel werkt op basis van correcte data?

Maarten: Onder meer door resultaatgericht te financieren. Wij gaan pas over tot betaling, als uit betrouwbare cijfers blijkt dat gezondheidscentra hebben gedaan wat eerder was afgesproken – x aantal bevallingen begeleid, x aantal inentingen, x aantal consulten…Wij checken data op diverse niveaus: we gaan na of de administratie wel klopt, we gaan langs bij de zorgverleners en we checken steekproefsgewijs bij patiënten of en hoe zij zijn geholpen.

Die controle kost tijd, moeite en geld. Denk alleen al maar aan de logistieke uitdagingen en het gevaar om ontoegankelijke uithoeken te bereiken in conflict- of overstromingsgebied. Maar het levert wel wat op. Zo verzamelen we in de regio’s waar we actief zijn steeds meer accurate gegevens over kwaliteit en kwantiteit, over vraag en aanbod van de zorg. Met name van de moeder- en kindzorg, want daar ligt onze prioriteit. Die groeiende databases verbeteren ons werk. En dit werk zorgt lokaal voor die broodnodige data-cultuur. Want het zijn lokale gezondheids- en overheidsmensen die deze betrouwbare databases maken. Wij steunen financieel en begeleiden, maar zij doen het werk.

Veruit de meeste data in de gezondheidszorg worden in de Centraal-Afrikaanse Republiek op papier verwerkt en verzameld. Pas op de allerhoogste niveaus (regionaal en nationaal) is er sprake van digitalisering. (© Cordaid)

 

Lisette: Data zijn onmisbaar voor goede gezondheidszorg. In een land als de Centraal-Afrikaanse Republiek, waar het zorgsysteem door jaren burgeroorlog uit elkaar is gevallen, kunnen zelfs ministeries niet goed in kaart brengen welke gezondheidscentra en klinieken nog functioneel zijn en welke niet. Welke zijn plat gebrand in de oorlog, welke niet, of niet helemaal? Welke centra worden bevoorraad met medicijnen? Waar is gevlucht personeel inmiddels teruggekeerd? Niemand die het precies weet. In de gebieden waar wij opereren helpen wij om dat beetje bij beetje in kaart te brengen.

In de CAR werken verschillende instanties en organisaties aan betere gezondheidszorg. Is het niet zaak al die versnipperde programma-informatie te koppelen en samen te werken?

Maarten: Natuurlijk werken we samen. Maar het klopt dat we juist onze databases veel meer moeten gaan koppelen. Dan pas krijg je een betrouwbaar data-beeld over een groter gebied en kun je ook beter afspreken wie wat waar moet gaan doen.

“Een efficiënte allocatie van middelen, op basis van betrouwbare data, niet op basis van aannames. Daar draait het om.”

Maarten Oranje

Is dat waar jullie aan gaan werken met steun van het Cordaid Innovatiefonds?

Lisette: Inderdaad. We willen in Région 2, een gebied in het zuidwesten van de CAR waar ongeveer driekwart miljoen mensen wonen, toewerken naar een zo volledig en accuraat mogelijke gezondheidszorgdatabase. Dat begint heel basaal met het in kaart brengen van alle locaties van alle gezondheidscentra, via GPS informatie. Zelfs dat ontbreekt momenteel soms nog. Later komen daar specifiekere kwantitatieve en kwalitatieve data bij. De scherven aan informatie die er nu liggen bij zorgverleners, bestuurlijke instanties en NGO’s, willen we toetsen op accuraatheid en bij elkaar brengen. Paralelle databases moeten op één platform zichtbaar gemaakt worden. De crux zit ‘m dus in combineren. De eerste stap is alle spelers in dit gebied zo ver te krijgen dat ze hun data willen delen. Dat ligt altijd gevoelig. Maar gezien de urgentie in een land als de CAR, maak je ook al een verschil als je een deel van de databases kan koppelen.

Hoe digitaal wordt de database waar jullie met al die anderen aan werken?

Maarten: De meeste gezondheidszorgdata worden op papier verzameld en verwerkt. De infrastructuur – elektriciteit, internet, tablets – ontbreekt om het digitaal te doen. Wij zullen dan ook, zeker tot op districtsniveau, voornamelijk op papier werken. Op regioniveau hopen we gegevens te kunnen gaan digitaliseren. Overigens werken we hierbij samen met Bluesquare, een voorloper als het gaat om het opzetten van platforms voor gezondheidszorgdata in fragiele landen.

Jullie data-project is begonnen in januari en loopt 1,5 jaar. Wanneer is het een succes?

Maarten: Als er over 1,5 jaar één online dataplatform is voor Région 2, dat aantoonbaar de moeder- en kindzorg in dat gebied beter in kaart heeft gebracht. En het zou nog mooier zijn als we dat kunnen combineren met een betrouwbare kaart van de bevolkingsdichtheid, die goed in beeld brengt waar de mensen wel en niet wonen. Ook hier geldt: de crux zit ‘m in combineren.

Lisette: Als we die twee interactieve kaarten hebben – één met de locaties van functionele gezondheidszorgcentra en één demografische kaart – dan kunnen we ze op elkaar leggen en vraag en aanbod accuraat op elkaar afstemmen. Dan weten we waar de gaten vallen, waar de nood het hoogst is en waar een goed bemenste en goed bevoorraadde gezondheidspost het meeste verschil kan maken.

Maarten: Een efficiënte allocatie van middelen, op basis van betrouwbare data, niet op basis van aannames. Daar draait het om. Ten slotte wil je dat elke euro die je investeert het maximale oplevert. Juist in gebieden waar noden extreem zijn.

Lees hier over een ander project dat we financieren met het Cordaid Innovatiefonds.