Sla het menu over en ga direct naar de content van deze pagina. Sla het menu over en ga direct naar zoeken.
Cordaid EN
Noodhulp

Blog: Over leven in Zuid-Soedan

320 dollar. Als je wereldwijd de koopkracht vergelijkt, dan is dat de gemiddelde prijs voor één bord met eten in Zuid Soedan, zo berekende het World Food Programme (WFP). Reken even mee: wat kost het een alleenstaande moeder met vijf kinderen om haar kroost daar in leven te houden? Tel daar dan een oorlog en genadeloze droogte bij op. Of lees dit verslag van collega Frank van Lierde uit een Zuid-Soedanees dorp in oorlogsgebied. Met steun van Giro555 reikt Cordaid er de hand naar ontheemde families.

Aburoc, een dorp in de semi-aride Savanne, hoog in het noorden van Zuid-Soedan. Toen de oorlog dit jaar escaleerde in Upper Nile State en mensen opjoeg als een bosbrand, vluchtten duizenden Shilluk families naar deze uithoek, waar de zon rivieren opslokt en regens de grond onder je voeten in geen tijd omtovert in stromende klei. Achter de horizon begint de woestijn. Verder vluchten gaat niet. Of toch?

Twee weken lopen

Christina Thomas (24) was hoogzwanger toen ze zeven maanden geleden met haar drie kinderen en man eindelijk de kleine Aburoc rivier bereikte, een zijstroompje van de Nijl. “We moesten twee weken lopen, om dit kamp te bereiken. Onderweg eten en drinken vinden, was moeilijk”, zegt ze kort.

Kijk hier naar de videoserie van Frank in Zuid-Soedan.

Twee weken lopen. Zelfs met pet en zonnecrème houd ik het overdag in deze Zuid-Soedanese vlakte niet langer dan een uur uit in de zon. Ik denk aan de schorpioenen, de slangen en ’s nachts de insecten. Dan zie ik dat de benen van één van haar zoontjes misvormd zijn. Zijn tenen zijn weg. “Dat komt door brand”, legt Christina uit. “Als peuter zat hij in de geitenschuur te spelen toen die vlamvatte.” En wie droeg hem dan toen ze moesten vluchtten? “O, maar hij kan gewoon zelf lopen”, antwoordt ze. De jongen van zeven, dicht tegen zijn jonge moeder aangevleid, kijkt me onderzoekend aan.

Mensen proberen zich in leven te houden door bladeren te eten en sterk vervuild oppervlaktewater te drinken.

Alisa John (38) woont een paar noodwoningen verderop. Ze heeft eenzelfde verhaal. Met het verschil dat haar man al jaren terug is overleden en zij er in haar eentje voor staat. Ze zorgt voor acht kinderen. “Ik heb zelf deze hut gebouwd toen ik hier aankwam. Ik bewerk een stukje land en sprokkel brandhout in de omgeving.”

Vluchtroute

Toen de eerste stroom ontheemden richting Aburoc in maart en april op gang kwam, lag de rivier nog droog. Waarom dan hierheen vluchten, uit Malakal, uit Kodok en andere dorpen? “Om drie redenen”, legt een van de nieuwkomers me uit. “Deze plek is afgelegen. Mensen hopen dat de oorlog hier niet zo snel komt. Er is de rivier, die in het regenseizoen weer zou gaan stromen. En op 6 uur lopen naar het noorden ligt de weg naar Soedan. Áls de oorlog ook hier zou komen, dan is er een vluchtroute.”

De humanitaire crisis wordt acuut als zich in een mum van tijd bijna 30.000 mensen schuilhouden in de droge rivierbocht bij Aburoc. De desolaatheid van de plek biedt misschien veiligheid, maar hoe blijf je er in leven? De bewoners van Aburoc – zo’n 2.000 – delen zonder morren wat ze hebben. Maar buiten het land is dat niet veel. Extreme droogte doet de toch al karige oogsten mislukken. Mensen proberen zich, net als Christina, Alisa en hun kinderen, in leven te houden door bladeren te eten en sterk vervuild oppervlaktewater te drinken in de paar ondiepe moerasplassen die er zijn.

Logistieke nachtmerrie

Intussen werken hulporganisaties als Cordaid tegen de klok. Midden in het oorlogsgeweld, in een gebied dat een logistieke nachtmerrie is, zoeken we naar de snelste en slimste manier om Aburoc met geld van gulle Giro555-gevers te hulp te komen. Enkas Chau coördineert de hulp vanuit hoofdstad Juba. “We hadden al mensen in Kodok. Toen het geweld daar oplaaide, zijn ze meegegaan met de stroom die op de vlucht sloeg, richting Aburoc. We wisten dat dat de plek was waar alles moest gebeuren.”

Jojo Clement, zelf Zuid-Soedanees, is Cordaid’s man on the ground. In april trekt hij met tent en rugzak vanuit Kodok richting Aburoc. Zonder elektriciteit, zonder computers en zonder gewoon telefoonverkeer – enkel een satelliettelefoon – gaat hij aan de slag. Voornaamste doelgroep van Cordaid: moeders met jonge kinderen, zwangere vrouwen, eenoudergezinnen en ouderen.


Jojo Clement en Frank van Lierde. Foto: Frank van Lierde

“Er was al cholera uitgebroken”, zegt Jojo. “Dus latrines, schoon drinkwater en hygiëne stonden hoog op ons lijstje. En voedselhulp. Omdat we op tijd ter plekke waren en de hongersnood op dat moment nog niet acuut was, was voedseldistributie niet aan de orde. Boeren en boerinnen wilden groenten verbouwen. Vissers wilden vissen. Anderen gaven aan dat ze geiten wilden houden. Dus moesten we zorgen voor werktuigen, zaaizaad, visnetten. En gaan onderhandelen met geitenhouders kilometers in de wijde omtrek. Veel jonge moeders wilden olie, rijst, bonen, suiker en ander basisvoedsel om hun kinderen te voeden. Dus wilden we werken met voedselbonnen die ze konden ruilen op de lokale markt. Zo stimuleer je lokale productie en handel én je beperkt je transportkosten, die snel aantikken in dit soort gebieden.”

Wonder

De markt van Aburoc is een wonder op zich. Het is de hoofdstraat van het kamp. Chauffeurs uit Soedan halen halsbrekende toeren uit, zeker in het regenseizoen, om er te komen met hun waar. Met geluk, als de modder het toelaat, rijden ze een week door met hun verroeste tractors.

En dan is er de huisvesting. Jojo: “Mensen moesten hun rieten noodwoningen beter kunnen beschermen tegen regen, hitte en stof.”

Via satelliettelefoon communiceert Jojo met Juba. En Enkas staat in constante verbinding met Cordaid in Den Haag. Met de paar andere hulporganisaties die Aburoc weten – en durven – te bereiken, stemmen we af wie wat doet. De veiligheidssituatie houden we nauwlettend in de gaten. Dit is immers rebellengebied. Hoe lang duurt het voor ook hier wordt gevochten? We wagen het erop en starten een noodhulpoperatie voor 25.000 mensen die klem zitten tussen de oorlog en de woestijn.

Plunderingen en overvallen

Over land is de kans op plunderingen en gewapende overvallen te groot. Dus regelt Enkas luchttransport van de hulpgoederen: houwelen, spades, sikkels, handploegen, visnetten, haken, emmers, zeep, waterfilters, duizenden kilo’s zaaizaad en kilometers stevig zeil worden uitgeladen op een stoffige, geïmproviseerde landingsbaan. Ook rugzakken vol Zuid-Soedanese ponden gaan met ons mee de vliegtuigjes in.


Luchttransport van hulpgoederen. Foto: Frank van Lierde

Handelaren waar ontheemden hun voedselbonnen aan uitgeven, geitenhouders, personeel: met iedereen hebben we contracten met prijsafspraken en kwaliteitsgaranties. Cash is cruciaal, vooral in de hele voedseloperatie. En cash betekent heel veel papiergeld. Met een paar honderd dollar aan Zuid-Soedanese ponden vul je al gauw een Albert Heijn tas.

Schoon drinkwater

Jojo gaat aan de slag met mensen uit het kamp zelf, die tegen de standaard dagtarieven van de VN worden betaald. “We waren de eersten die oude waterbronnen in de droge rivierbedding herstelden. Meters diep hebben we gegraven. En met duizenden stonden ze in de rij, in die eerste maanden toen de rivier droog was, voor schoon drinkwater uit ‘onze’ bronnen.”

Inmiddels zijn we ver gevorderd in het regenseizoen. De rivier stroomt en er zijn waterzuiveringsinstallaties aangelegd die schoon water pompen uit de Aburoc. Maar in die eerste maanden was het Cordaid die Aburoc aan water hielp. En als straks de rivier weer droog staat – over een maand al, vreest men hier – kunnen we onze bronnen weer vullen met minder moeite dan eerst.

Wat waait en ruist in de wind, is gegroeid uit zaden van Cordaid.

In korte tijd heeft Jojo’s team ook 104 latrines gebouwd. Trots toont hij ze, aan de rand van het kamp, in wat hulpverleners ‘blok 4’ noemen. Elke latrine is vier meter diep, een stevige zinken schacht, zwaar metalen slab en stevige behuizing van hout en zeil. Met voldoende privacy. Ooit met de hand vier meter diep gegraven in kleiige grond? In veertig graden Celsius en met amper iets te eten in je mik?

Cholera

“Maar de latrine zelf is het halve werk”, zegt Jojo. “Zorgen dat mensen er gebruik van maken is een grotere opgave. Onze teams geven voortdurend voorlichting over de gevaren van open ontlasting en de noodzaak van hygiëne. Gelukkig gebruiken veel mensen onze toiletten. Dat is mede waarom de cholera uitbraak nu is bestreden. Maar nog niet iedereen doet het.”

In zeven maanden tijd zorgt Cordaid dat 500 boeren en boerinnen in Aburoc tomaten, sorghum, aubergines en mais kunnen verbouwen, met 3 kilo zaaizaad per persoon per gewas, met landbouwgerei en voor wie wil, met trainingen om zaai- en landbouwtechnieken te verbeteren.

Boeren zoals John Babur, die zijn eigen leeftijd niet kent (men gokt op 90). Zijn sorghum steekt hoog boven hem uit, en zijn tomaatjes zijn klein, maar het zijn er veel.

Zoals Sara Ajak, moeder en boerin van 51 die naast haar noodwoning op haar knieën schoffelt tussen de glimmende aubergines, in de schaduw van – ook hier – hoog opgeschoten sorghumpluimen.

Zoals Bol Ajak (niet Sara’s man) die op een half uur lopen van zijn hut, handen vol droge aarde werpt over zijn gewassen en hese stemgeluiden uit zijn keel perst om de vogels weg te jagen. Wat waait en ruist in de wind, is gegroeid uit zaden van Cordaid.

500 vissers vissen in de Nijl, met netten en haken van Cordaid. Mannen – vrouwen vissen hier niet, het is nachtwerk – zoals Jockino James, Sebit Ayik en Amuj Francis. Ieder heeft een rieten Nijlboot. “In de vroege avond vertrekken we. Dan lopen we zes uur naar onze boot en vissen de hele nacht. En dan lopen we terug om de vis hier te verkopen.”

Hulp aan Zuid-Soedan
Verse vangst uit de Nijl. Foto: Frank van Lierde

Nijlpaarden

Daar liggen ze, enorme, grootschubbige riviervissen. Ze moeten dezelfde dag een koper vinden, langer blijven ze niet goed. De vissers vertellen over de nijlpaarden die ze soms op het water tegenkomen. “Als je die ziet, moet je vooral heel hard roeien”, zegt Sebit. Over de risico’s onderweg, de checkpoints van gewapende troepen, zeggen ze niets.

400 mannen en vrouwen kregen voldoende cash om drie geiten mee te kopen. Geiten zijn goud waard hier. Als je moet vluchten lopen ze mee. En heb je er een paar dan heb je er snel meer. Het is eten dat zich vermenigvuldigt.

Neem Rebecca Pasquala (42), die haar drie geitjes na het grazen binnenhaalt en naast haar onderkomen aanlijnt. Ze vluchtte met twee van haar 7 kinderen van Malakal naar Kodok en van Kodok naar Aburoc. De vijf anderen stuurde naar Khartoem, waar ze veiliger zitten dan hier. “Niet iedereen kon daarheen. Ik ben hierheen gekomen met mijn jongsten.”

Vluchten is jezelf in tweeën scheuren.

Restaurant street

Honderden noodwoningen zijn als kleine Christo’s verpakt in wit zeil dat Cordaid heeft aangevoerd. Duizend gezinnen kregen voedselbonnen om voor maanden basisvoedsel mee te kopen in ‘restaurant street’, de rij hutjes van Aburoc waar mensen die iets te verkopen hebben hun waar aan de man brengen. In een half jaar tijd zijn ze uit de aarde opgerezen.


De voedselbon. Foto: Frank van Lierde

We deden meer dan wat ik hier kan opsommen. Meermaals is Aburoc aangevallen door gewapende troepen. Mensen sloegen op de vlucht, nieuwe gezinnen namen hun plaats in. Ook wij hebben tijdelijk collega’s moeten evacueren. Ook Jojo moest rennen voor zijn leven. Alleen had hij het geluk dat hij met een vliegtuigje kon ontsnappen. Maar hij kwam snel weer terug.

‘It ain’t about how hard you can hit. It’s about how hard you can get hit and keep moving forward.’

Rocky Balboa

Andere organisaties als World Vision en MSF en heel veel Zuid-Soedanese hulpverleners doen hun deel van het werk. Maar het grootste en meest fenomenale werk wordt verricht door Sara, Alisa, John en Jockino en de duizenden anderen ontheemden en oorspronkelijke bewoners van Aburoc. Elke dag zorgen zij voor een mirakel. Ze schotelen hun kinderen niet alleen eten voor, maar geven ze liefde en kracht en waardigheid mee.

Vlucht door de woestijn

Ik wacht aan de oever van de rivier op het pondje. Wat als over een maand de rivier weer is opgedroogd? Niemand van de ontheemde vaders en moeders, en ook de hulpverleners, die daar niet aan denkt. Het is zo goed als een gegeven dat dan het conflict weer oplaait en rebellen dit gebied gaan proberen te heroveren. Wordt het dan tijd voor de vlucht door de woestijn, naar Soedan?

Het schemert. Een groepje vrouwen dat naast me wacht begint te zingen. En te dansen. Ze oefenen voor het grote feest van morgen. Hun silhouetten steken dansend af tegen het laatste avondlicht. We gaan het bootje in. Een moeder houdt haar kind tussen de knieën, en neuriet een lied.

Mak en gelukkig als een lam dat net gedronken heeft, kijkt het kleine kind naar zijn moeder en naar de sterrenhemel boven haar. Een man houdt met zijn voet het lek dicht. De kleine, jonge veerman van amper 12 vindt feilloos in het donker de plek aan de overkant.

De paramount chief van Aburoc is een rijzige, slanke, oude man. Hij staat met zijn lange stok in de hand aan de andere oever te wachten. Zijn dorpsbewoners zijn een kleine minderheid geworden, sinds de toestroom. Maar nergens zijn er spanningen.

Hutjes staan zelfs tegen het ronde lemen huis van de chief aangebouwd. “We are one Shilluk. We share what we have, like we share the war”, zegt hij. Hij kent Cordaid goed, dankt ons voor wat we doen voor zijn gemeenschap, en loopt langzaam verder, staf in de hand. Zijn gewaad golft in de avondbries. Dit is hoe koningen horen te lopen.

Struisvogel

Ik loop naar het hutje van Cordaid waar ik slaap deze week. Links van me kruipt een stokoude vrouw op knieën en handen uit een slecht gebouwde, lage hut. Aburoc. En verderop staat een struisvogel. Het beest is enorm en kijkt me prehistorisch aan. Ik ken haar verhaal. Ze is meegevlucht met mensen. Het mannetje dat haar vergezelde is door rebellen doodgeslagen. En opgegeten. Nu loopt ze alleen rond en legt geen eieren meer. Aburoc.


De struisvogel die geen eieren meer legt. Foto: Frank van Lierde

‘It ain’t about how hard you can hit. It’s about how hard you can get hit and keep moving forward.’ Nooit gedacht dat Rocky Balboa me iets zou influisteren, liggend in een krap tentje, onder de sterrenhemel van Zuid-Soedan.

Morgen weer een nieuwe dag.