Vrouwen in Kenia bouwen nieuw inkomen op met krekels
In het droge noorden van Kenia hebben veel mensen het zwaar door klimaatverandering, langdurige droogte en sprinkhanenplagen. Veeboeren verliezen dieren door gebrek aan water en gras. Daarom zoeken vrouwengroepen naar nieuwe inkomsten. Met steun van het (B)eat The Locust Project kweken zij nu krekels als duurzaam alternatief voor hun gezinnen.
In deze video wordt kort het project uitgelegd door Cordaid medewerkers en krekelboerinnen.
Van spaarclub naar onderneming
Een goed voorbeeld is de Nalotu Self-Help Group in Marsabit County. Deze groep bestaat uit 24 vrouwen en begon als een eenvoudige spaar- en leenvereniging. De vrouwen legden kleine bedragen bij elkaar om elkaar te helpen met dagelijkse kosten, zoals voedsel of schoolgeld. Na verloop van tijd groeide de groep uit tot een kleine onderneming. Ze deelden winst, betaalden leningen terug en ondersteunden hun gezinnen. Dit werkte goed, totdat de droogte toesloeg. De regen bleef uit, het land droogde op en er groeide bijna geen gras meer. Daardoor stierven veel dieren. De vrouwen, die afhankelijk waren van hun vee, verloren een groot deel van hun inkomen.
De voorzitter van de groep, Rosemary Gumato, zag dat er iets moest veranderen. Ze besefte dat ze niet langer alleen op vee konden vertrouwen. Het klimaat was veranderd, en niemand wist wanneer de regen terug zou komen.
Een keerpunt met het (B)eat The Locust Project
Als reactie begonnen de vrouwen naar alternatieven te zoeken. Met land dat door lokale leiders werd geschonken, legden ze een moestuin aan om groenten te verbouwen voor eigen gebruik. In deze periode werd de groep geïdentificeerd door de lokale organisatie IMPACT Kenya, dat hen begon te ondersteunen via programma’s voor levensonderhoud.
Hun eerste doorbraak kwam met bijenteelt. Na training en het ontvangen van bijenkorven oogstten de vrouwen bij hun eerste poging al honing. Dit succes gaf vertrouwen en opende de deur naar ambitieuzere veranderingen.
Die kans kwam via het (B)eat The Locust Project, dat 38 ondernemersgroepen selecteerde om krekelkweek te testen. Rosemary werd uitgenodigd in Nairobi voor een training tot hoofdtrainer bij het International Centre of Insect Physiology and Ecology.
Aanvankelijk was ze sceptisch. Krekels waren klein, werden vaak genegeerd en niet serieus genomen. Toch veranderde de training haar kijk hierop. Thuis voerde ze een eenvoudig experiment uit: ze verzamelde wilde krekels en voerde ze aan haar kippen. Het effect was onmiddellijk. De kippen groeiden sneller, legden meer eieren en produceerden grotere, gezondere eieren. Overtuigd door de resultaten keerde ze terug naar haar gemeenschap, vastbesloten om ook de rest van de groep te overtuigen.

Culturele barrières doorbreken
Het introduceren van krekelkweek in een pastorale gemeenschap was niet eenvoudig. Het eten van krekels was een taboe, net zoals het eten van kip ooit was geweest. Veel vrouwen twijfelden. Hun eerste vraag was praktisch in plaats van ideologisch: ‘Wat moeten we met krekels?’ Rosemary legde hun de voedingswaarde en commerciële mogelijkheden uit. ‘Eén kilogram krekels kan tot KES 2.500 (EUR 16,50) opleveren,’ vertelde ze. Ter vergelijking: de verkoop van vijf geiten zou elke vrouw slechts ongeveer KES 1.000 opleveren na verdeling van de winst.
Met steun van de lokale organisatie IMPACT Kenya en Cordaid verving de groep geïmproviseerde kartonnen dozen door professionele kweekkits voor krekels. Ze voerden een strikte routine in: elke vrouw moest krekels meenemen naar de wekelijkse bijeenkomst op woensdag. Wie met lege handen kwam, werd naar huis gestuurd om alsnog krekels te halen. Die discipline wierp zijn vruchten af. De krekels vermenigvuldigden zich, en het vertrouwen van de vrouwen groeide mee.
Krekels in het dagelijks leven
Na een tijdje ontdekten de vrouwen steeds meer voordelen van krekels. Ze begonnen krekels te gebruiken in verschillende delen van hun dagelijks leven.
Zo maken ze krekelmeel door de insecten te drogen en te malen. Dit meel is rijk aan voedingsstoffen en kan worden toegevoegd aan voedsel, zoals pap. Dit helpt vooral bij kinderen die ondervoed zijn. In sommige gevallen zagen de vrouwen duidelijke verbeteringen in de gezondheid van kinderen. Wat eerder medische ondersteuning vereiste, werd vervangen door een oplossing vanuit huis. De vrouwen gebruiken nu eieren van met krekels gevoerde kippen in hun maaltijden, waardoor betere voeding onderdeel is geworden van het dagelijks leven.
Daarnaast gebruiken de vrouwen het afval van de krekels als mest. Dit mengen ze met andere mest om compost te maken voor hun moestuin. Hierdoor groeien hun groenten beter en zijn ze minder vatbaar voor ziektes. Om de drie dagen maken de vrouwen de kweekbakken schoon en verzamelen ze het afval voor gebruik in hun kassen. Hun groenten staan lokaal bekend om hun diepgroene kleur en smaak.
Meer inkomen en zelfstandigheid
Door al deze activiteiten verdienen de vrouwen nu meer geld en hebben ze meer voedsel voor hun gezinnen. Ze zijn minder afhankelijk van regen en vee, en daardoor beter beschermd tegen droogte.
Ook is hun positie in het huishouden veranderd. Omdat ze nu zelf geld verdienen en voedsel produceren, hebben ze meer invloed op beslissingen.
Externe partners hebben dit ook opgemerkt. De groep heeft een broedmachine, een zonnedroger en een op zonne-energie werkende maalmachine ontvangen. Met deze investeringen kunnen ze voer op basis van krekels produceren voor pluimvee en geiten, waardoor ze hun inkomstenbronnen uitbreiden en tegelijk een gesloten productiesysteem versterken.

Haar boodschap aan andere vrouwen is duidelijk: je hoeft niet weg te trekken om werk te vinden. Ook in je eigen omgeving zijn kansen, als je bereid bent om nieuwe dingen te proberen.
Blik op de toekomst
De vrouwen willen nog verder groeien. Ze hopen in de toekomst zelf diervoer te kunnen produceren en verkopen, bijvoorbeeld in de vorm van pellets. Hiervoor hebben ze nog extra machines nodig. Volgens Rosemary liggen er nog veel kansen. Ze gelooft dat de vrouwen met de juiste middelen hun kwetsbaarheid voor droogte verder kunnen verminderen.
Over (B)eat The Locust
Het (B)eat the Locust Project ontstond als reactie op de meest recente sprinkhanenplaag in Kenia, die grotendeels werd bestreden met conventionele methoden en synthetische chemicaliën met schadelijke milieueffecten. Het project heeft als doel het levensonderhoud in door sprinkhanen getroffen gebieden te diversifiëren door milieuvriendelijke insectenwaardeketens te ontwikkelen.
De aanpak richt zich op het bevorderen van biologische bestrijdingsmiddelen via regionaal en nationaal beleid, het ondersteunen van pastorale bestaansmiddelen gebaseerd op insectenproductie en het opzetten van waardeketens voor insecten voor zowel menselijke als dierlijke consumptie. Het project wordt gefinancierd door de Postcode Loterij en werkt samen met pastorale en agro-pastorale gemeenschappen in de regio’s Laikipia, Samburu, Isiolo en Marsabit.
Dit project wordt ondersteund door de Postcode Loterij.
