Sla het menu over en ga direct naar de content van deze pagina. Sla het menu over en ga direct naar zoeken.
Cordaid EN

Bram Frouws over de grondoorzaken van migratie, migratiebeleid en de invloed van COVID-19

Bram Frouws is het hoofd van het Mixed Migration Centre (MMC) in Genève, waar hij onder andere verantwoordelijk is voor strategische aansturing, management, kwaliteit van onderzoek, externe vertegenwoordiging en beleidsontwikkeling. Hij studeerde sociale psychologie aan de Universiteit van Tilburg. Hij is een ervaren consultant en onderzoeker op het gebied van migratie(beleid), onder andere in de Hoorn van Afrika. Eerder werkte hij bij Panteia in Nederland en UNICEF, het Regional Mixed Migration Secretariat en als onafhankelijke consultant vanuit Nairobi.

Sinds 2018 sta je aan het hoofd van het Mixed Migration Centre (MMC). Wat zijn jullie voornaamste doelen en activiteiten?

“Allereerst willen we bijdragen aan een beter en genuanceerder begrip van mixed migration. Daarnaast willen we bijdragen aan een beter geïnformeerd migratiebeleid en politiek debat. Tenslotte willen we effectieve programma’s bevorderen waarmee migranten en vluchtelingen beter geholpen kunnen worden. Kennisopbouw, analyse, dataverzameling en beleidsbeïnvloeding zijn onze activiteiten.”

Wat is de rol van het 4Mi project hierin?

“4Mi is ons voornaamste dataverzamelingsproject: het betreft interviews met jaarlijks ongeveer 10.000 migranten en vluchtelingen, in 24 landen en langs verschillende migratieroutes. Deze routes lopen niet alleen van Zuid naar Noord, maar ook binnen regio’s of van Zuid naar Zuid. Voorbeelden zijn de routes van Oost-Afrika naar Zuidelijk Afrika, van Afghanistan naar Zuidoost Azië, en van Colombia naar Peru. Ook verzamelen we data over routes richting Europa, zoals in Mali, Niger, Burkina Faso, Libië en Tunesië, en routes vanuit Oost-Afrika naar Jemen en Saudi-Arabië.

We hebben een netwerk van ongeveer 120 collega’s die dagelijks gestructureerde interviews afnemen van ongeveer een uur. Dat doen ze met een smartphone, waardoor we direct met deze data aan de slag kunnen. Die analyseren en publiceren we in rapporten, zoals onze jaarlijkse Mixed Migration Review. Bij het ontwikkelen van programma’s die beter inspelen op de behoeften van migranten en vluchtelingen werken we samen met de Danish Refugee Council (DRC) en met andere humanitaire organisaties. Met DRC, waarvan wij onderdeel zijn, werken we aan het opstellen van onderzoeksvragen, het analyseren van resultaten en het formuleren van aanbevelingen.”

Wat is de impact van jullie werk op beleidsmakers?

“Het is niet altijd duidelijk hoe we met onderzoek hebben bijgedragen aan een veranderd beleid. Maar over het algemeen ben ik positief dat we door de jaren heen wel degelijk invloed hebben gehad op beleid. Regelmatig horen we van beleidsmakers uit verschillende landen dat ze onze onderzoeken en concepten hebben gebruikt bij het opstellen van beleid. Bijvoorbeeld bij een programma van de Britse overheid van 75 miljoen Britse pond, met het doel om migranten en vluchtelingen langs de Centraal Mediterrane route te helpen. Bij dat programma hebben beleidsmakers veelvuldig ons onderzoek gebruikt om aan te geven waar bepaalde interventies nodig waren.

 

“We moeten concluderen dat de invloed en implementatie van het Global Compact for Migration tot nu toe beperkt is geweest.”

 

Bovendien proberen we migratiebeleid te beïnvloeden door met beleidsmakers aan tafel te zitten. Het MMC neemt hierbij een gebalanceerde, neutrale positie in waarbij we bewijs en feiten aanleveren. Vaak vinden deze gesprekken in een gesloten en informele setting plaats, waar vertrouwelijk en open gediscussieerd kan worden. Het International Centre for Migration Policy Development (ICMPD), die dialogen organiseert tussen Afrikaanse en Europese beleidsmakers, huurt ons bijvoorbeeld in om briefings, presentaties en scenario workshops te geven.”

Het MMC heeft in het rapport Wheels in Motion onderzoek gedaan naar hoe het Global Compact for Migration (GCM) ingevoerd is. Wat was jullie rol hierbij?

“We hebben de onderhandelingen over het Global Compact for Migration nauwgezet gevolgd. We probeerden het proces te beïnvloeden door onder meer vijf analyses en statements uit te brengen over verschillende versies van het GCM.”

Heeft dit Compact invloed gehad op migratiebeleid?

“In het rapport Wheels in Motion geven we een overzicht van de stand van zaken, één jaar nadat het GCM was aangenomen. Conclusie was, dat de invloed en implementatie van het GCM tot nu toe beperkt is geweest. Portugal heeft als enige land een nationaal implementatieplan opgesteld. Verder waren er weinig goede voorbeelden te vinden van uitvoering van het GCM. Dit komt mede doordat landen terughoudend zijn om migratiebeleid in de context van het GCM te plaatsen, gezien de gevoeligheid en weerstand die er tegen het document is geweest.

Een positief gevolg van het GCM is dat er een goede en positieve discussie over migratie is gevoerd in de jaren dat het ontwikkeld werd. Dit heeft geresulteerd in een goed document. Echter is de discussie vooral tussen diplomaten, VN-medewerkers en ngo’s gevoerd. Een brede maatschappelijke discussie bleef uit toen er veel weerstand ontstond vanuit Europese landen tegen het GCM.

Juist in de COVID-19 crisis is het jammer dat de impact van het GCM beperkt is geweest, aangezien er nu ontwikkelingen zijn die goed te linken zijn aan het GCM. Portugal zorgt er bijvoorbeeld voor dat migranten toegang hebben tot gezondheidszorg. In Engeland worden maatregelen genomen over remittances. Het feit dat deze zaken niet aan het GCM worden gelinkt, is een gemiste kans.”

 

“Legale migratiekanalen kunnen de noodzaak om smokkelaars en gevaarlijke, illegale migratieroutes te gebruiken, verminderen.”

 

Het GCM gaat onder andere over het bevorderen van legale migratieroutes. Waarom is dit zo belangrijk?

“Het bevorderen van legale migratieroutes is niet de oplossing voor alles, maar is wel cruciaal. Ondanks dat dit punt altijd wordt opgenomen in migratieafspraken, zoals in het GCM en de Europese Migratieagenda, gebeurt het in de praktijk te weinig. De kleine pilots die er zijn, worden zelden opgeschaald naar structurele, legale migratiekanalen. Legale migratiekanalen kunnen de noodzaak om smokkelaars en gevaarlijke, illegale migratieroutes te gebruiken, verminderen. Daardoor zal illegale migratie voor een belangrijk deel wegvallen.

Wanneer arbeidsmigratie legaal gebeurt, heeft dit veel voordelen voor herkomst- en bestemmingslanden. Migranten kunnen tijdelijk of permanent werken, betalen belasting en hoeven niet meer illegaal te werken. Ook voor migranten zelf hebben legale migratiekanalen voordelen. Ze hoeven geen gevaarlijke reis meer te ondernemen en worden fatsoenlijk voor hun werk betaald. De enige verliezers van het opzetten van meer legale migratiekanalen zijn de smokkelaars.”

Wie zullen voornamelijk gebruik kunnen maken van de legale migratiekanalen?

“Als landen bereid zijn legale migratiekanalen te openen, zijn deze vaak enkel toegankelijk voor hoogopgeleide migranten. Migranten die naar Europa komen zijn bereid grote sommen geld te betalen en maken dus geen deel uit van de allerarmste groeperingen. Deze migranten zullen ook in staat zijn een fatsoenlijk bedrag te betalen om op een legale manier te reizen. Bij het opstellen van legale migratiekanalen, zal het een uitdaging worden om de toegang voor verschillende groepen migranten eerlijk te houden.”

Wat is de rol van mensensmokkelaars bij (irreguliere) migratie?

“De rol van mensensmokkelaars is (te) groot. Uit onze data blijkt dat hun rol bij het initiëren van migratie gering is. Maar wanneer de beslissing om te migreren eenmaal genomen is, hebben smokkelaars een grote rol bij het faciliteren ervan. Zij helpen migranten bijvoorbeeld bij het oversteken van grenzen en verschaffen benodigde documenten en informatie. Er is een ongezond grote afhankelijkheid van smokkelaars.

 

“Juist op plekken waar grenzen gesloten worden, bieden smokkelaars hun diensten aan. Hoe strenger de controles, hoe gevaarlijker de reizen worden.”

 

Het is wel belangrijk om genuanceerd over smokkelaars te spreken. Aan de ene kant, die pro-migratie zijn, worden smokkelaars vaak weggezet als dienstverleners of reisagenten, die uitsluitend een service verlenen aan migranten. Aan de andere kant, bij overheden, bestaat de neiging om smokkelaars gelijk te stellen aan moordlustige criminelen, die migranten mishandelen. Zij scheren mensensmokkelaars en -handelaars doelbewust over één kam.

Wij proberen constant aan te geven dat de waarheid in het midden ligt. Er zijn veel smokkelaars die migranten helpen om in veiligheid te brengen, waar het niet mogelijk is om een grens legaal over te steken. Maar er zijn ook veel smokkelaars die migranten mishandelen, martelen, of op zee-onwaardige boten de zee opsturen. We nuanceren dit debat voortdurend.”

Hoe heeft migratiebeleid hier invloed op de rol van mensensmokkelaars?

“Migratiebeleid heeft uiteraard invloed op mensensmokkel. Want zonder reisrestricties zou er geen noodzaak zijn voor mensensmokkelaars. Juist op plekken waar grenzen gesloten worden, bieden smokkelaars hun diensten aan. Hoe strenger de controles, hoe gevaarlijker de reizen worden. In Engeland bijvoorbeeld zijn recent koelwagens ingezet om migranten te vervoeren. Dit gebeurt als reactie op meer en meer technologische middelen om migranten op te sporen, zoals warmtesensoren. Het vervoeren van migranten in koelwagens heeft soms dodelijke gevolgen.”

Wat zijn de drijfveren van migratie?

“Migranten geven altijd meerdere redenen aan waarom zij migreren. Het kan te maken hebben met onveiligheid (persoonlijk of maatschappelijk), klimaatverandering, economische problemen, liefde, onderwijs, avontuur, aspiratie, beklemmende culturele normen of behoefte aan vrijheid. Ook de vraag naar migranten als arbeidskrachten, bijvoorbeeld in Europa, drijft migratie fors op.”

 

“Het idee bestaat dat we migratie moeten stoppen en bij de wortels moeten aanpakken. Daarbij is geen aandacht voor de positieve kanten ervan.”

 

In het artikel Mistaken metaphor: the ‘root causes’ approach to migration is both dishonest and ineffective laat je je kritisch uit over beleid dat focust op het aanpakken van de drijfveren van migratie. Waarom vind je dat een probleem?

“Allereerst omdat die nadruk zorgt voor een negatief beeld van migratie. Het idee bestaat dat we migratie moeten stoppen en bij de wortels moeten aanpakken. Daarbij is geen aandacht voor de positieve kanten ervan. Migratie zelf is niet het probleem, dat zijn de gevaarlijke irreguliere reizen waarbij migranten kwetsbaar zijn en vaak met geweld te maken krijgen.

Bovendien wordt door het beleid uitsluitend gekeken naar de redenen waarom mensen vertrekken, en niet waarom mensen ergens naartoe gaan. Hieruit stamt de foute redenering dat het aanpakken van de grondoorzaken migratie kan doen stoppen.

Ten derde worden in beleidsdocumenten de daadwerkelijke grondoorzaken van migratie vaak niet benoemd. Dit zijn bijvoorbeeld de economische sancties in Iran, waardoor grote aantallen Afghanen in de afgelopen twee jaar naar Europa trokken. Of neem de oorlog in Jemen, waar volop wapens worden gebruikt, die geproduceerd worden door westerse bedrijven en een gigantische humanitaire crisis veroorzaken. Ander voorbeeld zijn de subsidies voor Europese landbouw- en visserijbedrijven. Afrikaanse bedrijven kunnen hier niet mee concurreren, waardoor banen verdwijnen en mensen werk in Europa komen zoeken.”

Je beschrijft ook dat beleid voor ontwikkelingssamenwerking steeds meer gedreven wordt door migratie. Hoe pakt dit uit?

“Focus op migratie kan ervoor zorgen dat er geld beschikbaar blijft voor ontwikkelingssamenwerking. Er zijn veel voorbeelden van ontwikkelingssamenwerkingsprojecten met het label migratie, die hebben geleid tot positieve projecten met goede resultaten.

Maar er is ook een negatieve kant. Ten eerste dreigt de focus van ontwikkelingssamenwerking te verschuiven naar landen die belangrijk zijn vanuit het migratieperspectief. Ontwikkelingsgelden gaan meer en meer naar landen waar veel migranten vandaan komen, terwijl dit niet altijd de landen zijn waar de behoefte het grootst is. Een voorbeeld hiervan is de verschuiving van Malawi naar Tunesië; in Malawi is ontwikkelingsgeld harder nodig, maar omdat er nauwelijks migranten uit Malawi naar Europa komen wordt het ontwikkelingsgeld in Tunesië besteed.

Een tweede probleem is het meten van succes van het beleid van ontwikkelingssamenwerking. Zoals het meten van aantallen migranten en vervolgens een verandering daarin gaan toeschrijven aan een ontwikkelingsproject. Bovendien is het bekend dat ontwikkeling tot meer migratie leidt. Maar een toename van migratie is niet wat beleidsmakers voor ogen hebben als graadmeter van een succesvol ontwikkelingsproject, dat gelinkt is aan migratie.

Het derde probleem heeft te maken met de herkomst en besteding van ontwikkelingsgeld, bijvoorbeeld het EU Emergency Trust Fund for Africa. Een groot gedeelte van dit geld wordt onder de noemer ‘ontwikkelingssamenwerking’ uitgegeven aan migratiemanagement, terwijl dit op geen enkele wijze bijdraagt aan de ontwikkeling van die landen. Er zijn zelfs meerdere studies die laten zien dat investeringen in migratiemanagement bij kunnen dragen aan verdere destabilisatie van bepaalde regio’s. Met als gevolg meer migratie en meer ontheemding.”

 

“We gaan in tegen de alarmerende voorspellingen van honderden miljoenen migranten die naar Europa zullen migreren door klimaatverandering.”

 

Het MMC heeft voor 2018 en 2019 de Mixed Migration Review (MMR) gepubliceerd. Wat komt hieruit naar voren als belangrijkste ontwikkelingen?

“De MMR is een verzameling van essays en interviews, voornamelijk bedoeld om bij te dragen aan debat, reflectie en nieuwe inzichten. Een van de zorgwekkende ontwikkelingen is de toegenomen criminalisering van de migratieketen. Naast mensensmokkelaars worden ook de migranten zelf steeds meer gecriminaliseerd. Illegale migratie is voornamelijk een administratieve overtreding, maar wordt in verschillende landen nu bestempeld als een strafbaar feit. Ook de mensen die migranten helpen worden gecriminaliseerd. Bijvoorbeeld degenen die met schepen op de Middellandse Zee migranten redden. Of mensen in de Verenigde Staten die vervolgd worden omdat zij in de woestijn water achterlaten voor migranten.

Een andere ontwikkeling is de relatie tussen migratie en klimaatverandering. In de MMR proberen we hierover een genuanceerd verhaal naar voren te brengen. We gaan in tegen de alarmerende voorspellingen van honderden miljoenen migranten die naar Europa zullen migreren door klimaatverandering. Dit discours wordt in de ‘rechtse politiek’ gebruikt om te waarschuwen voor migratie en te pleiten voor nog hardere migratiemaatregelen. In de ‘linkse politiek’ wordt de angst voor migranten en vluchtelingen gebruikt om klimaatverandering op de agenda te krijgen. Dit werkt contraproductief en zorgt enkel voor meer angst.

Veruit de meeste onderzoeken tonen aan dat klimaatverandering niet tot internationale massamigratie over lange afstanden zal leiden. De mensen die door klimaatverandering migreren doen dit bijna uitsluitend over korte afstanden, meestal binnen de landsgrenzen. Ze proberen vaak naar de stad of naar familie in de regio te vluchten. Door de gevolgen van klimaatverandering hebben zij echter niet de middelen om over lange afstanden te migreren, of duizenden dollars aan smokkelaars te betalen om naar Europa te komen.

Een ander onderwerp dat in de MMR wordt besproken, is de irrationaliteit van het migratiebeleid. Europese landen geven collectief miljarden uit om migranten buiten Europa te houden door bijvoorbeeld Frontex. Ook geven ze miljarden uit om bedrijven in Europa te subsidiëren, die het landen in Afrika vervolgens moeilijk maken om te concurreren. Een voorbeeld hiervan is de tomatenindustrie in Italië, waaraan miljarden subsidie wordt gegeven. Deze tomatenproducten worden geëxporteerd naar Afrika. Gevolg: de plaatselijke tomatenbedrijven kunnen niet langer concurreren. Vervolgens geven migranten collectief honderden miljoenen uit aan smokkelaars om naar Europa te kunnen komen. Zij werken vaak in de informele sector, bijvoorbeeld op de tomatenplantages in Italië. Er zijn economisch slimmere en humanere manieren om migratie te organiseren, waarbij de geldstromen op een betere manier georganiseerd worden. De mensensmokkelaars zullen hierbij de enige verliezers zijn.”

Is de coronacrisis een goed tijdstip om deze fundamentele vragen te stellen en zaken op een veel betere manier te organiseren?

“We zien veel negatieve gevolgen van COVID-19, maar er zijn ook een aantal positieve ontwikkelingen. In Italië is bijvoorbeeld recent een wet aangenomen die honderd duizenden arbeidsmigranten een reguliere status gaat geven. En in Spanje worden mensen uit migratiedetentie vrijgelaten. Door de crisis is ook duidelijk geworden dat Europa sterk afhankelijk is van de arbeid van migranten, bijvoorbeeld in de agrarische sector of in de zorg. Ik hoop dat dit besef niet verdwijnt als deze crisis voorbij is en dat het zal leiden tot een positieve verandering.”

Jullie beschrijven dat er de afgelopen jaren migratiebeleid genormaliseerd is – beleid dat voorheen bestempeld zou zijn als ‘extreem’. Kun je dit toelichten?

“In de MMR hebben we een lijst opgesteld met extreme voorbeelden van migratiebeleid, die een paar jaar geleden nog ondenkbaar waren. Alleen al in de afgelopen weken heeft Griekenland een drijvend grenshek voorgesteld; schoot Turkije met traangas op de Griekse politie om ervoor te zorgen dat vluchtelingen de grens over konden steken; werden vluchtelingen met bussen naar de grens gebracht om druk op de EU te zetten; heeft Malta een boot vol migranten gesaboteerd waardoor meerdere mensen zijn overleden; en heeft de Kroatische politie rode kruizen op de hoofden van asielzoekers gespoten om ze vervolgens terug over de grens met Bosnië te duwen. Het is een groot gevaar dat deze extreme voorbeelden normaal gevonden worden.”

 

“Venezuela is totaal niet klaar voor de terugkeer van grote groepen vluchtelingen.”

 

In het rapport Waning welcome: the growing challenges facing mixed migration flows from Venezuela beschrijven jullie de mixed migration flows vanuit Venezuela. Deze migratie gaat twee richtingen op: Venezolanen keren door COVID-19 ook juist terug naar Venezuela. Wat is de impact van deze ontwikkeling op de vluchtelingen?

“De afgelopen twee maanden heeft ons 4Mi programma zich gefocust op de impact van COVID-19 op migranten en vluchtelingen. Er zijn bijna 3.000 interviews afgenomen, waarover korte rapporten zijn gepubliceerd. Dit onderzoek loopt in twaalf landen, waaronder Colombia en Peru. Hier kijken we onder andere naar de situatie van Venezolanen. Een significant percentage van de Venezolaanse vluchtelingen geeft aan te overwegen om terug te keren naar Venezuela, vanwege de economisch moeilijke situatie in Colombia. Onze data geeft aan dat 90% van de Venezolanen in Colombia inkomen heeft verloren, en 85% geen werk meer heeft sinds de coronacrisis. Zij zien terugkeren naar Venezuela als enige optie. Verder geeft 50% aan niet langer remittances terug te kunnen sturen naar Venezuela. Dit gaat een zeer grote impact hebben, omdat geldovermakingen voor velen in Venezuela de enige levenslijn zijn. Bovendien is er een enorme oliecrisis. De extreem lage olieprijs neemt het laatste beetje inkomen van het regime in Venezuela weg. Het land is totaal niet klaar voor de terugkeer van grote groepen vluchtelingen. Dit is een zeer zorgelijke situatie die veel impact gaat hebben op Venezuela en de Venezolanen zelf.”

Wat is de impact van Venezolaanse vluchtelingen op kleine eilanden in het Caribisch gebied en op de ABC-eilanden?

“Met een relatief kleine bevolking en een groot aantal vluchtelingen, was de impact van Venezolaanse vluchtelingen op de ABC-eilanden al groot. Deze impact zal alleen nog maar toenemen. De toerismesector, waar de eilanden voor een groot deel op draaien, stort volledig in. Mensen in de informele sector werken van dag tot dag en worden hard geraakt door de maatregelen en de lockdowns. Het is een zorgelijke situatie waar hulp nodig is. Ook voor de crisis waren er berichten over hoe de vluchtelingen op de ABC-eilanden behandeld werden; met beperkte toegang tot asiel en gedwongen deportaties naar Venezuela. Dit is reden te meer voor Nederland om de eilanden bij te staan met meer hulp.”

 

“Het feit dat er vraag is naar deze basisbehoeften geeft aan hoe hard de migranten en vluchtelingen geraakt worden door de coronacrisis.”

 

Momenteel staat het leven in het teken van COVID-19, ook voor vluchtelingen en migranten. Wat is de impact van corona op het dagelijks leven van vluchtelingen en migranten?

“Op dit moment interviewen we op grote schaal migranten en vluchtelingen over de invloed van corona op hun dagelijks leven. Eén van de belangrijkste gevolgen is minder werk. Ook worden angst, stress, verlies van inkomsten, toename van racisme en xenofobie en verminderde mogelijkheden voor basisbehoeften, zoals voedsel, water en onderdak, genoemd. Het feit dat er vraag is naar deze basisbehoeften geeft aan hoe hard de migranten en vluchtelingen geraakt worden door de coronacrisis. Velen van hen zijn gestrand in transitlanden en zijn door grenssluitingen of geldgebrek niet meer in staat om door of terug te reizen. Dit kan resulteren in een zware druk op de gastgemeenschappen. Zolang er een doorstroom van migranten en vluchtelingen was, konden zij in veel transitgebieden tijdelijk onderdeel uitmaken van de lokale economie. Zij gaven bijvoorbeeld geld uit aan onderdak en voedsel. Wanneer migranten echter vast komen te zitten, zullen zij gaan concurreren met de lokale bevolking en wordt hun aanwezigheid een last. Dit is bijvoorbeeld het geval in Mali en Niger, waar veel migranten op doortocht waren.”

Hoe kan er in de globale COVID-19 response rekening worden gehouden met migranten en vluchtelingen? Gebeurt dat ook op dit moment?

“Migranten en vluchtelingen geven aan dat er barrières zijn in de toegang tot gezondheidszorg. Bijvoorbeeld door geldgebrek, door het ontbreken van de juiste papieren, door angst om opgepakt te worden en door een gebrek aan kennis over het gezondheidssysteem in het ontvangende land. Zij zijn goed op de hoogte van de symptomen van corona en hoe ze zichzelf kunnen beschermen. Echter missen zij informatie over waar ze naartoe kunnen als ze symptomen hebben, over eventuele kosten van de gezondheidszorg, en of zij zonder legale status toegang hebben tot de gezondheidszorg. Het is zowel in het belang van migranten als van de publieke gezondheidszorg om hen deze informatie te verschaffen. Verder heeft 90% van de geïnterviewden meer behoefte aan hulp sinds de coronacrisis. Eén van de belangrijkste behoeften is cash om het verlies aan inkomsten enigszins te kunnen compenseren. In Colombia betalen bijvoorbeeld veel mensen hun huisvesting per dag. Cash kan helpen om mensen een periode onderdak te geven.”

Welke invloed heeft het virus op hun migratiebeslissingen en routes?

“Deze invloed verschilt per context en hangt sterk af van de fase van de migratiereis. De impact van corona op de beslissingen van migranten en vluchtelingen in Latijns-Amerika is over het algemeen niet zo groot. Deze groep is niet langer onderweg, maar al meer gesetteld. Grenssluitingen hebben in dat geval weinig impact, al zien we nu dus wel dat een groep Venezolanen besluit terug naar huis te gaan. Ook onder Afghanen in Indonesië zien we relatief weinig impact op migratiebeslissingen en routes. Hoewel de meeste van deze Afghanen zeggen hun eindbestemming nog niet bereikt te hebben, verblijven ze vaak al langere tijd in Indonesië en weten ze dat de mogelijkheid door te reizen naar Australië bijzonder klein is. Zij verkeren in een soort staat van ‘oneindige transit’. Daar heeft de COVID-19 crisis weinig aan veranderd. In West-Afrika en in iets mindere mate in Noord-Afrika heeft het virus duidelijk een grotere impact op migratiebeslissingen. Veel van de migranten en vluchtelingen die we daar interviewen waren nog op doorreis, maar kunnen door de coronamaatregelen niet doorreizen. Ze zitten vast, het wordt steeds moeilijker om aan geld te komen, dus terugreizen wordt ook steeds moeilijker.

 

“Veruit de meeste mensen in de wereld migreren niet en wonen hun hele leven dichtbij waar ze geboren zijn.”

 

Ook binnen landen zien we duidelijke verschillen. In Libië heeft COVID-19 een grotere impact op migratiebeslissingen van Sudanezen dan op de migratiebeslissingen van West- en Oost-Afrikaanse migranten. Sudanezen zijn nog relatief dichtbij hun thuisland en besluiten vaker terug te keren. Maar voor iemand uit Nigeria of Eritrea ligt dat heel anders.

Uiteindelijk is het ook nog afwachten hoe COVID-19 migratiebeslissingen in de toekomst gaat beïnvloeden, met name in landen van herkomst. Aan de ene kant zal de noodzaak om te migreren wellicht groter worden door de enorme economische impact. Aan de andere kant zullen minder mensen het geld hebben om überhaupt te kunnen migreren. In een volgende fase van onze dataverzameling proberen we met een aangepaste vragenlijst beter inzicht te krijgen in hoe COVID-19 de zogenaamde drivers of migration beïnvloedt.”

Zijn er nog zaken die niet in het interview aan bod zijn gekomen, waar je zelf graag nog iets over zou willen zeggen?

“Ten eerste moeten we het fenomeen van irreguliere migratie niet overschatten. Veruit de meeste mensen in de wereld migreren niet en wonen hun hele leven dichtbij waar ze geboren zijn. Een klein deel migreert wel, waarvan de meerderheid binnen de eigen landsgrenzen. Dan blijft er een klein deel internationale migranten over, waarvan de meesten op legale wijze migreren. Uiteindelijk blijft er een nog kleiner aantal over, bestaande uit vluchtelingen en ongedocumenteerde migranten. Dat deel krijgt onevenredig veel aandacht met name in de media. Dat maakt het groter dan het is. Het zorgt ook voor een gevoel van onmacht en verlies van controle onder de bevolking.

Ten tweede: is de bevolking wel echt zo negatief over migratie als we denken? Uit betrouwbare opiniepeilingen blijkt in veel Europese landen dat dat niet het geval is. In sommige landen is men sinds de zogenaamde migratiecrisis in 2015 zelfs positiever over migratie en vluchtelingen gaan denken. Maar wederom is dat niet het idee dat je krijgt uit de media of van sociale media. Zoals op veel terreinen, lijkt een lawaaiige minderheid die erg negatief is over migratie veel te veel invloed te hebben op wat wordt gezien als de publieke opinie. Vervolgens zien we dat politici de neiging hebben die onjuiste afspiegeling van de publieke opinie te volgen.

Tot slot, denk ik dat we veel meer moeten kijken naar hoe steden met migratie omgaan. Dit wordt ook het thema van de Mixed Migration Review 2020. Waar landen migratie steeds meer benaderen vanuit een sterk ideologisch en veiligheidsperspectief, zijn het uiteindelijk de steden die te maken krijgen met opvang van vluchtelingen en migranten. Op dat lokale niveau zien we vaak een veel pragmatischer en progressievere aanpak.”

Dit interview is afgenomen binnen het MIND-project. MIND staat voor ‘Migration, Interconnectedness, Development’ en is een driejarig project dat mede gefinancierd wordt door de Europese Commissie. In dit project werkt Cordaid samen met 11 Europese Caritas-partners, met als doel bewustwording te creëren onder beleidsmakers en het publiek over de link tussen migratie en ontwikkeling.