Cordaid CEO: ‘Keer Afghanistan niet de rug toe’
Na haar recente bezoek aan Afghanistan roept Cordaid-CEO Heleen van den Berg Nederland op de Afghaanse bevolking niet in de steek te laten. ‘We kunnen veel meer doen voor Afghaanse vrouwen, mannen en kinderen. Zet onafhankelijke organisaties als Cordaid daarom beter in.’

Cordaid coördineert in Afghanistan, met financiering van de Nederlandse overheid, het noodhulpprogramma van de Dutch Relief Alliance (DRA) en programma’s voor mentale en psychosociale ondersteuning en fysieke revalidatie van mensen met een beperking.
In dat kader bezocht Van den Berg in september in de provincie Nangarhar projecten op het gebied van noodhulp, mentale gezondheid en psychosociale ondersteuning. Ze sprak met bewoners, hulpverleners, collega’s, lokale partners en autoriteiten.
Kijk ook naar deze video van het bezoek van Cordaid-directeur Heleen van den Berg aan Afghanistan. Ga naar de instellingen rechtsboven in beeld om de Nederlandse ondertiteling aan te zetten:
‘Wat me vooral bijblijft, is het rustige straatbeeld. De oorlog is voorbij; de veiligheid lijkt verbeterd. Maar overal is er die vreemde gewaarwording: je ziet zo goed als alleen mannen. En nergens klinkt muziek. Constant denk je: waar zijn alle vrouwen gebleven?’, vertelt Van den Berg.
‘En onder de relatieve rust zag ik vooral een samenleving onder enorme stress. Door extreme droogte, klimaatverandering, repressie en armoede.’

Opeenstapeling van crises
Bijna de helft van de bevolking, 23 miljoen Afghanen, heeft humanitaire hulp nodig. Slechts een fractie van het benodigde geld is beschikbaar.
Intussen ondermijnen extreme droogte en klimaatverandering de landbouw en de watervoorziening alleen maar verder. Overstromingen en aardbevingen verwoesten gemeenschappen en landbouwgrond. Daarbovenop keerden sinds 2023 meer dan zes miljoen Afghanen noodgedwongen terug uit Iran en Pakistan.
Ruimte voor vrouwen verdwenen
En dan is er het Taliban-regime. Dat raakt iedereen, en vrouwen en meisjes in het bijzonder. Een vrouwelijke Cordaid-collega vertelde Van den Berg dat haar zesjarige zoontje constant schietbewegingen maakt en roept: ‘Ik ga doden, ik ga doden, ik word een Talib.’ Ze kan haar zoon steeds moeilijker bijsturen, nu het onderwijs op die leeftijd al fundamentalistischer is geworden.
Een verpleegster die Van den Berg ontmoette was een van de laatste vrouwen die nog een diploma wist te behalen. Ze vertelde over vroeger: sporten, met haar vader voetballen, naar buiten gaan en studeren. Al die vrijheden: weg.
Vrouwelijke verpleegkundigen mogen nog met vrouwelijke patiënten werken, maar moeten bij iedere verplaatsing rekening houden met de moraliteitspolitie en kunnen niet zonder mahram, een mannelijke begeleider, de deur uit.
De gevolgen zijn ook zichtbaar in de gezondheidszorg. ‘Omdat vrouwen geen opleidingen mogen volgen, ook niet tot verloskundige, bevallen nog meer vrouwen onder erbarmelijke omstandigheden thuis. Moedersterfte schiet daarom de hoogte in.’
Van den Berg vindt het essentieel dat Afghaanse vrouwelijke hulpverleners en verpleegkundigen blijven werken en dat meisjes opleidingen kunnen volgen. ‘Doe je dat niet, dan kun je de meest kwetsbare groep in Afghanistan gewoon niet bereiken. Die laat je dan vallen.’

De wereld trekt zich terug
Terwijl de crises zich opstapelen en de noden toenemen, is de internationale steun voor Afghanistan sinds 2021 drastisch afgenomen. De brede ontwikkelingssteun werd vrijwel opgeschort en ook de humanitaire financiering staat steeds meer onder druk.
Die ontwikkeling past in een bredere wereldwijde terugval. In 2025 daalde de officiële ontwikkelingshulp van donorlanden met 23,1 procent en de humanitaire hulp met 35,8 procent. Begrotingsdruk, geopolitieke spanningen, hogere uitgaven aan defensie en veiligheid en een verschuiving naar binnenlandse prioriteiten spelen daarbij een rol.
Van den Berg ziet daarin een gevaarlijke paradox: naarmate de wereld onveiliger wordt, neemt de bereidheid af om te investeren in landen waar kwetsbaarheid en instabiliteit het grootst zijn. ‘Een Afghanistan dat verder verarmt, waar jongeren geen perspectief hebben en waar vrouwen volledig uit het publieke leven worden verdreven, wordt niet stabieler door er minder naar om te kijken.’
Stabiliteit in Afghanistan en andere kwetsbare landen is ook in het belang van Nederland en Europa, vindt Van den Berg. ‘Door mensen perspectief te bieden en crises niet verder te laten escaleren, verklein je de kans dat instabiliteit zich verder verspreidt.’
Noodhulp én perspectief
Tijdens haar bezoek zag Van den Berg wat samenwerking tussen Nederlandse en Afghaanse hulporganisaties kan betekenen. Landbouwgrond was door overstromingen en extreme droogte veranderd in lege vlaktes van steen en zand. Met DRA-steun zijn waterdistributiesystemen aangelegd die door tientallen gemeenschappen worden gebruikt.
Honderden jongeren konden een beroepsopleiding volgen. Kleine ondernemers krijgen ondersteuning en boeren leren zich wapenen tegen klimaatverandering. In afgelegen gebieden bieden kleine klinieken basiszorg en geestelijke gezondheidszorg.
Het gaat om noodhulp die verder gaat dan acute nood: hulp die mensen perspectief biedt om hun leven weer op te bouwen. ‘Het gaat erom dat mensen verder komen dan alleen overleven. Dat ze hun perspectief kunnen vergroten’, zegt Van den Berg.
Maar juist die bredere ondersteuning wordt moeilijker nu de internationale financiering voor Afghanistan afneemt. Ook Cordaid moet daarom het kantoor in Afghanistan fors verkleinen.
‘Dat is de pijnlijke spagaat: er moet zoveel meer gebeuren, en tegelijkertijd verdampt de politieke wil, de aandacht en de financiële steun voor Afghanistan.’

Werken in de ruimte die er nog is
Werken in Afghanistan gebeurt onder moeilijke omstandigheden. De Taliban willen vooraf kunnen controleren hoe, waar en met wie organisaties werken. Voor toegang tot bepaalde gebieden is toestemming nodig.
‘Het spanningsveld is gigantisch. Maar Cordaid houdt vast aan haar eigen koers. Wij werken volgens humanitaire principes, bepalen met partners onze programmering en passen die niet aan. Wij werken met lokale Afghaanse partners en internationale organisaties, niet met of voor de Afghaanse overheid’, onderstreept de Cordaid-directeur.
Vasthouden aan eigen principes maakt het werk ingewikkelder en soms ook duurder. Zo blijft Cordaid Afghaanse vrouwen in dienst houden, ook als daarvoor de inkomstenderving moet worden gecompenseerd door een man die noodgedwongen zijn vrouw begeleidt.
‘Werken in Afghanistan is koorddansen’, zegt Van den Berg. ‘En we slagen erin om rechtop te blijven staan.’
Juist die onafhankelijke positie maakt maatschappelijke organisaties volgens Van den Berg van grote waarde. ‘Cordaid is geen overheid. Wij bedrijven geen politiek of diplomatie, maar werken rechtstreeks met Afghaanse gemeenschappen en lokale organisaties. Wij kunnen ons inzetten voor de Afghaanse bevolking zonder het regime te erkennen.’

‘Maak beter gebruik van ons’
Daarom heeft Van den Berg een duidelijke boodschap aan Nederland en andere internationale donoren: maak gebruik van de ruimte die er nog is in Afghanistan en geef maatschappelijke organisaties de middelen om daarin te kunnen werken.
‘Keer Afghanistan niet de rug toe. En besef dat het steunen van de Afghaanse bevolking niet hetzelfde is als het erkennen van het Afghaanse regime.’
Dat betekent volgens haar niet alleen meer noodhulp, maar ook investeren in gezondheidszorg, geestelijke gezondheidszorg, steun voor mensen met een beperking, onderwijs, ondernemerschap en weerbaarheid tegen klimaatverandering. En vooral blijven zoeken naar manieren om vrouwen en meisjes te bereiken.
‘Dat is geen politiek werk. Het is onpartijdig, onafhankelijk humanitair werk voor en met mensen die niets anders willen dan gewoon kunnen leven.’
Cordaid heeft een decennialange geschiedenis in Afghanistan, met lokale netwerken, kennis en vertrouwen. ‘En Cordaid heeft Afghanistan nooit verlaten, ook niet in de moeilijkste momenten’, benadrukt Van den Berg.
Die positie maakt het mogelijk om ook onder de Taliban iets te betekenen. ‘Wij doen meer dan hulp verlenen. Samen met onze lokale partners houden we die Afghaanse maatschappelijke ruimte open.’
En daar komt Van den Bergs oproep aan de Nederlandse overheid en internationale donororganisaties uiteindelijk op neer: ‘Zet organisaties als Cordaid beter in om de krappe ruimte in te vullen die er is om Afghaanse vrouwen, mannen en kinderen de hand te reiken. Wij hebben alles in huis om meer te doen, veel meer.’
Lees meer over Cordaid in Afghanistan
Meer weten over de Dutch Relief Alliance in Afghanistan? Bezoek de interactieve website