100 dagen ebola in Congo: waarom grootste uitbraak blijft groeien
Precies 100 dagen geleden maakte de Congolese overheid bekend dat er ebola in het land was. En in die 100 dagen is veel gebeurd. Want inmiddels is deze ebola-uitbraak uitgegroeid tot de grootste die Congo ooit heeft meegemaakt. Hoe kan dit? Waarom is vertrouwen nú echt van levensbelang? En wat doet Cordaid? Je leest het in dit artikel.

Grootste ebola-uitbraak van Congo
Op 15 mei 2026 werd de 17e ebola-uitbraak in de Democratische Republiek Congo (DRC) officieel bekendgemaakt. Twee dagen later sloeg de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) alarm. En riep de uitbraak uit tot een internationale gezondheidsnoodsituatie.
Nu, 100 dagen later, liegen de cijfers er niet om. Op 9 augustus waren er 4.381 bevestigde besmettingen en 2.011 mensen overleden. Dat betekent dat bijna de helft van de mensen bij wie de ziekte is vastgesteld, is overleden. Ituri blijft het epicentrum: bijna 86 procent van alle bevestigde besmettingen komt uit deze provincie.
‘Deze cijfers gaan alleen over de geteste gevallen. Maar veel mensen worden ziek en worden niet getest. Ook de doden niet.’, legt Lisette van ’t Klooster (programmadirecteur in Congo) uit.
Al met al is het een van de snelst groeiende uitbraken. En is het de op één na grootste ebola-uitbraak ooit geregistreerd, na die in West-Afrika van 2013 tot 2016. ‘De laatste grote uitbraak in Congo heeft twee jaar geduurd, zegt Lisette. ‘Dus dit gaat gewoon echt een hele lange adem zijn’.
Extra zorgwekkend: veel mensen overlijden thuis
Een van de meest verontrustende cijfers komt uit Ituri. Zo vond eind juli 51,6 % van de sterfgevallen plaats buiten een ziekenhuis. ‘Dat betekent dus dat die mensen gewoon thuis zijn. Die worden thuis verzorgd en die gaan thuis dood’, zegt Lisette.
Iemand met ebola kan het virus via lichaamsvloeistoffen overdragen aan andere mensen. Ook na de dood. Wanneer een besmetting snel wordt herkend, kan een patiënt in een ziekenhuis in isolatie en veilig worden verzorgd. Maar wanneer iemand thuis wordt verzorgd, zijn vaak familieleden, buren en andere verzorgers met die persoon in contact geweest. En dus besmet.
‘Het cijfer laat zien dat de transmissie echt nog lang niet verbroken is.’, vult Lisette aan.
Waarom gaan zieke mensen niet naar het ziekenhuis?
Op papier lijkt de oplossing eenvoudig: wie ziek wordt, moet zo snel mogelijk medische hulp krijgen. In de praktijk is dat in Oost-Congo lang niet altijd mogelijk. ‘De afstanden zijn erg groot en er is een extreem tekort aan ambulances. Als je heel ziek bent en je moet 10 km lopen. Ja, dat gaat niet.’, legt Lisette uit.
Daar komt nog iets bij: veel mensen hebben weinig vertrouwen in de gezondheidszorg. Lisette vertelt: ‘Het is een combinatie van angst en realiteit. Sommige mensen denken dat je in het ziekenhuis doodgaat. Maar het is niet alleen bijgeloof, want de zorg is vaak ook gewoon heel erg slecht.’
‘Zo kunnen mensen met ebola door hevige diarree en overgeven veel vocht verliezen. Een infuus kan dan levensreddend zijn. Maar als dat er niet is, dan kan je wel naar een gezondheidscentrum komen, alleen kan er eigenlijk niks voor je gedaan worden. Thuis heb je dan meestal nog eten en drinken, iets wat vaak ook ontbreekt hier in de Health Centers.’

Ebola legt probleem van gezondheidszorg bloot
‘Het basisprobleem is dat het hele gezondheidssysteem gewoon niet functioneert’, zegt Lisette. Zo krijgen zorgmedewerkers in Oost-Congo soms maandenlang geen salaris. Er zijn tekorten aan medicijnen, beschermende kleding en ander materiaal.
Sommige zorgcentra hebben onvoldoende bedden of schoon water. In Noord-Kivu waren isolatiecentra eind juli zelfs voor 134 % bezet. Lisette: ‘Dat betekent dat mensen geen bed hebben, of op de grond liggen.’
Zorgverleners lopen daarbij zelf groot risico. De WHO meldde eind juli 151 bevestigde besmettingen onder zorgmedewerkers, van wie 44 waren overleden. Dat laat zien dat het nog altijd moeilijk is om besmettingen binnen gezondheidscentra te voorkomen.
Buurland Oeganda laat zien dat ebola te stoppen is
Het verschil is goed zichtbaar aan de andere kant van de grens. In buurland Oeganda. Ook daar dook het virus op. Er werden twintig gevallen en twee sterfgevallen geregistreerd. Maar vanaf eind juni kwamen geen nieuwe gevallen meer bij.
Volgens Lisette is dat verschil geen toeval: ‘In Oeganda hebben ze wél een werkend systeem. De overheid is daar wél aanwezig. Daarom hebben ze de capaciteit om dat vrij goed in te dammen.’
Dat is misschien een van de belangrijkste inzichten na 100 dagen ebola in Congo. Het virus zelf is gevaarlijk, maar de gevolgen worden voor een groot deel bepaald door de omstandigheden waarin het terechtkomt. ‘Als je enigszins een systeem hebt wat functioneert’, zegt Lisette, ‘dan hoeven mensen ook echt niet dood te gaan.’
Ebola komt boven op honger, gebrek aan water en geweld
In Oost-Congo staat de ebolacrisis niet op zichzelf. Bijna 10 miljoen mensen in Ituri, Noord-Kivu en Zuid-Kivu hebben te maken met ernstige voedselonzekerheid. Ook schoon water is schaars. In Ituri heeft naar schatting slechts 8% van de bevolking toegang tot veilig water. Dat maakt zelfs zoiets basaals als regelmatig handen wassen ingewikkeld.
En dan is er het geweld. Gewapende groepen zijn actief in delen van Ituri en Noord-Kivu. Aanvallen maken wegen onbegaanbaar en leggen hulpoperaties stil. Een aanval op de Muchanga-brug legde bijvoorbeeld activiteiten in Nyankunde stil, een van de gebieden waar Cordaid werkt.
Voor de bestrijding van een virus heeft dat direct gevolgen. En zo versterken ziekte, armoede en onveiligheid elkaar.
Cordaid zorgt voor een brede ebola-aanpak
Dat maakt duidelijk hoe breed een ebola-aanpak moet zijn. Cordaid richt zich daarom op:
- schoon water bij gezondheidscentra en in gemeenschappen
- beschermingsmiddelen en trainingen zorgmedewerkers
- goede informatie over ebola
- psychosociale ondersteuning bij angst, stigma en buitensluiting
Juist nu is vertrouwen belangrijk
Daarnaast is het erg belangrijk wíe er hulp biedt. Cordaid werkt al lange tijd in Oost-Congo, samen met lokale partners en gezondheidsdiensten. ‘Wij hebben als Cordaid gewoon het vertrouwen. Omdat we daar zo lang zitten. Én we zijn er altijd al geweest.’, zegt Lisette.
Dat vertrouwen is tijdens een ebola-uitbraak geen extraatje. Het is onderdeel van de bestrijding. Een boodschap over besmettingsgevaar heeft weinig effect wanneer mensen degene die de boodschap brengt niet vertrouwen. En een gezondheidscentrum kan alleen helpen wanneer patiënten bereid zijn ernaartoe te gaan.
‘Onze lokale partners kennen de taal, de dorpen en de lokale verhoudingen. Zij weten vaak eerder waar geruchten ontstaan of waarom mensen bepaalde zorg mijden.’, vult Lisette aan.
Een gallerij met 7 afbeeldingen
De gallerij geeft de afbeeldingen in een oneindige lus weer.
Cordaid: van 4 naar 10 gebieden
Dankzij onze ebola-actie voor Congo konden we op 11 juni in eerste instantie 4 gezondheidsgebieden ondersteunen. Door die snelle actie, kreeg Cordaid aanvullende financiering via de Dutch Relief Alliance (DRA), een samenwerking van Nederlandse hulporganisaties. Daarmee konden we in nóg 6 gebieden werken. Bij elkaar werkt Cordaid nu dus in 10 gezondheidsgebieden in DRC. Een belangrijke stap, die niet mogelijk was zonder de steun van iedereen die doneerde aan de actie. Dank daarvoor!
Steun blijft hard nodig
Toch blijft de behoefte groter dan wat hulporganisaties nu kunnen bieden. Volgens de WHO ontbreekt nog bijna de helft van het benodigde bedrag. En tijd speelt bij deze epidemie een belangrijke rol. Kortom: 100 dagen na de officiële bekendmaking blijft hulp keihard nodig om dit dodelijke virus te stoppen in DRC.
Ernstige ebola-uitbraak: help nu
Een ernstige ebola-uitbraak breidt zich razendsnel uit in de Democratische Republiek Congo (DRC). Met jouw steun geven we voorlichting en delen we hygiënekits uit. Zo stoppen we samen deze dodelijke virusziekte.